Eerste (gedeeltelijke) versie van medisch onderzoekverslag

2005

Hieronder staat de eerste versie van het onderzoekverslag, waar ik op kon reageren. Het verslag is nog niet volledig, maar de anamnese heeft de verzekeringsarts al wel opgeschreven.
In het onderstaande verslag worden drie onbekende afkortingen gebruikt:
    m.a.g. = met als gevolg
    o.b.v. = op basis van
    t.t.v. = ten tijde van

thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail

UWV
G.

Datum 8 december 2005
Van UWV Telefoon T ###, F
kenmerk ###

De heer D.

Onderwerp

Geachte heer D.,

n.a.v. de spreekuurbeoordeling d.d. 08-12-05 zend ik u, zoals afgesproken, een eerste versie van het medisch onderzoeksverslag, zodat u e.e.a. in rust kunt doornemen en zo nodig vergelijken met de geluidsopnames, die u heeft gemaakt. Mocht het u voorkomen, dat er op bepaalde punten een onjuiste feitelijke verslaglegging is, dan zal ik dit op een later moment graag van u vernemen (bij voorkeur schriftelijk). Zoals ik u tijdens het spreekuur al heb aangegeven, is de u toegezonden rapportage een voorlopige, waarbij de onderbouwing voor mijn uiteindelijke standpunt nog niet in de beschouwing is opgenomen, daar ik nog enige tijd nodig heb om mijn standpunt te formuleren. Omdat het daarbij echter nadrukkelijk om mijn visie gaat kan daarbij geen correctierecht aan de orde zijn, zodat dit voor u in deze fase ook niet van belang is. Ik zou u willen vragen om mij binnen een termijn van ongeveer vier weken een reactie te willen zenden of u zich in hoofdlijnen met m.n. de gegevens onder de anamnese kan verenigen. Als u van mening bent, dat het besprokene op enkele punten echter toch anders is dan door mij weergegeven, dan verneem ik dit graag van u. Mocht de gestelde termijn u onverhoopt voor problemen stellen, dan hoor ik dat graag van u, want dan zal ik in telefonisch overleg met u bekijken of we de termijn nog enkele weken kunnen verruimen.
Langs deze weg wil ik u verder melden, dat ik me de komende tijd wil richten op de formulering van de onderbouwing van mijn uiteindelijke standpunt. Alhoewel dit goeddeels een zelfstandige medische oordeelsvorming is, zoals door de rechtbank gewenst, zal ik tussentijds toch ook niet ontkomen aan het opnemen van contact met de bezwaarafdeling, daar mijn standpunt niet zonder meer los kan staan van het standpunt, dat vanuit de bezwaarafdeling nog zal moeten worden geformuleerd m.b.t. het bij uitspraak van 23-08-05 gegrond verklaarde beroep.

Met vriendelijke groet,
K4.
Verzekeringsarts
Uitvoering werknemersverzekeringen

UWV
KCC G.
Afd. AG
G.

Medisch onderzoeksverslag

Naam belanghebbende : D.
Gehuwd met :
Woonplaats : ###
Registratienummer: ###
Sofi-nummer : ###
Naam rapporteur : Dhr. K4.
Teamnummer
Datum rapportage : 08-12-05

Onderwerp
Een medisch onderzoek aangaande een beslissing inzake de eenmalige herbeoordeling volgens het aangepaste Schattingsbesluit. Zie ook vorige rapportages d.d. 29-04-04, 26-05-'99, 20-06-'96, 02-02-'94, 14-12-'93, 27-05-'93, 03-02-'93 en 16-12-'92; voorts de bezwaarverzekeringsgeneeskundige rapportages d.d. 05-01-05, 11-08-03, 15-01-03 en 26-01-00; voorts uitspraken van rechtbank (23-08-05;15-04-04) en CRVB (02-12-02).

1. Vraagstelling
Is er bij belanghebbende sprake van een vermindering van de benutbare mogelijkheden ten aanzien van het kunnen verrichten van arbeid, als rechtstreeks en objectiveerbaar gevolg van ziekte en/of gebrek en zo ja, hoe zijn de benutbare mogelijkheden? Kan belanghebbende zijn huidige mogelijkheden duurzaam benutten?

2. Onderzoek
Onderzoeksactiviteiten:
Belanghebbende werd op 08-12-05 opgeroepen voor het spreekuur. Hij werd vergezeld door dhr. ### (begeleider). Er werd naar aanleiding van de vraagstelling dossierstudie verricht.

Gegevens, verkregen uit onderzoek
Voorgeschiedenis algemeen: In het kader van de éénmalige herbeoordeling volgens het aangepaste Schattingsbesluit werd een 40-jarige man op het spreekuur gezien, een voormalig programmeur, die eerder m.i.v. 21-04-'92 in de ZW kwam t.g.v. overwegende klachten van oververmoeidheid, hoofd-, nek- en rugpijn en slaapproblemen. Bij ontstentenis van somatische aanknopingspunten waren de klachten in medische zin moeilijk te duiden. T.a.v. de chronische nek- en rugklachten was later door een reumatoloog in oorzakelijke zin uitgegaan van een mechanisch-functionele stoornis rond vooral mechanisch bepaalde houdingsproblematiek (scoliose en versterkte thoracale kyfose) m.a.g. hiervan pijnklachten en recidiverende blokkeringen, in verband waarmee houdings- en ontspanningstherapie was geadviseerd. Het was betrokkene slechts gelukt om o.b.v. 50% het eigen werk te hervatten (dec. 92), op grond waarvan per 23-03-'93 45-55% WAO was toegekend. Bij later verzekeringsgeneeskundig onderzoek was geconcludeerd, dat belanghebbende o.b.v. 6 uur per dag geschikt kon worden geacht voor het eigen werk, waarna de WAO-toekenning per 01-10-'93 was herzien naar 15-25%, hetgeen bij de wettelijke éénmalige TBA-herkeuring in '94 ongewijzigd was gebleven. Tegen deze beslissingen ingestelde beroepen waren vervolgens ongegrond verklaard. Overigens was betrokkene o.b.v. 4 uur/dag blijven werken. Hij was vervolgens in de ZW gekomen per 05-03-'97 a.g.v. door hem ervaren toegenomen belemmeringen als uitvloeisel van tussentijds toegenomen duizeligheids-, hoofd-, nek-en rugpijnklachten, waarna hij per 26-05-'97 was hersteld verklaard. O.b.v. tegen deze en ook een andere beslissing gevoerde bezwaar- en (hoger) beroepszaken was uiteindelijk per 05-03-'97 (en 01-06-'99) uitgegaan van 45-55% WAO-toekenning (o.b.v. een arbeidspatroon van 30 uur/week (6 uur/dag) in niet stresserende en niet al te nek-en rugbelastende arbeid). Belanghebbende was hier tegen in beroep gegaan, maar bij beslissing d.d. 15-04-04 was het beroep door de rechtbank ongegrond verklaard, waarna hij tegen deze uitspraak in hoger beroep ging bij de CRVB (thans nog lopend). Belanghebbende werd vervolgens in het kader van een wettelijke vijfjaarsherbeoordeling in 2004 opnieuw alhier gezien, waarbij hij gewag maakte van toegenomen nekklachten, hetgeen echter door de verzekeringsarts niet objectief kon worden onderbouwd. Er was geconcludeerd, dat er geen aanleiding was om af te wijken van het belastbaarheidspatroon, dat eerder door de bezwaarverzekeringsarts was opgesteld, maar omdat inmiddels volgens een andere beoordelingsmethodiek (CBBS) werd gewerkt, was (in de geest van het eerdere belastbaarheidspatroon) een functionele mogelijkhedenlijst opgesteld (met overigens op een aantal punten toch beduidend meer beperkingen dan voorheen!). O.b.v. die inschatting was de WAO-toekenning per 01-06-04 herzien naar de klasse 55-65%. Belanghebbende ging tegen de genomen beslissing in bezwaar. E.e.a. werd ongegrond verklaard bij beslissing op bezwaar d.d. 18-02-05, waarna namens belanghebbende beroep werd aangetekend. Het beroep is inmiddels gegrond verklaard door de rechtbank, dit o.a. op grond van het oordeel, dat met name t.a.v. de opgelegde urenbeperking volstrekt onvoldoende door de (bezwaar)verzekeringsarts is gemotiveerd om welke reden deze urenbeperking gehandhaafd dient te blijven. Aan de hand van zelfstandig medisch onderzoek dient (alsnog) vast komen te staan, of er lichamelijke dan wel psychische afwijkingen of beperkingen zijn, die een urenbeperking t.a.v. algemeen geaccepteerde arbeid per de in geding zijnde datum rechtvaardigen. Met inachtneming van deze uitspraak is men vanuit Bezwaar en Beroep thans nog bezig met de voorbereiding van een nieuwe beslissing op bezwaar.

Medische voorgeschiedenis:

Anamnese: na een toelichting mijnerzijds over de reden van de huidige beoordeling (ASB) is ter inleiding allereerst een samenvatting van de medische (en juridische) voorgeschiedenis doorgenomen. Naar aanleiding hiervan geeft betrokkene zelf nog een toelichting op diens voorgeschiedenis, m.n. waar dit betreft de periode vóórdat hij door reumatoloog S8. is gezien. Voor de rest kan hij zich wel vinden in de samenvatting behoudens dat het voor hem wat onduidelijk blijft hoe zijn situatie thans in meer juridische zin moet worden ingeschat, gelet op de nog lopende bezwaar-en hoger beroepszaken. Ik heb daarop aangegeven, dat voor mij thans het uitgangspunt is, dat de Rechtbank bij uitspraak van april 04 (de medische onderbouwing voor) het aanhouden van 45-55% WAO per 05-03-97 (en 01-06-'99) in juridische zin heeft aanvaard en bekrachtigd, waarmee deze uitspraak rechtskracht heeft gekregen totdat dit eventueel bij een latere uitspraak van de CRVB zou worden herroepen. Zo lang dit niet aan de orde is, blijft deze uitspraak echter uitgangspunt, ook voor de onderhavige beoordeling. Wel is het zo, dat de rechtbank het beroep tegen de beslissing om de WAO-toekenning per 01-06-04 naar 55-65% te herzien gegrond heeft verklaard, waardoor er als nog een beslissing op bezwaar moet worden genomen met inachtneming van de overwegingen in deze van de rechtbank, hetgeen echter op het terrein ligt van de afdeling Bezwaar en Beroep, alwaar men op dit moment nog bezig is met de voorbereiding van een nieuwe beslissing op bezwaar. Betrokkene verwijst verder nog naar uitgetypte verslagen van eerdere gesprekken met de vorige verzekeringsarts en een eerdere hoorzitting, maar omdat deze verslagen al reeds zijn opgenomen in de dossiers alhier, hoeft hier thans verder geen gerichte aandacht aan te worden besteed.

Gevraagd naar het beloop van de klachten in m.n. het afgelopen jaar vertelt betrokkene, dat zijn moeder eerder dit jaar van de fiets was gevallen, waardoor zij een tijdlang maar heel weinig kon doen en hulp van buitenaf moest worden ingeschakeld (huishoudelijke hulp, wijkverpleging, eten, dat werd gebracht). Betrokkene heeft zich hierdoor gerealiseerd, hoezeer hij doorgaans op zijn moeder steunt, omdat die steun van haar in de betreffende periode was weggevallen. Hij van zijn kant probeerde in die periode behulpzaam te zijn door het eten voor haar klaar te zetten, deuren af te sluiten etc. Hij moest vanwege deze activiteiten meer heen en weer lopen en kwam daardoor minder toe aan zijn meer gebruikelijke activiteiten richting het UWV. Hij kon ook minder liggen. Hij stelt, dat m.n. de afgelopen twee jaar het liggen het grootste probleem voor hem vormt. Hij probeert zo te liggen, dat zijn nek wat uitrekt, maar het effect is gaandeweg aan het minderen. Hij moet zoeken naar andere wegen om de klachten te beïnvloeden. Mogelijkheden daarbij zijn b.v. het op de grond liggen, het in buikligging liggen op een behandeltafel met verstelbare hoofdsteun, terwijl hij voorts ook een kanteltafel ter beschikking heeft, waarin hij met een klem om de enkels achterover kan kantelen (10 min.) M.n. van de kanteltafel ervaart hij wel baat te hebben, daar het dan lukt om de nek wat te ontspannen. Gemiddeld genomen maakt hij er één keer per dag gebruik van (10 min). Inmiddels gaat het zijn moeder weer beter en kan zij weer voor het eten zorgen en voor de schoonmaak. Hierdoor komt betrokkene weer wat meer aan schrijven toe en kan hij ook weer vaker liggen. In feite is het liggen al vanaf '92 problematisch geweest. Zijn ligging in bed luistert heel nauw. Door optredende verdraaiingen tijdens het liggen wordt er spanning in de spieren opgebouwd, waardoor hij vaak grote moeite heeft om uit bed te komen. Afhankelijk van hoe hij zich lichamelijk voelt ( qua klachten en spierspanning) maakt hij gebruik van één van de boven beschreven mogelijkheden, waarvan hij denkt, dat die op dat moment het beste kan helpen. In bed gaf doorgaans het meeste rekeffect, maar dit is gaandeweg minder geworden. Op de grond is er sprake van geforceerd platter liggen, waardoor er minder neiging is tot scheef liggen. T.t.v. het opstaan uit bed is er veel opgebouwde spierspanning in de onderrug, waardoor hij niet zo maar ineens uit bed kan stappen. Hij dient over de re kant uit bed te rollen, waarbij hij kruipend, half-liggend over-eindkomt. Bij het opstaan is er ook sprake van uitgesproken stijfheid van de onderrug. Als hij een maal op gang en wat in beweging is gekomen, wordt de hinder van stijfheid minder. Het is niet alleen de onderrugpijn, die bij opstaan speelt, ook de nek geeft dan al veel problemen in de zin van verkramping, hoofdpijn of duizeligheid. Bij zitten vormt de nek evenwel het grootste probleem. Het is het beste voor hem om na twee (uiterlijk drie) uur bezig zijn weer te gaan liggen (1-2 uur) om de nek te ontlasten. Qua intensiteit van de pijn staat de nek centraal ( meer dus dan de rug). E.e.a. is ook afhankelijk van wat hij doet. Hij geeft in dit verband aan de li schouder zo veel mogelijk te proberen te laten rusten. Als hij b.v. de afwas probeert te doen, trekt het al snel naar de nek, waarbij spierverkramping kan optreden, als gevolg waarvan hij de bezigheden niet kan volhouden. Hij geeft aan goed te moeten uitkijken met wat hij doet of wil gaan doen. Als er al sprake is van spierverkramping is het beter om rust te houden dan een activiteit te starten of voort te zetten. Het optreden van duizeligheid heeft te maken met lang zitten en de houding van het hoofd. M.n. bij het naar links draaien of bij het vooroverbukken kan hinder opspelen. Zo kan hij b.v. niet met zijn neefje van 5 jaar op de grond spelen vanwege de hinder van opspelende duizeligheid. Ook het aan tafel zitten kan een probleem vormen, daar hij dan te veel naar beneden moet kijken. Er is thans geen hinder van uitstraling in de armen, maar als nek en bovenrug opspelen, kan het lastiger worden. Hij geeft aan e.e.a. te kunnen controleren, mits hij dan maar niet langer dan ongeveer twee uren achtereen bezig is. Hij stelt zich wel eens af te vragen waarvoor hij het allemaal doet (lijkt kort een glimp van emotionaliteit te tonen). Zijn leven staat in het teken van brieven. Hij zou het liefste weer aan zelfstandigheid willen herwinnen, beter wilen kunnen liggen. Hij heeft middels een advertentie iemand benaderd die hem zou kunnen helpen om het rekkend effect in bed te kunnen bevorderen c.q. verbeteren, maar het blijkt moeilijk om zijn problematiek adequaat uit te leggen. Betrokkene heeft het afgelopen jaar geen specifieke behandeling gehad behoudens enkele keren manuele therapie, gericht op het losmaken van nek en rug. Overigens is hij rond aug. 05 weer eens bij osteopaath D. geweest ( die hem in een verder verleden enige tijd kon helpen met stabilisatie-oefeningen). Door de behandeling ging het enige tijd beter met nek en rug, maar sedert eind november heeft hij helaas toch weer meer last van onderrug en nek gekregen. Betrokkene komt in principe eenmaal per jaar bij osteopaath D., die ook uitgaat van standsproblematiek op meerdere niveaus van de wervelkolom. Betrokkene laat ter illustratie een aantal rontgenfotoos van de wervelkolom zien, die hij heeft meegenomen. Terugkomend op de nekproblematiek stelt betrokkene, dat vanuit de nek de neiging bestaat naar links te trekken, hetgeen dan de spierspanning versterkt, waardoor zijn algehele functioneren sterk nadelig wordt beïnvloed. Gevraagd naar de mogelijkheid van autorijden, stelt betrokkene al vele jaren niet meer zelfstandig te rijden. Hij is aangewezen op het meerijden in de auto van zijn moeder, waarin hij een aangepaste passagiersstoel heeft. In de auto draagt hij vaak een halskraag ter ondersteuning van de nek. M.b.t. computergebruik is te zeggen, dat hij gebruik maakt van een voetmuis. Hij heeft al lang geleden een typediploma gehaald, hetgeen gelet op zijn klachten het voordeel heeft, dat hij niet naar beneden op het toetsenbord hoeft te kijken, maar zich met zijn hoofd recht vooruit kan richten op het beeldscherm. Hij kan de polsen ook goed laten rusten. Op die wijze kan hij toch redelijk bezig zijn achter de computer, mits dit niet te lang is. Als het goed gaat, kan hij ongeveer een uur bezig zijn, maar als het minder gaat, kan het met een half uur al over zijn. Gevraagd naar het optreden van migraine merkt betrokkene op, dat bij verkrampen van de nek, als het te zeer oploopt, of bij een verkeerde houding in bed of bij te lang schrijven migraine kan optreden (met li-zijdige hoofdpijn). Nu hij een electrisch verwarmingsvest heeft merkt hij, dat het toch wat scheelt. Als hij zich warm houdt, gaat het wat beter. Een warme douche kan ook helpen voorkómen, dat een opkomende migraine helemaal door slaat. T.a.v. de door de eerdere verzekeringsarts vastgestelde huidafwijkingen merkt hij laatstelijk nog op, dat dit bij verdere controle geen verontrustende bevindingen heeft opgeleverd.
Dagverhaal: het tijdstip van opstaan is heel wisselend, daar dit afhangt van de kwaliteit van de eerdere nachtrust en van hoe hij zich lichamelijk voelt. Het kan daarmee vroeger, maar ook veel later op de ochtend zijn, dat hij uit bed komt. Na het opgang komen en wat eten gaat het wat beter met hem. Hij kan zich dan b.v. toeleggen op het schrijven van brieven naar de rechtbank (voorlopige herziening, later het aanvullen van de gronden). Recentelijk speelden i.v.m. de spreekuuroproep brieven naar het UWV. Hij heeft proberen toe te leven naar het gesprek van vandaag. Hij verwacht dat de komende dagen een weerslag zal volgen van de inspanningen, die hiermee gemoeid zijn geweest. Na het bezig zijn met brieven gaat hij liggen. Tussen de middag eet hij warm samen met zijn moeder. Daarna bekijken van e-mail. Soms kijkt hij wat TV (bij zijn moeder beneden kan de stoel naar achteren worden gehaald, bij zichzelf heeft hij een aangepaste stoel). Soms lukt het hem om een film uit te kijken, maar meestal lukt hem dit echter maar ten dele, waarbij hij de film dus in fasen moet bekijken. Wel is het zo, dat TV kijken de aandacht wat afleidt, waardoor hij de li schouder wat beter kan ontspannen. In de loop van de middag gaat hij doorgaans weer enige tijd liggen om er dan later weer uit te komen. Af en toe komt er wel eens iemand langs, b.v. zijn zus. Zijn avondeten gebruikt hij op heel wisselende tijden tussen 17 en 23 uur (boterhammen). Nadat zijn moeder naar bed is, gaat hij vaak beneden nog wat eten. Zelf gaat hij doorgaans tussen 22 en 23 uur naar bed, hij luistert dan wel naar de radio. Komt vaak om 24 uur weer een tijdje uit bed. Gaat op wisselende tijden slapen. Er is t.g.v. zijn klachten al bij al geen duidelijke, laat staan een vaste structuur in zijn dagen. Hij stemt zijn dagen af op aard en ernst van zijn klachten. Betrokkene stelt desgevraagd eigenlijk maar weinig buiten te komen. Gemiddeld genomen gaat hij minder dan één keer per maand boodschappen doen. Hij probeert in de zomer wel buiten te gaan zitten. Hij merkt in dit verband op, dat warmte een positieve invloed op zijn klachten heeft, terwijl koude een negatieve rol speelt. Vochtig weer heeft als zodanig weinig invloed op zijn klachten. Omdat van warmte een positieve invloed uitgaat, draagt hij veel kleding om zo warm mogelijk te blijven. Ook heeft hij een electrisch verwarmd vest en een electrisch deken op bed. Betrokkene maakt buiten geen wandelingen, daar hij dit als te belastend ervaart voor m.n. de li lichaamskant, de spieren gaan dan trekken. Betrokkene bezoekt zelden een kennis. De afgelopen zomer is hij wel naar de verjaardag van zijn neefje gegaan. Hij is dan aangewezen op het meerijden in de auto van zijn moeder. Ook heeft hij een aangepaste stoel als hij ergens anders op bezoek is.

Tractus-anamnese:
De verdere tractusanamnese leverde geen bijzonderheden van belang op.

Medicatie:
Tramadol HCI. Indomethacine. Hij probeert de medicatie zo min mogelijk te gebruiken. Probleem voor hem is, dat er bij te veel druk op de nek minder lucht onder in de longen is. Tramadol beinvloedt dit negatief. Bij gebruik van indomethacine heeft hij sneller bloedneuzen. Hij slikt er nu een kalktablet bij.

Intoxicatie(s):

Persoonlijk en sociaal functioneren:
(zelfverzorging, gezinsniveau, sociale contacten buiten gezin)
Alleenstaand, inwonend bij zijn moeder.

Visie van belanghebbende:
Betrokkene geeft aan op zich best wel wat te kunnen, maar dat er daarbij wel bemoeilijkende factoren zijn. Zo is het vervoer als zodanig al een punt. Ook het tijdstip, dat hem - gelet op zijn klachten - het beste uitkomt. Hij vertelt eerder veel te hebben gehad aan hulp van een patientenvereniging. Om echter iets voor een patientenvereniging te kunnen betekenen zou hij weer vast zitten aan vaste tijdstippen. Daarom legt hij zich maar toe op het schrijven van brieven. Betrokkene vertelt in dit verband spontaan, dat hij in '98 aan zijn advocaat opdracht had gegeven om met alle procedures te stoppen. Zijn advocaat had hem echter aangespoord om het toch af te wachten. E.e.a. is 'doorgesudderd'. Hij is er in verzeild geraakt en gebleven. Het is in zijn bewoordingen verder uit de hand gelopen dan hij (vooraf) had gedacht. Hij stelt alle relevante bescheiden op de computer te hebben ingescand. In ieder geval is een dienstverband in zijn beleving niet realistisch te achten. Hij denkt ook onvoldoende uren per dag te kunnen maken. Zijn begeleider merkt nog op, dat de beleving van tijd voor normaal gezonde mensen anders is dan voor betrokkene. Door de kwetsbaarheid op nek- en rugniveau is betrokkene's functioneren in velerlei activiteiten sterk beperkt qua aaneengesloten tijdsduur, dit mede afhankelijk van hoe het op een bepaald moment met hem gaat.

Lichamelijk onderzoek:
Algemene indruk: betrokkene maakt een gezonde indruk, ziet er conform de kalenderleeftijd uit. Persoonlijke verzorging is goed. Lang postuur. Re handig. Draagt veel kledingstukken, daar hij aangeeft veel baat te ervaren van warmte. Betrokkene heeft zijn eigen stoel meegenomen naar het spreekuur, daar hij ervaart hiervan meer profijt te hebben.
Lengte (cm): 198 (volgens opgave).
Gewicht (kg): 91 (volgens opgave).
Bovenste extremiteiten: aan schouders, armen en handen geen afwijkingen, bewegingen in alle richtingen volgens norm.
Cervicale wervelkolom: geen specifieke manipulaties in de nek verricht om klachtenprovocatie te voorkómen. Betrokkene geeft aan dat de beweging naar voren en naar achteren als zodanig niet het grootste probleem zijn, maar om de houding vast te houden. De overige nekbewegingen provoceren pijn, terwijl bij li draaien ook duizeligheid kan worden opgeroepen. Hij probeert zo min mogelijk te bewegen. Bij palpatie is er ter li nekzijde enige spierspanning voelbaar, die er re niet is.
Rug: Geen evident afwijkende rughouding, behoudens aanwijzing voor geringe toename van de thoracale kyfose en enige afvlakking van de lendenlordose. Geen kloppijn over de wervelkolom. Geen SI-drukpijn (heiligbeen). De rugexcursies kunnen eigenlijk zonder uitgesproken beperking worden uitgevoerd, de anteflexie blijft licht achter, hetgeen echter meer te maken heeft met betrokkene's lengte, dan met een specifiek rugprobleem.

Onderzoek psyche:
Bij oriënterend onderzoek ten aanzien van bewustzijn, concentratie, stemming, oriëntatie, waarnemen en denken geen afwijkingen. Voorts ook geen andere aanwijzingen voor psychopathologie en/of ernstige persoonlijkheidsproblematiek.

Informatie van derden:
Er werd geen nadere informatie ingewonnen bij de curatieve sector, omdat er vanuit het verleden al uitgebreide medische informatie van de curatieve sector voorhanden is, terwijl er in het afgelopen jaar geen zodanige medische ontwikkelingen zijn geweest dan wel onderzoeken zijn verricht, die tot hernieuwde informatie-inwinning zouden nopen.

3. Diagnose
8L610 Nek- en rugklachten secundair aan mechanisch bepaalde houdingsproblematiek met kleine standsafwijkingen op meerdere niveaus

4. Beschouwing
Algemeen:
Uit de thans afgenomen anamnese is duidelijk geworden, dat invaliderende klachten van hoofd-, nek- en rugpijn, spierverkrampingen, blokkeringen en duizeligheid betrokkene tot op heden sterk parten blijven spelen. Doordat zijn moeder door ziekte enige tijd uitgeschakeld was en hulp van buitenaf voor haar moest worden ingeschakeld, heeft hij zich meer dan ooit gerealiseerd, hoezeer hij doorgaans afhankelijk is van haar steun, die in de betreffende periode echter was weggevallen. Hij probeerde in die periode behulpzaam te zijn voor haar, maar moest vanwege deze activiteiten meer heen en weer lopen, waardoor hij minder toe kwam aan zijn meer gebruikelijke activiteiten, terwijl hij voorts ook minder kon liggen. Hij stelt, dat m.n. de afgelopen twee jaar het liggen het grootste probleem voor hem vormt. Hij probeert zo te liggen, dat zijn nek wat uitrekt, maar het effect is gaandeweg aan het minderen. Hij moet zoeken naar andere wegen om de klachten te beinvloeden. Mogelijkheden daarbij zijn b.v. het op de grond liggen, het in buikligging liggen op een behandeltafel met verstelbare hoofdsteun, terwijl hij voorts ook een kanteltafel ter beschikking heeft, waarin hij met een klem om de enkels achterover kan kantelen, hetgeen verlichting en ontspanning van de nek geeft. Door optredende verdraaiingen c.q. scheef trekken tijdens het liggen wordt er spanning in de spieren opgebouwd, waardoor hij vaak grote moeite heeft om uit bed te komen. Afhankelijk van hoe hij zich lichamelijk voelt ( qua klachten en spierspanning) maakt hij gebruik van één van de genoemde mogelijkheden, waarvan hij denkt, dat die op dat moment het beste kan helpen. Het opstaan uit bed kost veel moeite, er is daarbij ook sprake van uitgesproken stijfheid van de onderrug. Als hij een maal op gang en wat in beweging is gekomen, wordt de hinder van stijfheid minder. Het is niet alleen de onderrugpijn, die bij opstaan speelt, ook de nek geeft dan al veel problemen in de zin van verkramping, hoofdpijn of duizeligheid. Bij zitten vormt de nek evenwel het grootste probleem. Het is het beste voor hem om na twee (uiterlijk drie) uur bezig zijn weer te gaan liggen (1-2 uur) om de nek te ontlasten. Qua intensiteit van de pijn staat de nek centraal (meer dus dan de rug). E.e.a. is ook afhankelijk van wat hij doet. Hij geeft in dit verband aan ook de li schouder zo veel mogelijk te proberen te laten rusten. Hij geeft aan goed te moeten uitkijken met wat hij doet of wil gaan doen. Als er al sprake is van spierverkramping is het beter om rust te houden dan een activiteit te starten of voort te zetten. Het optreden van duizeligheid heeft te maken met lang zitten en de houding van het hoofd. M.n. bij het naar links draaien of bij het vooroverbukken kan hinder opspelen. Ook het aan tafel zitten kan een probleem vormen, omdat hij dan te veel naar beneden moet kijken. Er is thans geen hinder van uitstraling in de armen, maar als nek en bovenrug opspelen, kan het lastiger worden. Hij geeft aan e.e.a. te kunnen controleren, mits hij dan maar niet langer dan ongeveer twee uren achtereen bezig is. Warmte heeft een positieve invloed op zijn klachten, terwijl koude een negatieve rol speelt. Vochtig weer heeft als zodanig weinig invloed op zijn klachten. Omdat van warmte een positieve invloed uitgaat, draagt hij veel kleding om zo warm mogelijk te blijven. Ook heeft hij een electrisch verwarmd vest en een electrisch deken op bed. Betrokkene heeft het afgelopen jaar geen specifieke behandeling gehad behoudens enkele keren manuele therapie, gericht op het losmaken van nek en rug. Ook gaat hij eenmaal per jaar naar een osteopaath. Uit het afgenomen dagverhaal blijkt, dat betrokkene t.g.v. zijn klachten geen duidelijke of vaste structuur in zijn dagen heeft. Hij stemt zijn bezigheden af op aard en ernst van zijn klachten en ervaart daarbij veel rustperioden te moeten inbouwen. Hij beweegt zich weinig buitenshuis en maakt buiten ook geen wandelingen, daar hij dit als te belastend ervaart voor m.n. de li lichaamskant, de spieren gaan dan trekken. Betrokkene bezoekt zelden een kennis. De afgelopen zomer is hij wel naar de verjaardag van zijn neefje gegaan. Hij is dan aangewezen op het meerijden in zijn moeder's auto,waarin hij een aangepaste passagiersstoel heeft. In de auto draagt hij vaak een halskraag ter ondersteuning van de nek. Ook heeft hij een aangepaste stoel als hij ergens op bezoek is. M.b.t. computergebruik is te zeggen, dat hij gebruik maakt van een voetmuis. Hij heeft al lang geleden een typediploma gehaald, hetgeen gelet op zijn klachten het voordeel heeft, dat hij niet naar beneden op het toetsenbord hoeft te kijken, maar zich met zijn hoofd recht vooruit kan richten op het beeldscherm. Hij kan de polsen ook goed laten rusten. Op die wijze kan hij toch redelijk bezig zijn achter de computer, mits dit niet te lang is. Gevraagd naar het optreden van migraine merkt betrokkene op, dat bij verkrampen van de nek, als het te zeer oploopt, of bij een verkeerde houding in bed of bij te lang schrijven migraine kan optreden (met li-zijdige hoofdpijn). Nu hij een electrisch verwarmingsvest heeft merkt hij, dat het toch wat scheelt. Als hij zich warm houdt, gaat het wat beter. Een warme douche kan ook helpen voorkómen, dat een opkomende migraine helemaal door slaat.

Rest van de beschouwing betreft onderbouwing standpunt, moet nog volgen.

Belastbaarheid:

Belastbaarheidsprognose:
De prognose t.a.v. werkhervatting en aandoening is:

Reactie van belanghebbende:

5. Conclusie

6. Planning

Dhr. K4.
Verzekeringsarts


In bovenstaande brief wordt een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van "02-12-02" genoemd, maar de datum is eigenlijk 19 november 2002.

Ik stuurde daarop de volgende brief aan keuringsarts K4.

thumbnail thumbnail

Aan: UWV G.
t.a.v. dhr. K4., verzekeringsarts
G.

29 december 2005
Uw kenmerk: ###

Geachte dokter K4.,

Hierbij wil ik reageren op uw eerste versie van uw medisch onderzoeksverslag van 8 december 2005.

Opmerkingen
In hoofdlijnen kan ik mij verenigen met de gegevens onder de anamnese. Dit doe ik onder voorbehoud omdat dingen die nu onbelangrijk lijken, later in de procedure wel belangrijk zouden kunnen worden. Ik heb een paar opmerkingen, maar of die van belang zijn, laat ik aan u over. Wat ik uit uw rapport citeer met aanhalingstekens is om het zoeken gemakkelijker te maken.

Vragen

Motivatie en Onderbouwing
Dat ik de afgelopen tijd in de procedures om de gronden en een motivatie heb gevraagd, is omdat ik steeds duidelijker kan aantonen dat er veel onjuistheden in het dossier staan. Bij een duidelijke motivatie zal volgens mij blijken dat allerlei onjuiste gegevens als basis dienen.
Ook al heeft de Rechtbank in 2004 de beslissing van 2003 bevestigd (hoger beroep loopt nog), dat betekent niet dat u de uitspraken van het Tuchtcollege, de Centrale Raad van Beroep, en de Raad van Beroep van het N.I.P. kunt negeren.
U zou zich dan baseren op een reeks van onjuiste gegevens. Ik noem er enkele:

met vriendelijke groet,
D.


thumbnail

UWV
G.

Datum 12 januari 2006
Van UWV Telefoon T ###, F
Ons kenmerk ###

De heer D.

Onderwerp

Geachte heer D.,

Uw schrijven d.d. 29-12-05 is alhier in goede orde ontvangen en door mij aandachtig doorgenomen. Het verheugt me, dat u zich (onder voorbehoud) heeft kunnen verenigen met de gegevens onder de anamnese.
N.a.v. enkele van de door u geplaatste opmerkingen heb ik conform uw schrijven een paar feitelijke wijzigingen in het medisch onderzoeksverslag doorgevoerd, terwijl ik t.a.v. de overige opmerkingen op de betreffende plaatsen in het verslag letterlijk melding heb gemaakt van de door u gegeven toelichtingen. Daarmede hoop ik, dat uw stem ten volle tot uitdrukking is gekomen in het definitieve verslag.

U vraagt mij verder om mijn B.I.G.-nummer. Alhoewel u in deze andere wegen kunt bewandelen om hierover geïnformeerd te worden, noem ik u mijn nummer: 19022127201.

Secundair is in deze op te vatten als:als gevolg van; t.t.v. staat voor ten tijde van.

Ik zal in mijn uiteindelijke oordeelsvorming verder rekenen met alle relevante zaken uit het verleden. Er is dus van negeren geen sprake, zoals u in uw brief suggereert.
Ik hoop u binnen enkele weken mijn eindverslag te sturen met daarin opgenomen mijn oordeelsvorming en mijn standpunt t.a.v. benutbare mogelijkheden in de sfeer van toonvormende arbeid. Mocht e.e.a. aanleiding zijn tot vragen of onduidelijkheden uwerzijds, dan kunt u hierop schriftelijk reageren. (Eventueel bestaat ook de mogelijkheid om - nog vóór de oproep bij de arbeidsdeskundige - in een 2e spreekuurcontact op nadere vragen of onduidelijkheden uwerzijds in te gaan, indien u dit zou prefereren. In dat geval zal ik dit dan graag van u vernemen nadat u de betreffende rapportage heeft ontvangen).

Met vriendelijke groet,
K4.
Verzekeringsarts
Uitvoering werknemersverzekeringen


Vervolgens ontving ik het volledige verslag (dat werd dus de tweede versie van dat verslag).
Uiteindelijk zou de vierde versie de definitieve versie worden.

Laatste wijziging van deze bladzijde: april 2006