Briefwisseling met rechtbank.

1993

Het Gak stuurt een brief met een inventarislijst en het dossier naar de Arrondissmentsrechtbank.

thumbnail thumbnail

G.

behandeld door G4.

De Arrondissementsrechtbank
Sector Bestuursrecht
M.

uw kenmerk 93/732 AAW/WAO BB
uw brief van 4-11-93
ons kenmerk ###
datum 10 november 1993

Onderwerp : Beroepszaak ten name van D. te ###.

Edelachtbare vrouwe/heer,

Naar aanleiding bij het bij bovenvermelde brief aan ons in afschrift toegezonden klaagschrift van bovengenoemde belanghebbende zenden wij u hierbij een tweetal gewaarmerkte kopieën van de stukken als bedoeld in artikel 98 van de Beroepswet.

De stukken zijn genummerd van 1 tot en met 18, volgens bijgaande inventarislijst.

In deze zaak wordt door ons
[X] geen
[ ] vooralsnog geen
[ ] bijgaand een contra-memorie ingediend.

Indien de Arrondissementsrechtbank nadere inlichtingen laat inwinnen of een nader onderzoek laat instellen zullen wij het op prijs stellen, indien u ons afschriften zendt, zowel van de verstrekte opdrachten als van de uitgebrachte rapporten.

Dit geldt eveneens voor andere stukken, welke alsnog door de Arrondissementsrechtbank, inzake de onderhavige procedure, worden ontvangen.

Indien de voorzitter van de Arrondissementsrechtbank, ten aanzien van een of meer geneeskundige rapporten, toepassing van artikel 111, lid 4 van de Beroepswet overweegt, en in verband hiermee nader wenst te worden geïnforrneerd, dan kan deze informatie worden verkregen via het in het briefhoofd vermelde adres.

Hoogachtend,
G.

doc irl a

INVENTARISLIJST

1. Rapportage algemeen dd. 16 december 1992.
2. Rapportage algemeen dd. 18 januari 1993.
3. GMD advies dd. 21 januari 1993.
4. Aangifteset aaw dd. verz. 1 februari 1993.
5. Rapportage algemeen dd. 3 februari 1993.
6. Brief aan GMD dd. 16 februari 1993.
7. BESLISSING dd. 18 februari 1993.
8. Klaagschrift dd. 22 februari 1993.
9. GMD advies dd. 24 februari 1993.
10. Interne correspondentie dd. 8 maart 1993.
11. BESLISSING dd. 15 april 1993.
12. Beschikking dd. 26 april 1993.
13. Rapportage algemeen dd. 27 mei 1993.
14. Reintegratiebericht dd. 27 mei 1993.
15. Rapportage algemeen dd. 2 september 1993.
16. Rapportage algemeen dd. 17 september 1993.
17. GMD advies dd. 5 oktober 1993.
18. BESLISSING dd. 19 oktober 1993.

De Arrondissmentsrechtbank stuurt alle stukken ook weer naar mij met onderstaande brief.

thumbnail
Arrondissementsrechtbank te Middelburg
Sector Bestuursrecht

De heer D.

reg.nr.: 93 / 732 AAW /WAO BB
Middelburg, 11 november 1993
onderwerp: het beroep van D. te ###
Geachte heer,

Hierbij stuur ik u een kopie van de stukken die in uw zaak aan de rechtbank zijn toegezonden.

U wordt verzocht de gronden van uw beroep binnen drie weken na heden in te dienen.

Voldoet u niet aan dit verzoek, dan loopt u de kans dat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Hoogachtend,
griffier.

Ik stuur mijn aanvullend beroepschrift.

thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail

Van: D.

Aan: Arrondissementsrechtbank M.
Sector Bestuursrecht

24 november 1993

reg.nr. : 93 / 732 AAW / WAO BB

betreft: aanvulling beroep tegen bedrijfsvereniging

bijlagen:
- verslag psychologisch onderzoek R.
- verslag van dhr. D., osteopaat, d.d. 9 aug. 1993
- brief van dokter S. aan mij, d.d. 15 nov. 1993
- brief van dokter S. aan mijn huisarts, d.d. 23 aug. 1993
- door dhr. P. gewijzigd rapport van 16 dec. 1992

Edelachtbare vrouwe/heer,

Op 28 oktober 1993 heb ik beroep aangetekend tegen de beslissing van de Nieuwe Industriële Bedrijfsvereniging d.d. 19 oktober 1993, waarin werd gesteld dat mijn arbeidsongeschiktheid is afgenomen naar 15 tot 25%. Bij deze wil ik het ingestelde beroep verder aanvullen.

Op 2 september 1993 werd mij door de verzekeringsgeneeskundige, dhr. P., mondeling meegedeeld, dat ik 6 uur per dag zou moeten gaan werken, en dat ik daar binnenkort schriftelijk bericht van zou krijgen. Op 20 oktober 1993 ontving ik de 'voor beroep vatbare beslissing' van de bedrijfsvereniging. Mijn WAO-uitkering werd verlaagd per 1 oktober 1993. Ik verzoek u om deze beslissing te vernietigen, omdat de beslissing met terugwerkende kracht is genomen.

Voor het geval dat de ingangsdatum van 1 oktober correct is, of deze hangende de procedure gecorrigeerd wordt, zal ik hierna mijn verweer geven betreffende de medische kant.

Enkele gegevens:
huisarts: G.,
bedrijfsarts: B.
in behandeling bij: D., osteopaat
onderzocht door (juli/aug. '93): S., reumatoloog
werkgever: C.

In mei 1993 heeft dhr. P. op mijn verzoek enkele wijzigingen in zijn rapport van 16 dec 1992 aangebracht. In de bijlagen geef ik daarom een kopie uit het GMD dossier. De rapporten uit het GMD dossier bevatten verschillende feiten, die onwaar of onvolledig zijn. Hiervan wil ik er een aantal noemen. Ik besef dat dit nauwelijks van belang voor mijn beroep is, maar ik wil hiermee aangeven, dat ik mij met verschillende stukken uit het dossier niet kan verenigen. Tussen aanhalingstekens staat de tekst uit het GMD dossier, daarachter geef ik mijn commentaar.

rapport dhr. P., 16 dec 1992, blz.nr. 1 "Geen organ. genese aangetoond."
rapport dhr. P., 16 dec 1992, blz.nr. 4 "Organische genese is niet gevonden."
rapport dhr. P., 03 feb 1993, blz.nr. 1 "Geen organ-substraat gevonden."
In de rapporten staat dat er geen organische genese is gevonden. Met bloedonderzoeken zijn inderdaad geen bijzonderheden gevonden. Dat mijn rug problemen kan geven is al vastgesteld toen ik op de lagere school zat. Dat mijn nekwervels niet correct stonden is in september 1992 aangetoond. Dit is in januari 1993 nog eens door dhr. D. vastgesteld, en in augustus 1993 door dokter S..

rapport dhr. P., 16 dec 1992, blz.nr. 2
"Vervolgens naar manuele therapeut. Lumbaal zou het goed zitten, nekwervels ook doch hij twijfelt hieraan."
Zowel mijn rug- als nekwervels zaten niet goed. Na correctie zou het in principe goed moeten zitten, maar dit bleek later inderdaad niet het geval te zijn.

rapport dhr. P., 16 dec 1992, blz.nr. 2 CZS: hoofdpijn gehad boven de ogen eenzijdig, wisselend van locatie."
Ik heb zeker niet gezegd dat mijn hoofdpijn over was, Sinds september 1991 heb ik vrijwel dagelijks last van hoofdpijn. De locatie is vrijwel dezelfde, deze is enigzins afhankelijk van manipulatie van mijn nekwervels.

rapport dhr. P., 16 dec 1992, blz.nr. 4 "Thans hangt belanghebbende de theorie aan dat zijn vermoeidheidsklachten teweeg gebracht worden door zijn nek."
In september 1992 werd aangetoond, dat mijn rug- en nekwervels niet alle correct stonden. Toen bleek dat andere mensen met vergelijkbare nekproblernen ook dezelfde klachten hadden, was voor mij duidelijk dat dit de oorzaak is voor mijn klachten. Het woord "Thans" in het rapport lijkt mij daarom niet op zijn plaats.

rapport mevr. O., 18 jan 1993, blz.nr. 2 "Vond het werken met B. minder geschikt."
Dit is absoluut onjuist, en heb ik beslist niet gezegd.

rapport dhr. P., 03 feb 1993, blz.nr. 1 "Bedrijfsarts: is bij Dr, B. geweest. 2 weken geleden. Deze zei dat het psychisch is."
Dokter B. adviseerde om een psychiater in V. te bezoeken, en om mijn nek nog eens goed te laten onderzoeken. Dit heb ik dhr. P. ook meegedeeld. Mijn huisarts zag geen aanleiding om mij nogmaals psychisch te laten onderzoeken, en adviseerde om naar dhr. D. te gaan voor mijn nek en mijn rug.

rapport dhr. P., 03 feb 1993, blz.nr. 2 "Doch mijn stellige houding dat er psychische problematiek moet bestaan en een oorzaak voor zijn moeheid is, deden hem toch besluiten opnieuw naar de huisarts te gaan. Deze had ook al gesproken dat hij zich het beste kon wenden tot een psychiater bij PZZ."
Dit laatste is onjuist. Ik heb dit niet gezegd., en ook mijn huisarts heeft dit niet gezegd. In mei 1993 heb ik dhr. P. mondeling op de hoogte gebracht van deze onjuistheid.

rapport mevr. O., 17 sep 1993, blz.nr. 1 "Belanghebbende wordt intensief begeleid. Men voert regelmatig gesprekken en tracht belanghebbende te stimuleren."
Voor het uitvoeren van mijn werkzaamheden word ik naar mijn mening niet intensief begeleid of gestimuleerd (dit is ook niet nodig). Wel is het zo, dat mijn chef mij ontziet door mij nauwelijks kleine opdrachten te geven, zodat ik me voor langere tijd op één project kan concentreren.

rapport mevr. O., 17 sep 1993, blz.nr. 1 "(Vrijdagsmiddags is de zaak gesloten)."
Dit is onjuist. Er geldt zelfs een bezettingsplicht voor onze afdeling op iedere werkdag van 8.00 tot 18.00 uur.

Naar mijn mening is het advies van de verzekeringsgeneeskundige van het GMD gebaseerd op verkeerde feiten en irreëel, Mijn klachten, zoals ze genoend worden in het verslag van dhr. D. (d.d. 9 aug. 1993) en in de brief van dokter S. (d.d. 23 aug. 1993) zijn er de oorzaak van dat ik niet in staat ben om 75 tot 85% te werken. Ik verzoek u daarom om de beslissing van de bedrijfsvereniging te vernietigen, en een zodanige beslissing te nemen, dat ik alsnog voor een AAW/WAO-uitkering in aanmerking kom, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%.

Hoogachtend,
D.


In de brief hierboven noem ik de keuringsarts "dhr. P.", in plaats van "dokter P.". Ik wist in het begin niet dat hij een arts was, maar toen ik daar achter kwam, heb ik het toch "dhr. P." gelaten, want om zo iemand "dokter" te noemen, dat ging mij te ver.

thumbnail

Arrondissementsrechtbank te M.
Sector Bestuursrecht

De heer D.

M., 22 maart 1994

reg.nr.: 93 / 732 AAW /WAO
onderwerp: het beroep van D.

Geachte heer,

Met betrekking tot het bovengenoemde beroep deel ik u mede dat de rechtbank het voornemen heeft om een onderzoek te laten instellen door een orthopaedisch chirurg.

Binnen twee weken na dagtekening van deze brief kunt u eventuele opmerkingen die volgens u van belang zouden kunnen zijn zijn, schriftelijk aan de rechtbank kenbaar maken.

Ik wijs u erop dat u verplicht bent aan dit onderzoek mee te werken. Indien u niet aan deze verplichting voldoet, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekkingen maken die haar geraden voorkomen.

Hoogachtend,
###,
griffier.


thumbnail

Arrondissementsrechtbank te M.
Sector Bestuursrecht

AANTEKENEN

De heer D.

M.,

reg.nr.: 93 / 732 AAW /WAO
onderwerp: oproeping geneeskundig onderzoek.

Geachte heer,

Met betrekking tot het beroep roep ik u op om u persoonlijk, onder overlegging van deze oproeping, op di. 10 mei 1994 om precies 14.30 uur, te melden bij dr. S., orthopaedisch chirurg
aan het adres ziekenhuis W., ### te V.. Nadat u bij de patiëntenregistratie een ponsplaatje heeft laten maken, kunt u de route nr. z4 volgen richting polikliniek orthopaedie.

U bent wettelijk verplicht aan deze oproeping gevolg te geven en zich aan het onderzoek te onderwerpen. Indien u niet aan deze verplichtingen voldoet kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekkingen maken die haar geraden voorkomen. Uw kosten worden niet vergoed, tenzij uw beroep gegrond wordt verklaard en verweerder in de proceskosten wordt veroordeeld.

Hoogachtend,
###
griffier.


De rechtbank liet mij onderzoeken door orthopedisch chirurg S..

Hieronder volgt mijn reactie op het rapport van orthopedisch chirurg S.:

thumbnail

Van: D.

Arrondissementsrechtbank M.
Sector Bestuursrecht

11 juli 1994

betreft : Commentaar op verslag van dokter S, en verzoek om een tweede onafhankelijke deskundige.

Edelachtbare vrouwe/heer,

Hierbij geef ik u mijn commentaar op het verslag van de orthopaedisch chirurg, dr. S., d.d. 27 juni 1994 (stuk A20).

In zijn verslag meldt dokter S., dat ik onder behandeling geweest zou zijn bij het R., waarbij niet veel verbetering optrad in mijn situatie. Ik ben echter niet bij het R. behandeld, maar alleen onderzocht. Dit onderzoek heeft in geen enkel opzicht tot verbetering van mijn situatie geleid.

Bij "AANVULLENDE ANAMNESE" stelt dokter S., dat een kernvraag kennelijk de relatie tussen psychisch functioneren en somatische afwijkingen blijft. Dit is naar mijn mening onjuist, en ik verwijs u hiervoor naar het rapport van het R. (stuk A10). Dat er volgens dokter S. geen eenstemmigheid over het psychosociaal functioneren zou zijn heeft alleen betrekking op het intakegesprek, ook dit blijkt mijns inziens uit het rapport van het R. (stuk A1O).

Volgens dokter S. zou ik overspannen zijn geraakt, en bij periodes "overspannenheid" hebben, dit is onjuist.

De medische beoordeling door dokter S. van mijn lichamelijke gesteldheid verschilt opmerkelijk met de brief van dokter S., d.d. 23 aug. 1993 (stuk Al3).

De heer D. constateert een nekafwijking (stuk A11). Ook dokter S. vermeldt dat bij de röntgenfoto's een nekafwijking te zien is ("convex C3-C4" in stuk A13). Dokter S. geeft echter geen commentaar op de röntgenfoto's van mijn nek van 23 juni 1993. Hij geeft wel aan dat volgens de röntgenfoto's van 16 mei 1994 mijn nek in vier richtingen normaal zou zijn. Het blijft helaas onduidelijk of de nekafwijking verdwenen is (wat ik onwaarschijnlijk acht), of dat de afwijking door dokter S. niet abnormaal gevonden wordt.

Het advies van dokter S. om mij door een psychiater te later onderzoeken, kan naar mijn mening alleen zinvol zijn, als daarbij ook de röntgenfoto's van mijn nek van beide onderzoeken beoordeeld worden.

Gezien de bovenstaande overwegingen verzoek ik u hierbij om een neuroloog als tweede onafhankelijke deskundige te benoemen, om tot een juiste beoordeling te komen van de röntgenfoto's van mijn nek van beide onderzoeken.

Hoogachtend,
D.


Terwijl deze rechtzaak liep (mijn tweede beroepszaak) was er een derde en een vierde beroepszaak ontstaan. Deze tweede beroepszaak werd samen genomen met de vierde beroepszaak.
De volgende brief van de rechtbank is dan ook een brief die deze tweede beroepszaak met de vierde combineert.

Laatste wijziging van deze bladzijde: januari 2003