Door huisarts
B2.
werd ik doorverwezen naar het Riagg, om te onderzoeken of er een psychische oorzaak
voor mijn lichamelijke klachten was.
Mijn huisarts nam mij niet serieus en was er van overtuigd dat het psychisch
was, dus mogelijk heeft hij zijn mening doorgegeven aan het Riagg.
Toen heette dat het Riagg, maar tegenwoordig is dat de sector volwassenzorg in de
plaats M. van het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg, E4..
Vervolgens kreeg ik onderstaande oproep:
riagg zeeland
Aan: de heer D.
Middelburg, 25 maart 1992
Geachte heer D.,
Bij deze bevestigen wij de met u gemaakte afspraak voor
een oriënterend gesprek met:
mw. K9. op 6 april om 11.00 uur.
op ons bureau ### te Middelbrug.
Wij verzoeken u om alleen in geval van overmacht de afspraak tijdig te wijzigen of af te zeggen. (tel. ###).
Met vriendelijke groet,
secretaresse
Zij wilde mij dwingen, dat ik zou zeggen, dat ik ontevreden was met mijn leven. Ik vond dat ik dat zo niet kon zeggen, maar zij bleef volhouden. Uiteindelijk vroeg zij of ik mijn leven anders wilde, en natuurlijk wilde ik dat (ik wilde gewoon de hele dag kunnen werken, zoals de meeste anderen). Zij heeft toen opgeschreven dat ik uiteindelijk heb toegegeven dat ik ontevreden met mijn leven was.
Soms denk ik dat de eerste vijf minuten van dit gesprek, de
rest van mijn leven hebben bepaald.
Misschien was daarvoor iets gebeurd, waardoor deze verpleegkundige
zo snel geïrriteerd raakte, misschien was het naar aanleiding
van de verwijsbrief van mijn huisarts (die niet meer te achterhalen
is), of misschien is zij altijd zo.
Ik dacht toendertijd dat mijn lichamelijke klachten misschien
een psychische oorzaak hadden, niet alleen de klachten
zoals vermoeidheid en hoofdpijn, maar ook
de pijnklachten in mijn rug, duizeligheid, etc. (dat heb ik me
gedeeltelijk aan laten praten). Over mijn nek- en rugklachten
mocht ik
echter niet vertellen, ik mocht alleen dingen zeggen, waar een
psychische verklaring voor zou kunnen zijn, zoals problemen met slapen,
en problemen om de tekst van mijn beeldscherm af te lezen, en te duf
om mijn werk goed te doen. Maar dat bijvoorbeeld de problemen met slapen door
vermoeidheid, duizeligheid, en pijnklachten kwamen, dat mocht ik dan
weer niet vertellen.
Zij vroeg ook wat nu eigelijk mijn
psychische problemen waren, maar dat wist ik zelf ook niet, daar
was dat onderzoek nu juist voor. Doordat ik zei, dat ik dat
niet wist, raakte zij nog meer geïrriteerd.
Doordat ik traag praatte, en traag reageerde op de gestelde vragen, werd zij halverwege het gesprek boos. Zij zei dat ik maar beter kon vertrekken, als ik niet geholpen wilde worden. Ik heb toen gezegd, dat dat niet de bedoeling was, omdat ik beter wilde worden. Daarna kalmeerde zij wat.
Hieronder volgt haar verslag.
Ik ontving twee A4-tjes waar het verslag van het eerste gesprek en het verslag
van de intake gesprekken op stonden. Het PDF-bestand bevat alleen het verslag
van het eerste gesprek.
06-04-1992
AdK/LM
Eerste indruk
Een lange 26-jarige man die moeizaam kontakt maakt en moeizaam zijn problemen uitdrukt. Draait erg om de problemen heen.
verwijzing: huisarts en gevoel te zijn gestuurd.
Eerdere hulp
ooit een intake in M. en toen afgehaakt (3 jaar geleden).
problemen
Sinds 1/2 jaar slaapproblemen.
Hij komt niet in slaap en is vroeg wakker. Door de vermoeidheid
kan hij zich niet concentreren op het werk. Hij meldt zich ziek om uit
te rusten of gebruikt hiervoor vakantiedagen waarna het patroon zich herhaald.
Verder heeft hij enkele depressieve kenmerken, het geen zin hebben.
Voelt zich overigens niet depressief zoals drie jaar geleden.
Na veel "draaien, keren, vaag doen en ontkennen", blijkt het
probleem te gaan over ontevredenheid met zijn leven.
Hij leidt een eenzaam bestaan met weinig vrienden en geen vaste relatie.
Het wordt niet duidelijk of er sprake is van een kontaktstoornis.
Wel is kliënt een in zichzelf gekeerde persoon die t.o.v. het
niet hebben van relaties een onvolwassen opstelling heeft, nukkig en bozig.
Intussen lijkt hij m.n. uit verveling ieder weekend bij zijn
ouders in ### te logeren.
Anamnese/achtergrond
Geboren in ###. Jongste van twee. Eén zus.
Vader, eigenaar meubelzaak, 64 jaar. Tegenwoordig goed kontakt.
Voelt zich in aandacht tekort gedaan, 3 jaar geleden is dit
uitgesproken.
Moeder, 62 jaar. werkte mee in de zaak. De ouders vinden het
goed dat hij ieder weekend komt.
Ze hebben hem al veel adviezen gegeven om iets aan zien eenzaamheid
te doen. Maar ik begrijp dat ze hem ook niet kunnen helpen.
Opleiding
L.S. - 6 Jaar
HAVO - 5 jaar diploma
H.T.S. - 4 1/2 jaar diploma
Roken: niet
Alcohol: niet
Medicijnen: slaapmedicatie.
Verwachting
Hij wil wel van klachten af maar het blijft onduidelijk in hoeverre hij bereid is te investeren.
Voorl. konklusie
depressieve klachten, met slaap- en concentratieproblemen, bij mogelijk passief agressieve persoonlijkheid.
296.21 -- depressie in engere zin, licht.
301.84 -- passief-agressieve p.
Omdat ik niet naar cafe's en kroegen ging, en niet ieder weekend met vrienden op stap ging, vroeg zij waarom ik dat niet deed. Ik heb toen gezegd dat ik niet iemand ben die naar cafe's gaat, en dat dat ook eenvoudigweg niet kon (ik was toen ook fysiek niet in staat om mijn werk te doen). Uit het verslag blijkt, dat zij mijn reactie "onvolwassen", "nukkig" en "bozig" vond.
Toen ik nog geen gezondheidsproblemen had, ging ik alleen heel af en toe naar mijn ouders. Maar in de periode dat ik grote moeite had om mijn werk vol te houden, ging ik in het weekend naar mijn ouders. Zij verzint ook daar een negatieve uitleg voor, en zij maakt er van dat ik dat uit verveling zou doen.
Zij maakt er ook maar van, dat het probleem 'eenzaamheid' zou zijn. Terwijl het probleem was, dat ik niet in staat was, om mijn werk te doen.
Zij schrijft, dat ik enkele depressie kenmerken heb, zoals het geen zin hebben. Dat heb ik echter niet gezegd. Zij baseert dat enkel op de manier waarop ik over kwam, zoals wat traag reageren en wat traag praten.
De schade die ik van bovenstaand rapport heb, is enorm. Zij heeft als verpleegkundige op basis van één gesprek en in een kwade bui dit rapport geschreven. Sommige dingen uit dit rapport zijn overgenomen, alsof ze aangetoond waren, en naar keuringsartsen gestuurd. Die keuringsartsen hebben dat weer aangedikt, en andere artsen en specialisten hebben die dingen weer van de keuringsartsen overgeschreven.
Vooral de term "mogelijk passief agressieve persoonlijkheid"
klinkt nogal heftig. En die term
wordt dan door sommigen wel erg graag overgeschreven, vooral
door keuringsartsen met slechte bedoelingen. Volgens klinisch
psycholoog drs. K7. (van dezelfde instelling) betekent die term,
dat ik iets zou tegenspreken, wat eigelijk wel zo is,
en zo niet zou meewerken aan het onderzoek.
Ik heb echter nog geen enkele dokter ontmoet, die die term op
die wijze opvat. De oorzaak is blijkbaar dat zij mij wilde dwingen
om te zeggen dat ik ontevreden met mijn leven moest zijn. Ik heb
toen alleen te kennen gegeven dat ik dat op die manier niet kon zeggen.
In 2002 had nog wat
briefwisseling over die term.
Daarna ontving ik de volgende brief:
riagg zeeland
Aan de heer D.
Middelburg, 10 april 1992
Referentie SPT/KS/mt
Geachte mijnheer D.,
Na het screeningsteam bent u ingedeeld bij het Sociaal Psychiatrisch Team.
Door de drukte zien wij ons echter genoodzaakt een wachtlijst te hanteren. Het kan enkele weken duren alvorens u een uitnodiging ontvangt voor een vervolggesprek.
Wilt u in de tussentijd overleggen over iets, dan kunt u mij bellen.
Hoogachtend,
S16.
teamleider S.P.T.
Vervolgens had ik intake-gesprekken met dhr. B10.
Op 16 november 2004 heb ik eerst eens gebeld, of mevr. K9. nog werkte bij het Riagg. Dat was zo, dus toen heb ik mijn brief verstuurd.
Aan: E4., volwassenzorg
t.a.v. mw. K9.,
sociaal-psychiatrisch verpleegkundige
M.
16 november 2004
bijlage: uw rapport van 6 april 1992.
Beste mevrouw K9.,
In 1992 werd ik door mijn huisarts naar het RIAGG verwezen
om te zien of er een psychische oorzaak voor
mijn lichamelijke klachten zou zijn.
Het eerste evaluatiegesprek was bij u,
en ik zou graag weten hoe u na meer dan 12 jaar
over uw rapport denkt.
P.S.: Ik woonde destijds in ###, en mijn dossier bij het RIAGG heb ik laten verwijderen.
Met vriendelijke groet,
D.
Op 2 december 2004 belde ik op naar de vestiging waar zij werkt, om
te vragen wat zij van mijn brief vond. De receptioniste vroeg het
even na, en liet mij weten dat het hoofd van de afdeling mij terug
zou bellen.
Op 3 december 2004 werd ik door het hoofd van de afdeling teruggebeld.
Zij kende mijn brief niet, en mevr. K9. was niet aanwezig. Zij zou mij
terug bellen.
Op 24 december 2004 en 11 en 13 januari 2005 belde ik daarom nog eens,
maar het hoofd van de afdeling was er niet. Op 19 januari belde ik nog
eens en toen vertelde het hoofd van de afdeling dat er een brief
onderweg was. De volgende dag ontving ik de brief:
E4.
VOLWASSENENZORG
de heer D.
Ons Kenmerk VWZ2005/0128/AC/LMF
Datun 17 januari 2005
Onderwerp uw klacht
Contactpersoon F.
Geachte heer D.,
Naar aanleiding van uw brief d.d. 16 november 200 wil ik u het volgende berichten. Eerder is een klacht door u ingediend naar aanleiding van uw behandeling in 1992. Deze klacht is in behandeling genomen en daarmee wordt de klacht beschouwd als zijnde afgehandeld.
Hopende u voldoende geïnformeerd te hebben,
Hoogachtend,
Mevrouw C.
hoofd basisvoorziening Walcheren
Op 10 september 2009 belde ik mevr. K9. op (op haar werk) om te
zeggen dan het op internet staat, en dat ik haar naam er bij
ga zetten. Ik vroeg toen of ik haar een briefje kon sturen, en dat kon
via haar werk.
Ik stuurde onderstaande brief.
De eerste pagina is de brief. De andere pagina's zijn een afdruk
van deze webpagina, zoals die toen was, en die ik als bijlage
meestuurde. Het PDF-bestand bevat alleen de bijlage.