Beste lezer,
Op deze bladzijde staan erg persoonlijke dingen en woorden die niet zo fraai zijn.
Heb je mijn korte inleiding al gelezen?
Bij huisarts X9. ben ik twee keer geweest in 1997.
Als ik naar de huisarts ging, dan trok daar een paar dagen voor uit.
Een paar dagen vooraf deed ik het heel rustig aan, om te proberen iets
fitter te zijn als ik bij de huisarts zat.
De pijnstillers die via de drogisterij en apotheek zonder
recept waren te krijgen, had ik al uitgeprobeerd.
Daar had echter nauwelijks iets aan. Dus ging ik naar mijn huisarts
om betere pijnstillers.
Huisarts X9. schreef pijnstillers voor
waar ik niets aan had (behalve wanneer ik de pijn nog
gemakkelijk kon verdragen merkte ik er iets van), en hij vond het niet nodig
om mij door te verwijzen. Hij zei zelfs dat hij mensen met nekklachten
niet doorverwijst.
Huisarts X9. zei tegen mij
dat de pijn verbeelding of psychisch was
(terwijl hij dat zei, boog hij zich wat naar mij
toe om zijn woorden kracht bij te zetten), en dat ik die pijn
alleen maar voelde, omdat ik dácht dat ik die pijn zou gaan voelen.
Ik vertelde hem ook, dat mijn klachten voor een deel overeen
kwamen, met klachten zoals mensen met een whiplash die hebben.
Hij zei toen, dat ik die klachten niet had.
Toen ik vroeg of ik misschien een
nieuwe afspraak zou kunnen maken, zodat hij dat uit kon leggen,
weigerde hij dat, en zei dat het geen zin had om mij dat uit
te leggen.
Mijn familie ging meestal naar huisarts X9., en daarom verwachtte ik zoiets niet van deze huisarts. Ik was er dus niet op voorbereid, en daarom vond ik het erg kwetsend.
Huisarts X9. zei tegen mij, dat het psychisch is, maar dat ik me daar niet voor hoefde te schamen.
Om een andere reden had ik bij het tweede gesprek met huisarts X9. een verzoek voor inzage gedaan. Dat had ik voor de zekerheid op papier gezet, maar dat was niet echt nodig.
Aan Huisartsenpraktijk
t.a.v. de Weledelgeleerde Heer,
X9., huisarts
16 december 1997
Geachte dokter X9.,
Graag zou ik een kopie van mijn dossier willen hebben.
De dingen die opgeschreven zijn toen ik ongeveer 6 en 12 jaar oud was, wil ik gebruiken in een beroepszaak tegen het GAK. Toch wil ik gelijk maar een kopie van het gehele dossier, inclusief wat in Arnemuiden op de computer is ingetypt.
De kosten die hieraan verbonden zijn zal ik vanzelfsprekend voldoen.
Met vriendelijk groet,
D.
Uit het dossier bleek wat hij over dit gesprek heeft opgeschreven:
Huisarts X9. schrijft dat ik in discussie zou willen of ik wel of geen whiplash heb. Maar zo is het gesprek natuurlijk niet gegaan. Ik vind zelf dat ik geen klassieke whiplash heb, maar dat meer dan de helft van de klachten overeen komen.
In die periode gebeurde het soms, dat de pijn en druk op mijn nek opliep,
zodat mijn kracht afnam en ik niet meer ergens naar toe kon lopen.
Vervolgens gingen al mij spieren verkrampt staan, waardoor ook mijn
armen en vingers verkrampt stonden. Soms kon ik alleen mijn
bovenste borstspieren gebruiken om adem te halen. Ik lag dan
een half uur tot anderhalf uur van de pijn op de grond, met
soms mijn benen kronkelend van de pijn. Soms lag ik huilend zo,
en dat was een automatische reactie. Ik had wel veel pijn, maar
kon ook niet zomaar stoppen met huilen.
Sommigen denken dat ik in zo'n situatie angst had, maar dat
was niet zo. Ik voelde me zo beroerd en had veel pijn, dat
er als het ware geen ruimte meer over was voor zoiets als angst.
Door de druk op mijn nek, voelde ik die druk op heel mijn lichaam.
Daar werd ik soms zo wanhopig van, dat het is voorgekomen
dat ik mezelf tegen mijn hoofd ging slaan.
Als ik veel last had van de druk van mijn nekwervels op mijn nek,
dan kreeg ik problemen met mijn ademhaling.
Ik kon dan alleen ademhalen met mijn bovenste borstspieren,
en ik vermoed dat de druk op mijn nek ook gevolgen had op
mijn hersenen. Soms lukte het niet meer om onbewust adem
te halen. Dan moest ik aan de hand van duizeligheid of zweten
zelf bepalen hoeveel adem ik haalde.
Soms kon de migraine flink oplopen. De migraine had echter ook
een soort verdovend effect. Misschien is dat een pijnstiller
die mijn lichaam zelf aanmaakt. Als iemand tegen mij begon
te praten, dan ging vanzelf mijn hersenen aan de slag
om het te verstaan, dat maakte de migraine moeilijker te
verdragen.
Het ergste is echter als er een probleem ontstond tussen
mijn schedel aan de achterkant en de bovenste nekwervel.
Het voelt alsof er druk wordt opgebouwd. Maar of er ook daadwerkelijk
druk van bijvoorbeeld vocht of bloed wordt opgebouwd,
dat weet ik niet. Door die pijn kon ik wanhopig worden.
Toen ik mentaal in staat was om een nette brief te schrijven (een jaar later), heb ik aan de huisarts een brief geschreven. Ik was bereid om door te gaan tot het Medisch Tuchtcollege, maar het leek mij beter om eerst een klacht in te dienen. Uit fatsoen gaf ik eerst de huisarts de kans om te erkennen dat hij verkeerde dingen had gezegd. Ik stuurde de onderstaande brief aan huisarts X9.:
Aan: Huisartsenpraktijk,
t.a.v. de Weledelgeleerde Heer,
X9., huisarts
(aangetekend)
30 januari 1999
bijlage: klacht
Geachte dokter X9.,
Bij deze brief vindt u een klacht, die ik van plan ben in te dienen bij de huisartsenvereniging.
U kunt voorkomen dat ik de klacht in dien, door mij schriftelijk te laten weten dat wat u in 1997 tegen mij heeft gezegd, en over mij heeft geschreven, niet volledig correct was. Het is dan niet eens nodig dat u daarbij uw excuses aanbiedt. Ik geef er echter de voorkeur aan, om een derde mijn klacht te laten beoordelen.
De reden tot het indienen van de klacht is allereerst omdat ik mijn gevoelens over u nog niet verwerkt heb. Ik geloof dat ik ook de mensen lief zou moeten hebben, waarvan ik vind dat ze mij onmenselijk behandeld hebben, maar ik heb ook de verantwoording ten opzichte van mijn medepatiënten om iets dergelijks niet voort te laten duren.
Met vriendelijke groet, D.
30 januari 1999
In 1997 ben ik twee keer op het spreekuur geweest bij dhr. X9., huisarts. Wat hij toen tegen mij heeft gezegd, en over mij heeft geschreven, heb ik ervaren als onmenselijk.
Ik heb toen gewezen op onderzoeken, die problemen met mijn wervelkolom aantonen. Ik heb verteld dat ik met oplopende klachten te ver ben doorgegaan met werken. Ook heb ik gewezen op een recent psychisch onderzoek.
De pijnstillers die ik bij het eerste consult voorgeschreven kreeg, bleken weinig effect te hebben. Blijkbaar werden mijn pijnklachten niet serieus genomen, omdat de nieuwe pijnstillers net zo weinig effect hadden.
Volgens dokter X9. zou ik niet de klachten hebben die ik noemde. Toen ik voorstelde om een nieuwe afspraak te maken, zodat hij dat zou kunnen uitleggen, weigerde hij dat. Dokter X9. zei toen: "Het is psychisch", waarmee hij feitelijk een verkeerde diagnose stelde, die tegengesteld is aan de stukken in het dossier.
In de winter van 1997/1998 heb een paar keer geprobeerd om op een ander bed te liggen, dat leverde echter dusdanige problemen op, dat anderen de huisarts wilden laten komen. Maar alhoewel ik niet kon lopen en nauwelijks kon praten, heb ik toch gevraagd dat niet te doen, omdat ik het niet zou kunnen verwerken om te horen dat de pijn, of de aanleiding daartoe, psychisch zou zijn.
Dit heeft er ook toe geleid, dat ik een beroep op de geestelijke hulpverlening heb moeten doen. Pas in augustus 1998 durfde ik weer in de huisartsenpraktijk te komen, omdat ik eerder niet wist of ik de normale beleefdheid in acht zou kunnen nemen.
D.
In de begeleidende brief aan de huisarts schreef ik dat de huisarts een klacht kon voorkomen door toe te geven dat hij fout zat. Dat had ik beter anders kunnen doen. Ik weet echter niet hoe het anders had gemoeten, want ik wilde liever een klacht indienen, maar ik wilde tegelijkertijd de huisarts toch ook de gelegenheid geven om het met mij goed te maken.
Omdat ik desnoods naar het Medisch Tuchtcollege wilde gaan, of
bijvoorbeeld zelfs bereid was om een A4-tje te schrijven en dat
in mijn woonplaats rond te laten delen (samen met folders bijvoorbeeld),
kon dit conflict hoog op gaan lopen. In de bovenstaande brief
probeer ik dan ook om anderen te beschermen.
Ik schrijf over "anderen", maar daar bedoel ik mijn familie mee. En ik schrijf
over "geestelijke hulpverlening", en dat was een ouderling en
een dominee van een kerk. Dat had ik anders op moeten schrijven,
want nu zou het overdreven kunnen klinken. De gesprekken
met die dominee en ouderling waren er niet minder serieus om,
maar toch.
Een brief aan De HuisartsenVereniging had ik al geschreven, en de envelop lag al klaar, en wilde ik samen met de klacht versturen. Maar onderstaande brief is niet verstuurd.
Aan: Klachtencommissie Huisartsenzorg
DHV
bijlage: brief aan huisarts + klacht, beide d.d. 30 januari 1999
Geachte mevrouw, mijnheer,
Hierbij dien ik een klacht in tegen mijn vorige huisarts.
In de bijlage vind u mijn klacht met een begeleidende brief, welke ik aan dhr. X9., huisarts te ###, verzonden heb. Hij heeft daarop niet gereageerd, zodat ik graag een beoordeling wil, over de gegrondheid van mijn klacht.
Met vriendelijke groet,
D.
Bovenstaande brief heb ik niet verstuurd, want ik ontving de volgende brief:
In antwoord op uw brief dd 30 januari 1999 wil ik u mijn spijt betuigen voor het feit dat ik, in de twee contacten die er waren in 1997, blijkbaar op de "psychische tour" ging. Zeker in het licht van het onderzoek door F3. (juli 1997) is dit niet volledig correct geweest.
Ik vind het wel jammer dat er zo lang na dato over deze gebeurtenis contact wordt gezocht, daar er wellicht eerder een en ander voor u in positieve zin had kunnen worden besproken. Zo u er onder geleden heeft, betreur ik dat zeer.
Lezend, denkend, proberend een beeld van uw probleem te krijgen, bedacht ik dat het misschien zinvol is ooit eens het 'Spine & Joint Centre' in Rotterdam te bezoeken.
Met vriendelijke groet,
X9.
De brief van huisarts X9. vond ik ruimhartig, dus heb ik voor alle duidelijkheid de volgende brief verzonden:
Aan: Huisartsenpraktijk
t.a.v. de Weledelgeleerde Heer,
X9., huisarts
15 februari 1999
Geachte dokter X9.,
Hartelijk dank voor uw brief van 8 februari 1999.
Voor de volledigheid meld ik u, dat ik mijn klacht niet in zal dienen, en dat ik u geheel, volledig en blijvend heb vergeven, en u niets meer kwalijk neem.
Met vriendelijke groet,
D.
In 1998 vond ik, dat ik anderen moest waarschuwen voor deze huisarts, dus heb ik aan een aantal mensen verteld, hoe hij tegen mij deed. Toen hij in februari 1999 schreef, dat hij zijn spijt betuigde, voelde ik mij verplicht om dat dan ook aan die mensen te vertellen. Daar ben ik nog anderhalf jaar mee bezig geweest.
In een bepaald opzicht heeft dit mij een jaar van mijn leven gekost, en voortaan probeer ik om altijd iemand anders mee te nemen als getuige, wanneer ik naar een dokter ga.
Ik ben niet meer naar deze huisarts geweest, maar ben in augustus 1998 naar huisarts J5. gegaan.
Ik had dus geschreven dat ik huisarts X9. niets meer kwalijk nam.