Letterlijk verslag keuring

2004

Hieronder volgt het letterlijk verslag van de keuring door keuringsarts P2. Ik heb op dat verslag de titel "woordelijk verslag" gebruikt, maar het is een letterlijk verslag.

thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail

Woordelijk verslag keuring 29 maart 2004

5-jaarlijkse herkeuring
datum keuring : 29 maart 2004, 13:30
locatie : UWV te G..
verzekeringsarts : mw. P2.
Ook aanwezig : mijn begeleider

19 juli 2004
D.

Dokter P2. vind het geen probleem als ik het gesprek opneem.

Dokter P2.: Goed, ik zal u eerst vertellen waarom u uitgenodigd bent. Ik kan mij voorstellen dat u denkt wat moet ik komen doen, u had op uw, op uw vragenlijst had u ook al aangegeven van ja, hè?, wat moet ik precies komen doen, dat is, ik weet niet precies, wat bedoelt u met laatste beoordeling. Nou zijn dat natuurlijk standaardformulieren die gemaakt worden, maar de reden dat u uitgenodigd bent heeft te maken met het feit dat u op de vragenlijst aangegeven hebt, dat u een toename van uw klachten heeft, een toename van uw beperkingen. Zou u nu een uitkering gehad hebben van 80-100% WAO, dan kun je zeggen: ja, 't is heel verdrietig en heel vervelend als de klachten en de beperkingen toegenomen zijn. Maar hoger dan die klasse is niet mogelijk, tenzij er eventueel problemen zijn met een ADL. Dat wil zeggen in 80 zit een ophoging van mensen die dus in een verpleeghuis bijvoorbeeld geholpen worden of in een thuissituatie geholpen worden. Maar in uw geval is zo, volgens mijn gegevens is er sprake van een klasse WAO 45, 55%, en dat wil zeggen als u dan aangeeft, er is een toename van mijn problemen, dat er dan gekeken moet worden, hoe ligt dat met betrekking tot de beperkingen, wat kunt u minder, waar hebt u meer problemen mee. Een tweede reden om u uit te nodigen is gelegen in het feit dat er ook in Den Haag regelmatig dingen veranderen, de wet en de wetten in Den Haag veranderen en ook de werkzaamheden die wij daardoor moeten verrichten. En vroeger was er een beperkingenpatroon wat opgesteld moest worden, dat heet nu, wat positievere benadering zou je kunnen stellen, functionele mogelijkhedenlijst. Dus dat is dus een, een wat andere benaming, maar die is, die heeft andere vragen en op grond daarvan ja, moet ik dat met u doornemen, om te kijken wat de antwoorden op die vragen zouden zijn.
D.        : Ja.
Dokter P2.: Goed. Eventjes terugkomend op uw eigen vragenlijst. U geeft dus aan dat de problemen zijn, vooral zijn gelegen in het feit dat u meer onstabiliteit van de nekwervels ervaart. Mijn vraag is, die vermeerderde onstabiliteit, zoals u aangeeft, waar uit zich dat in, in uw beperkingen? Waardoor merkt u dat u meer, of laten we zeggen, minder kunt of meer beperkt bent? Kunt u dat misschien aangeven aan mij ?
D.        : Dat zijn vooral de bovenste nekwervels, uh. Die kraken wat meer, die komen makkelijker uh, dat het daar gaat wringen en zeer doen, en ja, eerlijk gezegd heeft het ook wel met al die beroepszaken te maken.
Dokter P2.: Ja.
D.        : Uhm.
Dokter P2.: Ja, maar bedoelt u daarmee dat u dan daardoor meer spanningen krijgt of zo, want. Laten we zeggen,
D.        : Nee,
Dokter P2.: De wervels zitten natuurlijk, ja blijven op dezelfde plaats zitten, dus wat dat betreft kunnen de spanningen wel van invloed zijn op de spieren rond de wervels.
D.        : Ja, dus ik probeer me niet druk te maken om wat het G. doet, maar, en ik heb uh, ja voor m'n verweer heb ik zo'n beetje alles op de computer gedaan.
Dokter P2.: Ja.
D.        : En ik heb al aardig wat aanpassingen, een speciale stoel, een tafel op de goede hoogte.
Dokter P2.: Ja. Dat heb ik gelezen. Er zit een heel goed verslag in.
D.        : Spraakherkenning,
Dokter P2.: Uw eigen verhaal zeg maar, hebt u ooit opgesteld, in '98.
D.        : Ja, dat is al een weer een tijdje terug.
Dokter P2.: Ja, precies '98.
D.        : Ik heb nu zelfs een voetenmuis, maar de voetenmuis die werkt ietsje langzamer en als ik dan veel moet opzoeken, dan pak ik toch mijn trackball, dat werkt al beter dan een gewone muis en dan zit ik niet meer gewoon rustig recht. Dan zit ik al gauw een beetje uh.
Dokter P2.: Uit het lood als het ware?
D.        : Ja, precies.
Dokter P2.: Ja.
D.        : En gewoon met die afgelopen beroepszaken ook. In augustus was er uh, was ik bij dokter D2. en anderhalve week geleden die zitting. Dus dat is gewoon te kort voor mij om dat allemaal voor elkaar te krijgen.
Dokter P2.: Oh nu, ja, dat u niet kon komen, dat is ook zo, dat herinner ik mij nu. De, de uh, laten we zeggen de, de administratieve ondersteuning zei dat u afgemeld had vanwege het feit dat u een, een zitting had of eh, u moest naar de rechtbank toe en dat geeft dan te veel, of dat was te kort op elkaar zeg maar.
D.        : Ja.
Dokter P2.: Dat kon u dan niet, niet voor elkaar krijgen om dan weer uh, weer hier te komen.
D.        : Nee. En nog bedankt dat dat zo verzet kon worden. Maar, vorige week maandag, ik had dus anderhalve week geleden, op donderdag in R. die zitting en maandag was ik nog bezig om mijn tas uit te pakken en de papieren terug te leggen. En toen heb ik dinsdag en woensdag nog gauw even een lijstje gemaakt.
Dokter P2.: U hebt een nieuwe, laten we zeggen zoals u dat hier verwoord hebt,
D.        : Nee nee,
Dokter P2.: Een tijd geleden.
D.        : Nee, dit gaat meer juridisch over alle stukken die er in zitten. Daar kom in misschien straks op.
Dokter P2.: Oh, laten we zeggen, dus niet, dat is natuurlijk voor mij minder van belang. Voor mij gaat het erom, om als arts vast te stellen, niet, niet juridische, juridische zaken, maar wat u bedoelt met meer klachten. Vanwege een meer onstabiliteit van de wervels zeg maar. Dat is voor mij tuurlijk een belangrijk feit.
D.        : Ja, dus. En dat was dus in de voorbereiding op die zitting, heb ik gewoon meer last boven in mijn nek. Dat is vorig jaar ook gebeurd. En ik doe wel meer domme dingen. Een keer een plintje van een keuken uh proberen weg te halen, zo onderaan. En dan ga ik bijvoorbeeld naar de manuele therapeut, dan uh, dan komt er wat meer beweging in.
Dokter P2.: Ja, Daar heb ik trouwens nog een vraag over. Want u schrijft inderdaad in uw vragenlijst, de afgelopen 5 jaar ben ik behandeld door de fysiotherapeut en manuele therapie, of. Wanneer zijn de laatste behandelingen geweest? Dus ik bedoel in de afgelopen 5 jaar is dat, dat u zegt ik ga nog iedere week naar toe, of zijn die een keer afgesloten? Wanneer zijn de laatste behandelingen geweest? Niet recent dus zeg maar? Omdat u zegt, ik moet even nadenken.
D.        : De manuele therapeut is een paar weken geleden.
Dokter P2.: Ja, ja.
D.        : Dat staat nog wel in mijn agenda denk ik. Maar dat is gewoon als ik het nodig vind, uh.
Dokter P2.: En dan gaat u. Dus het is niet zo dat u zegt, ik heb een, ja, 't klinkt een beetje onaardig, maar doorsmeren zeggen we dan gewoon, het los houden. Er zijn dus mensen met chronische klachten, die wekelijks voor een, ja, onderhoudsbehandeling als het ware naar de spe, naar de behandeling gaan. Maar in uw geval is het als u toename hebt, belt u op.
D.        : Nee, ja, mijn klachten gaan op en neer en dan krijg ik ook meer last hier van, dan weer daar van. Op een gegeven moment denk ik van nou, nu gaat ik, kan ik beter naar die man toegaan. Maar die, dat is een half uur rijden, dus als ik een half uur in die auto zit als passagier, ik heb dan wel een speciale stoel erin, dan zit het alweer vaster. En ik heb zelfs zelf een behandeltafel laten maken en, en het is niet verstandig om te vertellen misschien, maar m'n zwager zo gek gekregen dat hij mijn bovenrug losser kan maken als dat te hard zit te wringen.
Dokter P2.: Hm hm.
D.        : En als ik lig, dan heb ik, door mijn bed scheef te leggen, uh, ja, een lichte vorm van nektractie zeg maar, waardoor mijn nek losser komt. Dus,
Dokter P2.: Maar dat neemt niet weg, dat u toch nog wel naar hem toegaat dan. U zegt een paar weken geleden ben ik voor het laatst geweest. Daar gaat u toch, ondanks de maatregelen die u zelf getroffen hebt en de, uw zwager die eventueel bijspringt, gaat u toch nog wel naar de manueel therapeut toe, dan.
D.        : Ja, het zit nooit normaal.
Dokter P2.: Nee, nee.
D.        : Ik kan nooit normaal gewoon liggen.
Dokter P2.: Maar wanneer bent u nu voor het laatst geweest?
D.        : Dan moet ik echt mijn agenda pakken, als ik mijn agenda kan vinden.
Dokter P2.: Want fysiotherapeut komt u dus niet meer, alleen bij de manueel therapeut?
D.        : Dat was een hele serie achter elkander, die fysiotherapie.
Dokter P2.: Maar niet recentelijk, dat was langer geleden?
D.        : Maar dat, ja, 2 jaar geleden ongeveer.
Dokter P2.: Ja, precies. Dus dat is, dat is niet recent, maar de manueel therapeut dus wel.
D.        : Maar dat hielp ook wel. Want, gewoon de massage en uh gewoon het soepel houden. En ik ken ook iemand, die kan mijn nek goed masseren, maar dat is weer op een half uur rijden afstand. En dat is een half uur heen en een half uur terug.
Dokter P2.: Dat is dan te belastend dan.
D.        : Dat heft precies op, wat zij doet.
Dokter P2.: Precies, maar de manueel therapeut dan.
D.        : A2., hierzo, 1 maart. Ja.
Dokter P2.: Eén drie nul vier. En dan bent u één keer geweest en dan is het weer van, nou bel maar als je er weer aan toe bent of zo, of als je het nodig vind of zo? Het is niet zo dat je je,
D.        : Ja, maar hij kan, kan niet, hij kan niet alles oplossen, dus als ik er een beetje op vooruit ga, dan ben ik alweer geholpen.
Dokter P2.: Ja, begrijp ik. Wat doet hij dan? Welke onderdelen behandelt hij?
D.        : Van onder tot boven.
Dokter P2.: Gewoon helemaal, de wervelkolom neemt hij uh, ja helemaal door zeg maar.
D.        : Ja.
Dokter P2.: U moet gewoon uh, ja voor hem staan en dan been optillen links rechts enzovoort. Dat hij gewoon kijkt hoe de balans is en wat hij kan behandelen.
D.        : Ja, en hij maakt het van onderen losser en mijn nek, dan moet ik hem dus vragen om niet met een draaibeweging proberen om het onder in mijn nek los te krijgen, want dan krijg ik boven in mijn nek zo'n, een tegenreactie van pijn, dat het door die pijn weer helemaal,
Dokter P2.: Vast trekt.
D.        : Vast trekt. Dus dan vraag ik gewoon, nou die behandeling niet, en vorige keer deed u dat, dus kunt u dat nog eens doen.
Dokter P2.: Goed, dus 1 maart, en uh, de keer daarvoor, zeg maar, is dat ook weer, laten we zeggen, zit er dan twee maanden, een maand tussen. Wat is ongeveer globaal genomen de frequentie?
D.        : Ja. Dat kan ik echt niet zeggen.
Dokter P2.: Of is dat is dus heel wisselend.
D.        : Ja, dat is heel wisselend.
Dokter P2.: Ja. Dit jaar niet meer? In 2004 was dat niet meer zeg maar, dat is daarvoor dan geweest. In 't vorig jaar?
D.        : Nou, 16 januari. Oh, dat was dezelfde, ja. En ik heb ook iemand in G., een osteopaat.
Dokter P2.: Ja, dat is natuurlijk een iets andere benadering dan uh, dan de manueel therapeut misschien.
D.        : Ja maar hij doet ook manuele therapie. Daar ga ik ook soms naar toe.
Dokter P2.: Bent u nog in de afgelopen periode bij specialisten geweest? In die zin, u geeft hier aan: huisarts met een vraagteken, en ik weet niet precies waar dat vraagteken op slaat.
D.        : Ja, wat is behandeling?
Dokter P2.: Misschien voor de medicatie gaat u alleen daar naar toe.
D.        : Ja, en vragen,
Dokter P2.: Een nieuw recept te halen?
D.        : En vragen over pijnstillers en waar ik naar toe moet en hoe en wat.
Dokter P2.: Ja, maar met betrekking tot de medicatie is er sinds de vragenlijst, ja dat is nog, nog niet zo lang geleden, een week of zes, niets veranderd? Heeft u opgeschreven: Indometacine en Tramadol zonodig.
D.        : Ja, die heb ik dus ook bij me, en,
Dokter P2.: Ja. En die neemt u, laten we zeggen zonodig. Dat hebt u al aangegeven op uw vragenlijst. Maar wat is zonodig globaal genomen. Is dat iets dat u zegt: nou, ik neem er dagelijks één in. Nee, dat zal wel niet, anders was het op.
D.        : Uh. Dit is pas een. Daar zitten nog de oude bij denk ik uh, oude. Nee, uh, ja het komt ook wel eens voor dat ik een week gewoon geen pijnstillers nodig heb. En uh, maar ik probeer nu echt ook om te voorkomen dat ik ze nodig heb, omdat ik problemen heb met de bijwerkingen.
Dokter P2.: Van de medicatie?
D.        : Ja, met allebei. En er zijn natuurlijk wel andere, maar die geven nog, ja die geven ook problemen.
Dokter P2.: Ja, dus zo weinig mogelijk.
D.        : En die Indometacine, die gebruik ik om te voorkomen dat de pijn op gaat lopen.
Dokter P2.: Hm hm.
D.        : Dan krijg ik last van mijn maag, en een bloedneus, vlekken op mijn huid, uh. En die Tramadol die gebruik ik als de pijn dan opgelopen is. En uh, maar als ik door druk op mijn nek, veel pijn heb, dan heb ik ook minder kracht en dan heeft die uh Tramadol heeft invloed op m'n uh, kracht die ik heb om adem te halen.
Dokter P2.: Ja, ja.
D.        : Dat is gewoon een probleem. En nu had mijn huisarts voor die Indometacine had hij Arthrotec®, maar ja dat is gewoon te weinig om te voorkomen dat de pijn op gaat bouwen.
Dokter P2.: Daar kwam u, daar kon u niet mee toe zeg maar. Of daar kwam u niet mee uit. Dat hebt u geprobeerd, en dat gaf, vond uh,
D.        : Terwijl voor m'n maag, ja, heeft dat geen euh, voel ik niks, dus dat helpt gewoon.
Dokter P2.: Ja, nee.
D.        : Maar dat is ook voor mensen die het iedere dag nemen denk ik. Misschien. En ik zeg van: nu wordt het te gek of nu gaat het oplopen, dan neem ik gewoon die,
Dokter P2.: Dan gebruikt u het. Ja, precies. Uh, een hele andere vraag. Als u dus, nou beperkingen zeg maar. Met betrekking tot zondag. Kunt u op zondag naar de kerk toe, want dan moet je ook een langere tijd zitten, of zegt u nee, ik heb thuis kerktelefoon of ik maak daar geen gebruik van. Wat doet u met de zondag?
D.        : Uhm, nou, als ik dus gezond zou wezen, zou ik ook gewoon lid zijn van een kerk. En ik ga dus niet naar kerk. Ik zou deze stoel mee kunnen nemen.
Dokter P2.: Ja.
D.        : Maar dat is nog behoorlijk belastend om uh dan gewoon in de kerk stil te blijven zitten, want zit hier ook te vast in zeg maar. Ik heb thuis uh, zit ik meestal op een stoel die gewoon kan draaien en waar ik vooral de hoek uh kan variëren.
Dokter P2.: Ja precies, dus op zondag kunt u dat niet, u gaat niet zondags naar de kerk toe zeg maar.
D.        : Nee.
Dokter P2.: En eventueel kerktelefoon gehoor,
D.        : En ,en luisteren ben ik ook mee gestopt eerlijk gezegd. Ja, een dominee die praat soms op een dominee-manier en soms te nadrukkelijk. Dat kost mijn dan gewoon teveel moeite om te volgen.
Dokter P2.: Ja ja.
D.        : Een hele dienst, ja, een uur, anderhalf uur, dat is gewoon vrij lang. Op de televisie had je, nu ik ben zijn naam kwijt van die man, uh H. B., d.. Die praatte gewoon op een normale manier en dat was goed te volgen.
Dokter P2.: Ja ja. Dat kunt u volgen. En wat ik al zei in het begin van het gesprek, u hebt dus een aantal jaren geleden een perfect werk gemaakt zeg maar, met met het dagin, ja laten we zeggen, wat u in een dag doet, wat u in een week doet. Uhm, is er nou, als u dat toen, zoals u dat aangaf hè?, een dagverhaal wat u op een dag ongeveer doet. Kunt u zeggen daar is wijziging in gekomen of zegt u, nee mijn invulling van de dagen is met betrekking tot afwisseling van, van zaken, lopen, staan, liggen, zitten, is gelijk gebleven? Of zijn er wat dat betreft, ik probeer dus steeds weer terug te komen het aangeven van hè, toename van de klachten, zijn, of toename van de beperkingen door toename van de klachten,
D.        : Ja.
Dokter P2.: Zijn er wat dat aangaande ook wijzingen opgetreden? In uw dagpatroon, zoals wij dat noemen.
D.        : Uh, van dat dag- en weekoverzicht, dat heb ik gemaakt om iedere dag te gaan lopen en kijken wat er gebeurd. Voor revalidatie. En, dus ik ga nu zeker niet iedere dag lopen. En de problemen, ja die erbij gekomen zijn, dus ja, dat ik nog meer aanpassingen heb. En m'n, ik had toen nog een, kon ik nog een ritme vasthouden, maar nu als m'n, als ik 's nachts slaap en in mijn slaap zakt mijn hoofd ietsje scheef, dan word ik al met migraine wakker. Of ik wordt wakker van de pijn.
Dokter P2.: Wat gebruikt u voor de migraine of heeft u niet speciale migraine? ja,
D.        : Gewoon, deze pijnstillers.
Dokter P2.: Ja, precies, geen special migraine-medicatie hebt u. Er zijn dus speciale migraine medicijnen, zeg mensen die of zetpillen of injecties moeten geven aan zichzelf. Er zijn dus specifieke migraine middelen, maar die, de huisarts heeft u geadviseerd om met deze te volstaan.
D.        : Ja, ik ben niet echt een migraine patiënt. Het is vooral die linkerkant, als die gaat verkrampen dan kan ik daar migraine op krijgen of als mijn hoofd in een scheve houding houdt, of uh,
Dokter P2.: Ja maar als u zegt, ik krijg migraine, nogmaals dan is het heel hinderlijk,
D.        : Ja, dan probeer ik,
Dokter P2.: En dan zou je zeggen dan proberen te, te, zo'n, te couperen noemen we dat hè? Een migraine aanval proberen dan te couperen als het ware.
D.        : Als het lukt om dat af te bouwen, een opkomende migraine, dan ben ik er ook vanaf. Dan kan ik de volgende dag gewoon weer proberen wat te doen.
Dokter P2.: Ja ja, het is dus maar heel, heel kort dan dat u daar hinder van hebt dan, van zo'n migraine aanval.
D.        : Ja, maar als het niet lukt om te afbouwen, ja dan, en het doorstijgt, dan heb ik ook veel meer problemen.
Dokter P2.: Maar dan hebt u ook geen medicatie die u dan gebruikt?
D.        : Ja, dan die Tramadol.
Dokter P2.: Deze dan. Ja.
D.        : En toen had ik dus nog een ritme, maar dat is er nu toch al een eind uit hoor. En ja, eerlijk gezegd maakt dat mij ook niet zoveel meer uit of dat het nu dag of nacht is. Mijn moeder uh, ik woon dus bij mijn moeder, die voor mij eten kookt en alles.
Dokter P2.: U woont thuis gewoon, in uw ouderlijk huis zeg maar.
D.        : Ja, daar ben ik weer gaan wonen.
Dokter P2.: Dat is ###?
D.        : Dat klopt.
Dokter P2.: Ja.
D.        : Omdat ik zelf gewoon eten koken en boodschappen doen, dat ging niet. En dus uh, het warme eten in de middag, dat is gewoon een vast punt. En als mijn moeder een paar dagen ergens naar toe gaat, dan laat ik dat ook vallen. Dan wacht ik gewoon tot ik honger heb en dan doe ik de ene keer brood maaltijd en de andere keer een warme maaltijd.
Dokter P2.: Ja ja, dat kunt wel zelf, voor uzelf verzorgen?
D.        : Ja, dan hebben mijn zus en mijn moeder zoveel klaar staan, dan hou ik het wel,
Dokter P2.: Oh, zij gaan weg en dan zorgen ze dat het klaar staat voor, voor. Oh, uw zus woont ook nog thuis? Of is het,
D.        : Nee, maar die woont,
Dokter P2.: Maar die is in de buurt.
D.        : In dezelfde woonplaats.
Dokter P2.: Oh, dat is makkelijk dan natuurlijk.
D.        : Dus dan hoef ik het maar net in de magnetron te zetten. Dus als het wat beter gaat, ja, ik slaap soms wel eens acht uur aan één stuk. En als het wat minder gaat, dan kom ik niet verder dan een uur of vier.
Dokter P2.: Hm, hm, en laten we zeggen uh, nou dan wordt u 's morgen op een bepaalde tijd wakker, het maakt niet, hoe komt u dan de dag door? Wat, wat probeert u om de dag door te komen, is misschien nog beter gezegd, want ja, een dag is toch best lang als je geen bezigheden hebt, dat je zegt, hoe kom ik de dag door. Hoe komt u de dag door dan?
D.        : Ja, sommigen denken dat dat een probleem is, maar uh, ik heb zo ontzettend veel wat ik wil doen, dus ik, ik, mijn beste moment besteed ik aan het G., het UWV dan.
Dokter P2.: Maar, hoe bedoelt u, werkt u daarvoor? Nee? Wat, wat moet ik me daarbij voorstellen? Dat begrijp ik nou even niet. Wat doet u?
D.        : Dat is meestal als ik op ben, dan een beetje in beweging ben en ik heb wat gegeten, dan, dan gaat het het beste. Ja, brieven schrijven, procedures dingen doen uh.
Dokter P2.: Dat is uw bezigheid?
D.        : Ja, vanaf 1998. En ik heb soms weken dat ik er niets aan kan doen, en als het goed gaat heb ik gewoon een uur per dag.
Dokter P2.: Maar de rest, want er blijven natuurlijk nog heel veel uren over die,
D.        : Ja, dan, dan moet ik gewoon weer gaan liggen, gewoon uh, ja, als ik gewoon bezig blijf totdat het compleet verkrampt staat, dan ben ik te ver gegaan. Maar als ik merk dat ik duizelig begin te worden en me beroerd begin te voelen, dan kan ik, moet ik gewoon stoppen met wat ik aan het doen ben, dan kan ik beter,
Dokter P2.: Mm mm, en wat bent u dan aan het doen? U zegt, met wat ik aan het doen ben. Ja, u zegt dan een brief schrijven, daar kan ik mij iets bijvoorstellen, maar je kunt toch niet dagen brieven schrijven? Want ja, dat heb je toch in principe binnen, ja wat u zegt, in een uur of zo heb je dat klaar en als ik, kan me voorstellen dat u die andere uren met iets, iets door zou moeten brengen of zo. Dat u zegt, nou dan probeer ik ofwel achter de computer, ofwel ik probeert te lezen, of ik probeer,
D.        : Een, een brief schrijven, één kantje, daar doe ik toch al gauw een week over, vooral als ik nog dingen moet opzoeken en ik kan alles op de computer opzoeken, en ik heb spraakherkenning en alles, maar dat is toch een heel karwei.
Dokter P2.: Maar dus, u zit dus eigenlijk, laten we zeggen, uw tijd,
D.        : Als mijn advocaat zo'n ingewikkelde brief schrijft, die ik dan moet lezen. Die moet ik gewoon een paar, aantal keren doorlezen, verdeeld over meerdere dagen, om het goed te begrijpen.
Dokter P2.: Ja, prima dat begrijp ik dan, maar dan zeg je nog, ja een week, die heeft natuurlijk ja, als je gewoon 8 per dag als werkuren rekent, dan blijft er nog een avond over. Dan heb je natuurlijk toch op een dag, ja een etmaal heeft 24 uur.
D.        : Ja, nou dan uh, eten, wassen, en,
Dokter P2.: Dat doet allemaal zelf nog gewoon? Dat is geen probleem? Ik bedoel, u kunt,
D.        : Ja, m'n moeder zorgt voor,
Dokter P2.: Zelf onder douche, en dat soort zaken doet u allemaal gewoon zelf.
D.        : Ja, dat wel. Maar bijvoorbeeld als mijn nek verkrampt staat, dan is tandenpoetsen al een probleem. Ja, dat is niet vanwege mijn arm, maar gewoon het trekt op m'n nek, die spieren. En, ja dus uh, ik zit wat, ik kijk wat televisie.
Dokter P2.: Oh televisie kijken, dat doet u wel.
D.        : Gewoon als afleiding zoeken. Uh, contact met anderen, nou bellen dat is wel lastig. Ik heb natuurlijk een telefoon met een headset, zodat ik de hoorn niet beet hoef te houden. Maar dat doe ik liever per e-mail. Dan ik het op mijn moment doen en dan kan ik nog eens lezen wat ik geschreven heb of nog eens lezen wat iemand schrijft. En als iemand op vakantie is geweest, dan zeg ik van uh, geef de foto's maar op CD-rom.
Dokter P2.: Ja, die kunt u gewoon printen of zo bekijken, dan uh,
D.        : Nee, dan bekijk ik ze op mijn computer, dan uh, dan kan ik gewoon rustig in mijn speciale stoel zitten, en die op mijn gemak bekijken.
Dokter P2.: Dus in principe kunt je zeggen, wat u overdag doet, dat is eigenlijk achter de computer zitten. Dat, daar komt het eigenlijk op neer. Hetzij ofwel om brieven door te nemen of om een brieven te maken of om e-mail te lezen of om, ja, laten we zeggen, iets van, van communicatie, met, met of het nou uw advocaat of kennissen en vrienden is, dat is dan een uh,
D.        : Ja, en dan komt de post, dan denk ik ook, wat schrijft mijn advocaat nu weer.
Dokter P2.: Ja precies, dat is, maar dat zal toch ook geen, kijk dat zijn op zich bezigheden, daar kan ik mij wat bijvoorstellen, maar ik kan me nauwelijks voorstellen dat uw advocaat u iedere dag een brief stuurt. Misschien zelfs niet iedere week. Dat zal toch uh,
D.        : Iedere week, dat kan wel gebeuren.
Dokter P2.: Ja, dus hij is voornamelijk met u bezig, maar dat lijkt mij toch onwaarschijnlijk dat hij wat dat betreft toch geen andere bezigheden heeft.
D.        : Ik ben. Maar m'n advocaat, ik ben wel de meest bijzondere klant van mijn advocaat.
Dokter P2.: Ja ja.
D.        : Ja, en dan 's avonds, dan moet ik echt rustig houden want, des te meer, des te meer ik doe,
Dokter P2.: Hoe laat gaat u dan, vroeg naar bed of zo. Dat u zegt, nou dan lig ik echt na het eten, ik eet warm en,
D.        : Nee, vroeg, vroeg of laat naar bed, dat, dat, zulke dingen, die begrippen gelden voor mij niet. Ik gaan gewoon liggen, ook overdag.
Dokter P2.: Hm, hm. U slaapt boven of slaapt u beneden? Alles beneden,
D.        : Boven.
Dokter P2.: Oh, u kunt wel traplopen.
D.        : Ja, maar dan moet ik dus wel rustig aan doen, en met migraine is dat wel een probleem. Maar over het algemeen, als ik dat gewoon rustig doe, dan gaat dat wel.
Dokter P2.: Komt u ook buiten? Of komt u helemaal niet buiten?
D.        : Ja, als ik mij wat beter voel. Uh, op anderhalve straat verder zijn winkels, dat is één keer per maand of nog minder misschien.
Dokter P2.: Ja ja, maar u komt dus wel buiten. Het is niet dat u zegt, ik zit, ik ben helemaal binnen en ja, ik zit alleen in de stoel binnen. U komt ook wel buiten.
D.        : Ja. Mag ik nog iets zeggen over die dagindeling?
Dokter P2.: Zeker.
D.        : Als ik dus iets teveel doe, dan, dan, als ik lig, dan moet ik gewoon moeite doen om te ontspannen. Dus vooral 's avonds, dan moet ik mij gewoon rustig houden, dus dan wordt het gewoon, ja, domweg televisie kijken om toch gewoon uh nog te kunnen slapen.
Dokter P2.: Dan kijkt u televisie?
D.        : Nee, dus,
Dokter P2.: Ja, u zegt om rust te houden kijk ik televisie, om rust te houden kijk ik televisie.
D.        : Dus 's avonds. Nee, dus 's avonds moet ik zo wein, zo weinig mogelijk doen. Dus dat betekend gewoon meestal gewoon in de stoel zitten en wat televisie kijken.
Dokter P2.: Ja precies.
D.        : Want als ik ga liggen met veel pijn dan lukt het niet.
Dokter P2.: Ja, dan over het ontspannen. Dat had ik me nog afgevraagd, ik kon dat zo in, ja, er is natuurlijk veel in het dossier. Maar u hebt nooit yogaoefeningen gedaan of laten we zeggen yogatherapie voor ontspanning, wat dat is ook iets wat vaak geadviseerd wordt door specialisten in uh, in bepaalde voorkomende gevallen.
D.        : Uh nou. Ja, maar ik ken al zo'n beetje alle ontspanningsoefeningen, haptonomie, teleac-cursus uh, visualisatie technieken, noem het maar op, die ken ik wel.
Dokter P2.: Hm hm, maar u heeft geen yogatherapie gevolgd, laten we zeggen yogalessen of iets dergelijks.
D.        : Geen, geen, geen yoga nee.
Dokter P2.: Dat het niet uh.
D.        : Soms werkt het zelf averechts, die ontspannings, uh, dingen. Want ik, als ik dus lig dan moet ik er dus bewust aan denken dat ik mijn nek ontspan. Als ik het van de pijn niet voel, dan schud ik een beetje mijn hoofd heen en weer, gewoon om te voelen of ik een spier, of dat een spier verkrampt staat. En technieken zijn erop gebaseerd dat je zelf zo gespannen bent, dat je die spieren aanspant. Die technieken die zijn bijvoorbeeld op gebaseerd dat je, je gedachten van de pijn afhaalt. En dat kan ik ook wel, maar dan, dan staat er gewoon een spier gespannen van de pijn. Dus ik moet er gewoon regelmatig aan denken van: lig ik nog goed, en staat er niet een spier te verkrampen.
Dokter P2.: Ja. Hoe ziet u uw toekomst? Ik stel mij voor, uw moeder zal waarschijnlijk ja, niet meer heel jong zijn, die zal de zorg voor u op een gegeven moment uh.
D.        : Mijn moeder is 74.
Dokter P2.: Ja, die zal de zorg voor u toch waarschijnlijk niet meer zo goed meer aankunnen. Wat, wat zijn, wat is uw bedoeling? Zegt u, nou ik, ja ik probeer op een andere manier toch zorg te krijgen. Of hoe is, hoe, hoe zijn wat dat betreft uw toekomstplannen. Of wat, hoe denkt u over de toekomst met betrekking tot de zorg die u dan, ja, blijkbaar nodig heeft, gezien het feit dat u weer bij uw moeder bent gaan wonen om verzorgt te worden.
D.        : Nou, voor mezelf maak ik daar geen zorgen over. En mijn moeder is dus degene die naar het postkantoor gaat met brieven en naar de brievenbus. Maar, ja ik zou graag zover willen zijn dat ik mijn moeder kon verzorgen.
Dokter P2.: Ja, maar.
D.        : Maar dat, dat zie ik niet zitten.
Dokter P2.: Hoezo zou uw moeder? Is ze dan hulpbehoevend dan, of zo?
D.        : Nee, maar zij is toch ook een dagje ouder, uh,
Dokter P2.: U zegt 74?
D.        : Ja.
Dokter P2.: Ja. En die behoefte zou u hebben, dat is uh, dat is als u zegt als wij u vragen: wat zou u graag willen? Dan zegt u, nou ik zou graag mijn moeder willen verzorgen, en dan,
D.        : Ja, voor mijzelf: zelfstandig wonen, maar. De problemen die ik in de toekomst krijg, daar uh, dat merk ik dan wel weer.
Dokter P2.: Nog even terugkomend, ik heb, vroeg het net naar behandelend specialisten, in het verleden, zag ik dus, bent u bij specialisten geweest, die behandelingen zijn, ja stopgezet of laten we zeggen, dat is een eenmalig contact geweest en niet zo dat u voor het verloop om, om het verloop te vervolgen, terug moest komen bij de specialist?
D.        : Nee, en dat is echt een probleem, omdat ik ook niet weet bij welke specialist ik moet zijn.
Dokter P2.: Want ik zag namelijk in de stukken van dokter, dacht S., dat hij dokter Rug, als de, de revalidatiearts nog als mogelijkheid aangaf. Maar, ik heb verder geen revalidatiearts, uh, ja behandelingen of rapporten of contacten gezien.
D.        : Nee, en nu raakt u wel een, een teer punt. Uh, door toedoen van het G. is dat tegengehouden. En dus, ja, het is een heel doorheen gekrioel van rapporten in het dossier. En bij het R. heeft die, die man heeft vorig jaar een waarschuwing gekregen en daar zit 11 jaar tussen. Tussen zijn brief aan, de man van het R., zijn, drs. K7., zijn brief aan het G. en zijn waarschuwing zit 11 jaar tussen. Toen, in die 11 jaar is het compleet uit de hand gelopen. En uh, even kijken hoor, de eerste WAO-verzekeringsarts, dokter P., die heeft dat van die brief van het R. opgepakt en gezegd: het is psychisch. En ik was toen al bij een manuele therapeut geweest en het R. zei van we kunnen niks psychisch vinden. En ik had al bij een andere psycholoog, had ik al een gesprek mee gehad. Dus ik zei tegen dokter P. uh: ik ben bij, bij een manuele therapeut geweest, en ik heb lichamelijk klachten zus en zo. Maar hij ging uit van, van een brief van het R. en ik ging uit van wat tegen mij gezegd was.
Dokter P2.: Ja, maar nou, onderbreek ik uw even,
D.        : En dat, dat heeft er voor,
Dokter P2.: Omdat ik het niet helemaal begrijp. Laten we zeggen, ieder mens, u bent mans genoeg om brieven te schrijven overal naar toe. Dan bent u naar mijn gevoel ook in staat om via uw huisarts naar een revalidatiearts te gaan. Dan zou niemand u toch tegen kunnen houden. Ieder mens is toch vrij in zijn artsenkeuze en is vrij in, als de huisarts erachter staat, om naar een specialist te gaan. Daar kan u toch niet door hier of door wie dan ook tegen gehouden worden? U hebt toch zelf het recht om te zeggen, ik wil, via uw huisarts nogmaals, u kunt niet zo aankloppen bij de revalidatiearts van hier ben ik, maar via uw huisarts is er een mogelijkheid, of was er een mogelijkheid, begreep ik, op advies van dokter S. om eventueel die nog eens te laten kijken. Omdat dokter S. zegt: ja, ik kom er niet verder niet uit, in die zin, hij had bepaalde stands-, of houdingsafwijkingen geconstateerd en hij dacht dat misschien dan dokter R., die naam zag ik staan, ik ken hem niet verder, maar, dat dat een mogelijkheid zou zijn als revalidatiearts en, dat traject is dus verder niet gelopen zeg maar.
D.        : Nee.
Dokter P2.: U bent nooit verder bij een revalidatiearts geweest? Ook niet op advies van de huisarts of zo.
D.        : Ja in 1999. Maar dat is echt door de proble, ik verwijt dat echt het G., dat komt echt door de problemen van het G. dat dat afgesloten is. Want dat probleem wat ik schetste tussen mij en dokter P., dat is zo uit de hand gelopen. Dokter P. heeft ook mijn huisarts opgebeld en heel onvriendelijk tegen mijn huisarts gedaan. Mijn huisarts is niet voor die druk gezwicht, maar uiteindelijk wel. En toen kon ik met mijn huisarts niet eens een normaal gesprek voeren over mijn klachten. Want hij wilde daar gewoon niet meer van weten.
Dokter P2.: Ja.
D.        : En andere huisartsen, die durfden toen gewoon niet meer hun mening te geven. Mijn huisarts zei wel tegen mij, over dokter P.: dat was een zeer onvriendelijk gesprek. En hij is toen niet meteen gezwicht voor die druk. Maar, ja, ook dat rapport van die psychiater. Ik had moeite om dat gesprek met die psychiater vol te houden en aan het eind, door het verkrampen van mijn spieren, zat ik verstart in de stoel en kon ik niet zoveel meer zeggen. Zegt die psychiater van uh: nou ja, dat je zo overkomt, dat komt omdat je emotioneel functioneert als 2 à 3 jarige. En nu heeft hij wel een waarschuwing gekregen, en die man van het R. heeft een waarschuwing gekregen, maar ik zit wel met de gevolgen, en met heel die erfenis van die problemen.
Dokter P2.: Met betrekking tot, tot uw eigen toekomst. U zegt van: nou mijn hè?, ik zou graag mijn moeder verzorgen. Nou op zich is dat, daar helemaal niks tegen. Maar, hoe denkt u verder over uw eigen, eigen toekomst? U hebt op 't moment geen relatie, u hebt geen, geen vriendin of zo?
D.        : Nee.
Dokter P2.: Nee? Hoe denkt u daar verder zelf over, over uw toekomst? Nou niet zozeer over een relatie, maar over uw toekomst wat, met betrekking tot uw mogelijkheden en onmogelijkheden?
D.        : Uh, ja, hoe het met mij vergaat, daar maak ik mij niet zoveel zorgen over. Als het, als het zo zou blijven, maar, ja dan zie ik wel hoe het loopt. Maar, ik had ook bij mijn zus kunnen gaan wonen, maar ja, toen bleek dat ik gewoon zelfstandig dat gewoon niet kon bolwerken. Gewoon met afwas doen, vooral stofzuigen en dat soort dingen. En ja, voor mijn gezondheid, omdat er zoveel variatie in mijn klachten zit, direct afhankelijk van de belasting, heb ik nog steeds een beetje hoop dat het ook de goede kant op kan variëren. Maar dan zou ik dus van de oorzaak af willen. Dus door de torsie die op mijn wervelkolom staat, blijft die nek gewoon steeds verkeerd staan. Ook als ik slaap. En ik denk zelfs als mijn rug, als daar de torsie uit zou zijn, dat mijn nek dan een stuk minder belast wordt. Maar ja, dat is een,
Dokter P2.: Maar, ik stel me voor, u bent bij de manueel therapeut, wat, wat zegt die er nou van? Kijk, nogmaals ik heb u wat dat betreft, qua therapie, weinig te bieden, maar ik kan me voorstellen, als u bij therapeuten bent, dat therapeuten u wel wat te bieden hebben. Wat, wat kan een, zo'n manueel therapeut, als u zegt: ja, ik heb het gevoel, er zit een torsie in mijn, in mijn wervelkolom, en. U bent bij de manueel therapeut, wat kan hij u dan bieden? Kan, kan hij dan zeggen: nou oké, ik probeer dat toch, toch door, door bepaalde manipulaties op die facetgewrichten, of wat die met die wervelkolom ook doet, ik probeer dat wat te reponeren. Ik probeer daar iets mee te doen.
D.        : Ja maar, mijn onderrug dat lukt nu niet meer. Uh, ja dat, ik denk vanaf 1999 zit het gewoon twee keer zo hard te wringen onderin, dat krijgen ze niet meer los. Maar als gevolg daarvan, of gevolg van meer nekklachten ook tussen mijn nek en schouders staat het vaster. Dat krijgen ze ook niet los. Ik denk zelfs dat als ik zou vertellen welk probleem ik heb met boven in mijn nek, hoe onstabiel dat is, dat ze niet meer durven behandelen.
Dokter P2.: Nee nee, dat doet ook de manueel therapeut niet meer.
D.        : Als ik, ik denk als ik dat zou vertellen dat ze dat niet durven. Dus ik vertel, vertel dat gewoon niet.
Dokter P2.: Nee nee.
D.        : Ik heb röntgenfoto's zelfs bij me.
Dokter P2.: Ik heb hier geen röntgenkast, dat is dus op zich lastig om hier,
D.        : Nee, ik bedoel kopieën, afdrukken, uh.
Dokter P2.: Oh, van de verslagen.
D.        : Kopieën van röntgenfoto's. Afdrukken.
Dokter P2.: Ja maar, ik heb hier geen röntgenkast, dus ik kan ze niet tegen,
D.        : Op, op papier,
Dokter P2.: Een ding houden, ja op papier bedoelt u? Niet, daarom zei ik: u hebt de, niet zozeer de röntgenfoto's bij u, maar de kopie daarvan zeg maar.
D.        : Ja, hier, daar gaat,
Dokter P2.: Ja, precies.
D.        : Dit kost me gewoon een jaar en een heleboel mensen om dit voor elkaar te krijgen.
Dokter P2.: Die uh, die foto's gewoon dan.
D.        : Dus mijn onderrug, nou dat, dat is nog wel te zien. Dan heb ik zo'n hele mooie foto. Deze. En het kan zijn dat mijn onderrug ook m'n bekken wat scheef drukt. Want dat bekken dat lijkt hier wat smaller dan daar, maar waarschijnlijk wordt het gewoon een beetje scheef gedrukt door de verdraaiing.
Dokter P2.: Hm hm. Ja.
D.        : En de één zegt: "het is een lichte scheefstand", de ander: "lichte verdraaiing". Maar wat ik voel, is de spanning van de verdraaiing. Nou dit, dit doet niet echt pijn, maar is gewoon ongemakkelijk. En door mijn lengte heb ik bovenin wel, krijg ik wel meer de pijn.
Dokter P2.: Ja maar, u zegt uw lengte. Ik had nog even gekeken, ik zag dat vaker staan. Toen dacht ik één meter achtennegentig, ja, dat is lang, maar, ja als je nou boven de 2 meter bent, dan zeg je, ja dan hoef je ook niet in militaire dienst, dan zeg je dat wordt echt uh. Maar één meter achtennegentig is vandaag de dag, ja, ik moet zeggen, ik kijk daar niet van op. Nou ben ik toevallig geen uh, gezin met allemaal lange mensen maar, dat is in principe geen extreme lengte meer vandaag de dag, zeg maar. Dat is niet bijzonder.
D.        : Nee, maar, de lengte zit wel voornamelijk in mijn wervelkolom. En bijvoorbeeld in een,
Dokter P2.: Ja, dat is meestal natuurlijk.
D.        : In een auto, dan kwam ik met mijn schouders tegen de hoofdsteun aan. Dan dit gedeelte van mijn wervelkolom dat viel dan in een gat als het ware, en dan, mijn nek moest ik nog krom houden om erin te passen. En dat voorover gebogen zitten, dat geeft de meeste problemen.
Dokter P2.: Hm hm. Dat is lastig, ja precies. Ik kan mij voorstellen dat in een Fiat 500 of 600 zal dat niet echt makkelijk zal gaan. Dat is toch lastig, ja.
D.        : Naar, naar school toe uh, naar school toe in R.. Vier en een half jaar, uh, dus twee uur per dag zo krom in een autootje, dat ging gewoon. Ik voelde me wel beroerd en, soms, nu denk ik wel te weten waarom.
Dokter P2.: Toch uh, toch gedaan dan, ja.
D.        : En dan, die bovenrug, en fysiotherapeuten en manueel therapeuten vertellen mij dat dat een tegenreactie is, op een,
Dokter P2.: Klopt, kijk in principe is dat, dat is, dat is waar. Kijk, je moet het zien als een geheel, en als er ergens een draai zo is, krijg je een compensatie aan de andere kant, met een draai zo. Dat is op zich een terechte bewering.
D.        : Ja. En, even kijken hoor. En als u die, die lijn volgt van onderen naar boven, dan ergens hier ziet u dat die lijn als het ware niet meer doorloopt. En dit is het punt, dan zat ik met mijn muis op mijn werk rechts te werken, dan begon het daar op mijn rug te verkrampen, totdat ik mijn arm niet kon meer, kon bewegen. Toen ben ik overgeschakeld naar links, de muis links gaan gebruiken, en toen zat dit gewoon compleet verkrampt 24 uur per dag. Maar kon ik wel mijn werk blijven doen. Dus ik ben zo gewoon jaren doorgegaan en dat heeft, met die halve dagen werken, dat heeft die problemen zo op laten lopen. Maar, die torsie in mijn nek. Dat is nog een za, nee, achteraan zit. Maar mijn nek, dat is amper te zien. Uh, de tussenwervelschijven, die zijn dus in orde. Ik heb hier nog tussenwervelschijven van de zijkant van beneden. En mijn nek, ja, toen de orthopeed dat zag, toen vroeg hij aan mij: heeft u wel eens tintelende vingers? Uh, dat komt wel eens voor. Dan vond hij dat niet orthopedisch. En het is natuurlijk geen, geen gezwel, geen ja.
Dokter P2.: Maar de orthopeed had toen geen aanleiding gezien om u door te verwijzen naar de neuroloog. Of bent u toen daarna bij de neuroloog geweest.
D.        : Vanwege mijn problemen met het G. zei hij tegen mij, dat hij het wel eens even tegen de neuroloog zou gaan zeggen. Dat die ook geen diagnose mocht stellen. Ja, dat, dat zijn problemen die ik heb dus vanwege het G.. Nu zoek ik nog een mooie, ja, dat is weer beneden. Kijk dit is van mijn nek, van 1999. Maar daar is nauwelijks wat aan te zien en hier is misschien,
Dokter P2.: Nee, ik heb de verslagen ook gezien, dat er wat betreft aan de wervel, althans de beschrijvingen daarvan, waren er geen, dit is van '94 dan, geen uh, geen afwijkingen te zien. Geen kleine haakjes, geen dingen. Dat heb ik dus in het verslag van de foto's gezien.
D.        : Ja, wel uh osteo, osteofyt en zo. Maar dokter van S. heeft mij aan de hand van de röntgenfoto's uitgelegd dat er hier ook een torsie in zat, met die tweede en die derde en vierde.
Dokter P2.: Ja, dat kan dus een compensa, als het ware iets ontstaan, dat geloof ik graag, dat is uh,
D.        : Hij heeft mij ook uitgelegd dat dat osteofyt, dat betekent gewoon, doordat het verkrampt staat, dat de aan- en afvoer van stoffen minder goed verloopt, dat daardoor die verkalking kan veroorzaken. Dat heeft hij wel opgeschreven. Ja, en die MRI, uh, ik heb dus geen kanaalstenose. Maar als ik dus uh, ja gewoon alleen al op een stoel zit, en het gewoon maar laat verkrampen, dan heb ik op een gegeven moment ook niet meer de kracht om ergens naar toe te kruipen.
Dokter P2.: Maar met betrekking tot die verkramping, hebt u van de huisarts daar wel eens spierontspanners voor gekregen? Om dus de verkramping tegen te gaan. Je hebt spierontspanners zoals dat heet.
D.        : Ja maar, het verkrampt op de pijn.
Dokter P2.: Ja maar, dat, die u kon nemen. Dat is nooit uh, nooit geprobeerd?
D.        : In het verleden wel. Ook wel met slaapmiddelen, maar dat,
Dokter P2.: Nou, dat is natuurlijk wat anders dan een spierontspanner.
D.        : De slaapmiddelen werkte averechts en die spierontspanner ja, dat maakte niet veel uit voor de pijn. Daar bleef het toch op reageren. Ja, als ik een beetje mag speculeren. Maar dat is ook maar wat ik heb van wat manuele therapeuten tegen mij zeggen.
Dokter P2.: Ja, dat is voor mij toch te, dat is uit B. ook, zie ik, ja,
D.        : In B. heeft men waarschijnlijk gezocht naar een hernia, wat ik dus niet heb.
Dokter P2.: Die hebben ze niet uh, niet kunnen vinden. Nee, die hebt u niet, nee, gelukkig.
D.        : Maar daar heb ik, mensen met hernia hebben ook andere dingen. Ja, kijk, nu gaat het gewoon hier aan deze kant uh, daar gaat het flink zeer doen.
Dokter P2.: Maar ook verkrampen, dat u zegt, nou dan kun je voelen dat er een harde, een harde spierspanning ontstaat of zo?
D.        : Ja, of de pijn, of een verkeerde beweging uh,
Dokter P2.: Nee, dat vraag ik niet aan u. Kun je nu voelen dat er een harde, kijk mensen die verkampte spieren hebben, dat wordt soms keihard. Dat is echt zo hard als been zeg maar, dat kan echt buitengewoon hard aanvoelen. Het kan dus zijn dat er een spontane verkramping ontstaan dat u zegt nou, voelt u nu maar, het is keihard, er ontstaat een spanning die de pijn veroorzaakt.
D.        : Nee, ik heb mijn uiterste best gedaan om zo fit mogelijk nu te zijn, en ook met een warme douche en ik heb een heleboel kleren aan om,
Dokter P2.: Maar, dus er is nu geen spierspanning te voelen, als u zegt: nou, voelt u maar, hier zijn de spieren echt keihard, heel uh, heel gespannen.
D.        : Nee.
Dokter P2.: Mag ik eens even een keer voelen of ik dat uh.
D.        : Tuurlijk.
Dokter P2.: Eerst even zo proberen.
D.        : Kan ik hier gewoon blijven zitten?
Dokter P2.: Ja hoor, u mag blijven zitten.
D.        : Ik doe mijn best, gewoon, des te warmer dat ik ben,
Dokter P2.: Ja, gewoon uh.
D.        : Des te warmer dat ik ben, des te soepeler ik ben, dus,
Dokter P2.: Ja precies.
D.        : Dus ik probeer om,
Dokter P2.: Nee, houd u het hoofd gewoon uh, ja.
D.        : Oh.
Dokter P2.: Ja. Nee, het is een gewone spierspanning, dat je zegt, van ja, ik kan het nou niet aan u laten tonen, ja, het kan soms zo hard zijn, dat je echt, ja soort, het lijkt of je, of je bot pakt in plaats van spieren zeg maar, zo uh.
D.        : Ja, als ik. Als ik die pijnspillers, pijnstillers niet gebruik dan,
Dokter P2.: Dan zou dat ook bij u zo kunnen ontstaan. Ja, precies, dat kan ik me, kan ik me goed voorstellen.
D.        : Maar dan trekken die spieren zo hard aan die wervels, dan staan ook mijn ledematen helemaal,
Dokter P2.: Ja precies. Eventjes nog helemaal terugkomend naar het begin van ons gesprek. Wat is concreet mijn taak, dat is om vast te stellen hoe uw beperkingen zijn. Als we nou, we hebben nou een inventarisatie gemaakt van alle klachten zeg maar, wat u hebt aan klachten en hoe beperkt u dat dan? We hebben het al gehad over het lopen, ik zei: komt u wel eens buiten? Dat kwam u. U kunt dus ook lopen, om het maar heel kort door de bocht te zeggen. En als u loopt, hoe ver kunt u dan lopen? Zeg maar de winkels zijn anderhalve straat, ja, ik ken de afmetingen in ### niet. Hoever is dat lopen dan, is dat 100, 200, 300 of 400 meter? Ik heb geen idee.
D.        : Nou, zeg 200 meter.
Dokter P2.: 200 meter, en dat, dat kunt u dan lopen. De afstand van 200 meter kunt u lopen.
D.        : Ja, maar niet iedere dag. Gewoon als het goed gaat, het is lekker warm weer. En bijvoorbeeld, er is een supermarkt op 200 meter zeg maar, maar dan moet ik dus, ja nog in die schappen gaan zitten zoeken, dus dat dat doe ik gewoon niet.
Dokter P2.: Ja precies, uw moeder doet boodschappen. U doet dus zelf geen boodschappen of zo. Dat doet uw moeder wel, zeg maar.
D.        : Ja.
Dokter P2.: En kleding, als u kleding nodig hebt. Wordt dat voor u gekocht en dan past u het gewoon thuis? Of zegt u nee, dan ga ik, dan probeer ik me gewoon toch zo op te peppen dat ik mee ga of hoe hebt u dat geregeld, of koopt uw zuster dat voor u, kan natuurlijk ook. Dat is geen probleem.
D.        : Nou ja. Deze jas, toen ben ik een keer ergens naar toe gegaan. Echt om wat kleren te kopen. Ik geloof dat dat in 1997 was of zo. En dit sweatshirt dat is gewoon van toen ik nog werkte.
Dokter P2.: Ja precies, dus veel nieuwe kleren hebt u de afgelopen periode niet uh, nou u verslijt ze misschien ook niet, maar dus niet, niet gekocht zeg maar.
D.        : Oh ja, deze broek ja, en die is een jaar oud. Nou, dat is diezelfde winkels, uh.
Dokter P2.: Ja precies, maar daar gaat u wel zelf naar toe. Niet dat u zegt, nou ik koop bij Wehkamp he? of via de televisie, want dan kan het gewoon thuis, komt het bezorgd. En dan kan ik het zo uh, zo uh, via de computer bedoel ik.
D.        : Dat zou ik wel willen, maar ik zit ook met lengtematen en zo.
Dokter P2.: Ja, die hebben ze ook wel denk ik,
D.        : Ja, maar,
Dokter P2.: Maar goed dat is niet ter zake. Dat doet u dus niet. U gaat zelf naar de winkel om te passen, zeg maar, dat is uh.
D.        : Ja.
Dokter P2.: Eventjes terugkomend op wat ik al in het begin van het gesprek zei, deze functionele mogelijkhedenlijst is dus in de plaats gekomen van het andere, ja beperkingenpatroon zoals we vroeger hadden. Die is opgedeeld in twee categorieën, psychische klachten, lichamelijke klachten. U hebt al een paar keer in het gesprek laten vallen bij de, d'r is geconstateerd dat uh, psychisch was er niks aan de hand is, dus mag ik die conclusie overnemen door te zeggen: nou, psychische beperkingen zijn er niet. U hebt wat dat betreft geen problemen met betrekking tot psychische klachten, dat u zegt van: nou, ik kan daardoor niet, niet goed functioneren, ik ben erg emotioneel, of ik heb problemen met mijn geheugen of ik ben vaak in war of dat soort zaken. Dat is niet aan de orde?
D.        : Nou ja geheugen, dat is gewoon als ik duf opsta, dan ben ik de hele dag duf. En ik heb twee stiften, een pen en een stift in mijn agenda, dan schrijf ik met pen op wat ik moet doen, en met de,
Dokter P2.: Wat schrijft u zowel op in uw agenda dan? Ja, niet dat ik verder nou extreem nieuwsgierig wil zijn, maar gewoon om te vragen: wat legt u vast wat voor uzelf wat voor u van belang is bijvoorbeeld?
D.        : Ja en dan met een groene stift haal ik er een krul door als ik het gedaan heb.
Dokter P2.: Ja, maar schrijft u dan op bijvoorbeeld? Leest u eens voor wat u dan bijvoorbeeld vorige week opgeschreven hebt?
D.        : Uhm. Belastingaangifte al verzonden? En ja, dat ik hier, hier naar toe moet. Uh, pleitnotities, dat ik die even moet verzamelen, die heb ik bij me. Uh, iemand bellen, bellen naar het G. waar de ingang is, dan kan ik de auto rekening mee houden. Dat was dus vorige week en daarvoor, ja, voor die zitting, uh, een hele,
Dokter P2.: Ja precies, een aantal zaken, maar,
D.        : En dáárvoor degene bellen die met mij rijdt. Kaartje sturen dat er iemand jarig is. Uh, naar die manuele therapeut.
Dokter P2.: Precies, dat zijn op zich, ja, daarom vraag ik dat zo, het zijn logische dingen die iemand opschrijft in zijn agenda. Ik zou bijna zeggen, die schrijft iedereen in zijn agenda op. Als je zegt van ik moet ergens aan denken, daar heb je een agenda ook voor.
D.        : Als ik mijn begeleider bel, of dat hij kan rijden, dan haal ik er een krul doorheen, dat ik hem gebeld heb.
Dokter P2.: Ja precies, ja. Goed, maar wat dat betreft kun je zeggen dat is dus, zijn dus geen, geen stoornissen binnen die buiten het, het, ja de gewone dingen staan. Ik zal u zeggen hoe de vraag luidt met betrekking tot bijvoorbeeld het geheugen, dan staat er: iemand kan zich zonder ongebruikelijke hulpmiddelen, dit is een gebruikelijk hulpmiddel, net zo als iemand boodschappen doet met een boodschappenlijstje, dat is heel normaal, dat doet ieder, ieder mens, maar, dat doe ik ook bij wijze van spreken. Dat zijn zaken die normaal zijn, maar er zijn mensen die gaan op de meest waanzinnige plaatsen stickertjes plakken, omdat ze anders hun leven niet meer goed ja, op een lijn kunnen krijgen.
D.        : Nee, mijn agenda, dat is al, al m'n hele referentiepunt,
Dokter P2.: Dat lijkt bij u uh, precies, nou dat is heel duidelijk. Dus concludeer ik dat psychisch gezien zijn er geen zaken die problemen geven, het ligt puur in de lichamelijk sfeer, zeg maar. U voelt beperkingen in de lichamelijke sfeer en dat kan dus zijn, uh, ja dus van de, van de rug en de nek en die daardoor u beperken in het functioneren overdag, in uw dagelijks leven. Dat is een duidelijk zaak. Goed, we hadden het al eventjes over lopen. Ik heb al, halverwege het gesprek gevraagd, traplopen. U zegt nou ik slaap boven, ik kan, ik kan traplopen, dat is geen uh probleem.
D.        : Ja, ik heb ook een eigen huiskamer boven ook, dus,
Dokter P2.: Oh, in een eigen unit als het ware, dat u zelf.
D.        : Ik ben meestal boven, uh.
Dokter P2.: Ja ja, gewoon een eigen, eigen unit. Maar brengt uw moeder u eten boven, of gaat u wel gewoon beneden eten.
D.        : Nee, ja, dat doe ik wel beneden.
Dokter P2.: Dat wel, doet u wel beneden. Maar u hebt ook uw eigen televisie op uw kamer en uw eigen computer gewoon,
D.        : Ja.
Dokter P2.: Allemaal boven, op uw eigen woonkamer, of gewoon woon/slaapkamer dan, ja.
D.        : Nee, twee kamers, huur ik.
Dokter P2.: Oh, dat is helemaal uh luxe. Met betrekking tot uh, tot eten, ja, dat zijn op zich hele normale handelingen. Maar dat lukt ook zonder problemen? U kunt gewoon ja laten we zeggen, heel simpel, uw vlees hoeft niet gesneden te worden door uw moeder, u kunt normaal uh, normaal eten?
D.        : Nee, maar, ja bij, bij veel, bijvoorbeeld een brief schrijven aan één stuk door dat lukt me niet. Ik kan wel, kan wel,
Dokter P2.: Wat, wat is dan het, ik kan beter zeggen, maar het naar voren kijken of, of het bewegen van de handen? Wat is het probleem?
D.        : Nou uh, gewoon een stukje opschrijven lukt wel, maar dan heb ik gewoon op een gegeven moment te weinig controle, dat kost mij teveel inspanning. Dus ook met soep eten heb ik soms wel eens te weinig controle, dan uh, als de problemen teveel oplopen. Maar dat kan dus allemaal, doordat ik gewoon, zoveel ga rusten, en dan gewoon weer ga liggen.
Dokter P2.: Ja, dat is een patroon, dat gaf u al aan, dat is door de dag en nacht verdeelt. Dat maakt niet uit. U komt er 's nachts, komt u uw bed uit, en dan zegt, nou voel ik me toevallig fit. Dan komt u 's nachts uw bed uit. Dus wat dat betreft hebt u geen strak dag- en nachtritme. U leeft los van de tijden.
D.        : Nou, ja, het maakt mij niet uit, maar de afgelopen tijd had ik toch wel een redelijk, dan, ik ga 's nachts dus niet nog met brieven bezig doen, met het G..
Dokter P2.: Nee precies, u houdt gewoon, houdt wat dat betreft, houdt u toch, probeert u dag- en nachtritme aan te houden.
D.        : Ja.
Dokter P2.: Als u nou een gewone dag neemt zeg maar of een paar dagen gemiddeld, maakt niet uit. Uh, hoeveel over de dag rust u dan en hoeveel overdag bent u bezig met televisie kijken, met computeren, met, met andere zaken, voor uzelf bezig zijn. Uh, dat even tussen ha, bent u wel eens voor anderen bezig? Doet u wel eens op uw computer, laten we zeggen, gunst ik maak iets voor de, voor de kerk of ik maak iets voor een, een bejaardentehuis of ik doe iets voor mensen die daarom vragen van wil je even voor mij iets op de computer opzoeken, want ik ben daar niet zo handig in, of iets dergelijks?
D.        : Nou, ik probeer voor iemand verjaardag iets te maken, wat ik ook zelf leuk vind om te maken en hopelijk vindt diegene het leuk, ook leuk om te krijgen. Maar uh, ja ik denk dat het nu wel een eind over is, omdat ik nu meer problemen heb.
Dokter P2.: In welk opzicht, hoe bedoelt u dat?
D.        : Ja, gewoon meer last van mijn nek de laatste tijd. En voor dit jaar,
Dokter P2.: Is het een perioden beter geweest dan, omdat u zegt: nou ik heb nu meer last, want kijk, op een gegeven moment,
D.        : Ten opzichte van een jaar geleden,
Dokter P2.: Ja, ja, is het meer nu?
D.        : Ja. En dat is twee keer echt te ver gegaan met die zaken, uh, met die beroepszaken uh. Dat ik gewoon te lang achter mijn computer, en te veel dagen achter elkaar, daar te lang mee bezig was.
Dokter P2.: Toen u naar R. bent geweest, u vertelde dat moest voor de rechtbank. Neemt u dan ook wel uw eigen stoel mee, dat u zegt, nou dan kan ik toch in ieder geval goed zitten?
D.        : Ja.
Dokter P2.: Ja, dat geeft geen problemen zeg maar. Dat, dat wordt gewoon geaccepteerd ook wel, dat geeft niet.
D.        : Tuurlijk.
Dokter P2.: Ja, ja, ik ben er nooit geweest, dus dat zegt mij verder weinig.
D.        : Uh, maar anders dan, dus zondags dan deed ik niet, niks aan het G. en als ik dan toch gewoon ontspannen genoeg voelde, en ik kon wat doen, dan probeer ik wat leuks te maken.
Dokter P2.: Gaat u wel eens op bezoek met uw moeder, dat u zegt, nou naar, eventueel andere familieleden of zo, op het dorp of in de buurt?
D.        : Ja, een paar keer per jaar, één keer per jaar of. Ik heb opgeschreven dacht ik één tot vier keer per jaar.
Dokter P2.: Oh, heb ik niet. Maar neemt u dan ook uw stoel mee zeg maar, dat is wel?
D.        : Ja.
Dokter P2.: Dan dat, dat wel, ja.
D.        : Ja, het is zelfs zo, uhm, ja gewoon, tegenover mij zit iemand die verkoopt zulke stoelen dus. En heb ik de rugleuning van deze stoel heb ik zelfs aangepast. Want dat bovenste deel, dat kwam naar voren, waardoor mijn rug weer in zo'n gat viel en krom gebogen werd. Dus, deze, die uh, die rug van die stoel die is, die een beetje teruggebogen, dat ik gewoon over mijn wervelkolom steun heb.
Dokter P2.: Ja precies.
D.        : Dus die, voor mij geeft die goed steun.
Dokter P2.: Waar ik nou eigenlijk nog onvoldoende inzicht in heb, van ja, laten we zeggen dat, dat over de dag verdeeld rusten, uh. Ja u komt 's morgen uit bed, douchen, eten, ontbijten en dan, gaat u dan gelijk weer rusten of zegt u: nee, dan ga ik juist achter m'n computer of dan kijk ik iets 's morgens televisie? Of dan ga ik, probeer ik een rondje te doen als het goed weer is. Het zijn een paar dagen is het goed weer geweest. Hoe ligt, hoe ligt het ochtendschema?
D.        : Nou, proberen een rondje te doen, gewoon de loopbeweging, gewoon een normale loopbeweging, dat is gewoon nadelig. Vanwege dat links-rechts effect, dat werkt gewoon direct in op mijn nek.
Dokter P2.: Hoe bedoelt u dat? Hoe moet ik dat mechanisch proberen te verklaren? Hoe bedoelt u dat?
D.        : Nou gewoon, het ene been voor het andere zetten, gewoon. Dan draait, daarop draait mijn wervelkolom een beetje en dat voel ik in mijn nek.
Dokter P2.: Ja maar, ik neem toch aan dat u in bij, in huis ook wel loopt, al was het maar om naar het toilet te gaan, of iets dergelijks?
D.        : Ja gewoon, maar dan rustig aan. Ik ga dus niet echt wandelen of niet echt een rondje maken.
Dokter P2.: Ja maar, u zou toch ook buiten ook gewoon rustig kunnen lopen, dat hoeft toch niet speciaal,
D.        : Ja, dat doe ik dus wel, gewoon in de tuin achter, uh,
Dokter P2.: Ja precies.
D.        : Achter het huis, gewoon een beetje kijken hoe alles groeit. Gewoon een beetje slenteren, zeg maar. Maar ik ga dus niet 's ochtends gelijk ontbijten, wassen, tandenpoetsen, alles doen. Ik eet een appel, ik beweeg een beetje, drink wat, en dat, dan probeer ik wat tijd aan het G. te besteden, en gewoon en,
Dokter P2.: Ja, ik, dat vind ik, voortdurend komt dat G. weer, bijna een baan, ik zou zeggen: werkt u bij het G.? Ik hoor voortdurend het G. voorbij komen, waarbij ik stel, denk dan, ja iedere dag met het G. bezig zijn, dan zou het toch, toch uh,
D.        : Ja, iedere dag een beetje.
Dokter P2.: Maar wat moet ik mij daar dan bij voorstellen? Wat doet u dan allemaal voor het G.?
D.        : Ja, brieven schrijven, dingen nakijken, artsen bij het medisch tuchtcollege aanklagen.
Dokter P2.: Ja ja. Dus daar bent u eigenlijk voornamelijk druk mee.
D.        : Brieven van advocaat doorlezen.
Dokter P2.: Ja, dat hebt u al eerder gezegd, maar
D.        : Ja, maar,
Dokter P2.: Die komt dus iedere keer, laten we zeggen, hoe vaak hebt u met uw advocaat contact? Is dat iedere dag of zo, of uh?
D.        : Nee, maar toch, die brieven moet ik toch wel door, even doornemen die hij stuurt.
Dokter P2.: Ja, en de brieven die u dan, moet hij die ook doornemen of zo? Of hoe hoe, is dat een wisselwerking, dat u allemaal brieven schrijft, die hij dan door moet nemen. Hoe moet ik dat zien?
D.        : Nee, nee, er wordt, het is niet dat er allemaal brieven heen en weer gaan, maar dan, de UWV stuurt weer stukken naar de rechtbank. Die stuurt weer naar mijn advocaat en mijn advocaat stuurt gewoon alles weer naar mij. Dus die moet ik toch allemaal bekijken. Als hij zijn pleitnotities schrijft dan uh, dan dring ik er bij hem op aan dat hij het ruim van te voren doet, omdat het mij erg veel moeite kost. En dan,
Dokter P2.: Ja ja. Heeft de rechtbank nog, u door een deskundige na laten kijken of zo, of is dat al eerder gebeurd dan? Want dat gebeurd ook vaak dat een rechtbank dan een deskundige aanwijst hè?, om eventueel,
D.        : Ja, dat was psychiater E. die een waarschuwing heeft gekregen.
Dokter P2.: Ja, dat is dan toch zeer lang geleden geweest,
D.        : Ja, '94.
Dokter P2.: Maar ik bedoel dus nu recent, voor de, de meest recente rechtbank. U zei: ik ben, onlangs, daarom kon u niet bij mij komen, bent u bij de rechtbank geweest.
D.        : Ja.
Dokter P2.: En daar hoefde u niet verder voor door artsen onderzocht te worden, bedoel ik. Dat is, was toen niet aan de orde.
D.        : Nee. Maar die rechter die uh, die moet nog uitspraak doen.
Dokter P2.: Oh dat is nog niet bekend.
D.        : Over een week of vijf, uh.
Dokter P2.: Ja ja. Maar nogmaals, u bent dus niet toen door een arts onderzocht, u bent dus recentelijk niet op advies van de rechtbank door een arts onderzocht.
D.        : Nee. Nee.
Dokter P2.: Nee.
D.        : Ik heb nog het recht op een second opinion, maar ja, ik zou niet weten wie. Ik weet nog geeneens welk specialisme.
Dokter P2.: Ja ja.
D.        : Dat er beweegbeperkingen zijn, nou, dat is bekend, maar in hoeveel en hoeveel mate dan onstabiliteit aanwezig is, ik weet niet wie dat kan bepalen.
Dokter P2.: Ik zag in de verhalen ook staan dat u af en toe een kraag gebruikt. Gebruikt u die niet meer of zegt u: ja die heb ik ook nog wel eens om. U hebt hem dus nu niet om dan, maar,
D.        : Ja in, in de auto.
Dokter P2.: Meteen in auto dan.
D.        : Ja.
Dokter P2.: U hebt nu u hier naar toe ook omgedaan? Ja ja.
D.        : Ja. En m'n begeleider, die moet dan ook langzaam door de bochten en langzaam optrekken.
Dokter P2.: Krijgt u van de manueel therapeut nog stabiliserende oefeningen mee? Dus u zegt: het is, ik heb een gevoel van onstabiliteit van mijn nek. En dan kun je dus kunnen zeggen nou, je kunt stabiliserende oefeningen misschien daar voor doen, om die nek wat stabieler te krijgen.
D.        : Ja, die had ik dus. Uhm, dat waren die kruisspieren, ja ik weet het niet precies meer. In ieder geval mijn, mijn kin tegenhouden en dan mijn hoofd zachtjes naar links drukken.
Dokter P2.: Ja.
D.        : Dat was er voor bedoelt om die tweede nekwervel, dat die naar links draait, en klemzet, om die tegen te houden. En dat bij, bij mijn hoofd een beetje voorover en een beetje verschillende standen. En die deed ik een maand of twee toen, en dat hielp echt. En toen had ik een periode, kon ik ze niet kon doen, vanwege mijn werk, dat het teveel verkrampt zat. Toen werd het ook minder. En later ging ik ze weer doen, toen hielp het ook echt weer. Dus echt wel bewezen dat die hielpen. Dat was van de osteopaat in uh, in G..
Dokter P2.: Ja, hm hm.
D.        : En hij iedere keer maar vragen van: ja helpt toch wel echt, en: pas op dat je het niet teveel doet en. Maar toen kwam, in '97, de klachten in één maand tijd zoveel toe namen, en sindsdien als ik die probeer te doen, dan neemt de verkramping van de spieren eerder toe, en de problemen, dan dat ik het voordeel van heb.
Dokter P2.: Ja, ja. Hebt u nu een beperking in uw nek? Ik bedoel te zeggen, als ik nou, u zit en iemand roept en u kijkt achterom, tot hoever kunt u komen zeg maar, als iemand u zou roepen of u moet ergens kijken, of uw moeder zegt van kijk eens hier, of zo. Hoever kunt u dan? Wat, wat zijn uw beperkingen met het draaien van de nek, of bewegen van de nek?
D.        : Niet zover als normaal, maar het is,
Dokter P2.: Nou, laat u maar zien, dat is vrij makkelijk, ik zit voor u, dus u kunt uh,
D.        : Pfft, ja. En rechtsom, dat is alleen maar pijn, maar linksom is, dan is uh, ben ik gelijk duizelig. En het probleem, als ik bijvoorbeeld mijn stoel een beetje zo zou zetten en dan mijn hoofd zo houden naar u kijken, en dat geeft achteraf gewoon de meeste problemen.
Dokter P2.: Dus in dezelfde stand gefixeerd houden zeg maar.
D.        : Ja.
Dokter P2.: Ja precies. Dus bewegen zou nog wel gaan, maar het in dezelfde stand gefixeerd houden, dat is uh, dat is lastig?
D.        : Mag ik mijn bandje misschien even omdraaien?
Dokter P2.: Ja, natuurlijk.
(D. draait bandje om)

Dokter P2.: Met betrekking tot aankleden. Hebt u daarvan, als u zegt, nou ik moet m'n sokken of schoenen aantrekken. Hebt u dan bepaalde hulpmiddelen of zegt u nee ik kan wel voorover bukken om m'n schoenen of m'n kousen aan te trekken?
D.        : Ja nou, dat doe ik liever niet. Maar dan zoek ik iets op om m'n voeten op te zetten.
Dokter P2.: Ja maar, een keer moet u toch, tenzij u met uw voet zo hoog kunt komen, maar dat lijkt mij onwaarschijnlijk.
D.        : Nee, gewoon m'n voet iets hoger, en een beetje bukken, dan uh,
Dokter P2.: Ja, precies, dus dat lukt wel. U kunt wel zo dan naar voren bukken om uw schoenen en kousen aan te trekken.
D.        : Ja.
Dokter P2.: Het enige wat ik nu nog problematisch vind is het feit dat u dus aangeeft van toename van de stabiliteit, maar eigenlijk heb ik nog geen, ja je zou kunnen zeggen, nieuwe gezichtspunten gehoord. Iets nieuws waarvan ik zeg, dat ben ik nog niet tegengekomen, waardoor ik het duidelijk in beeld krijg waardoor de klachten, ja erger zijn geworden, waardoor u zegt: ik voel mij meer beperkt, ik heb meer last van dat, van die onstabiele wervels zeg maar. Want het verhaal zoals u het verteld is eigenlijk wat al in het verleden ook was, zeg maar. U grijpt dus terug naar van '97 zeg maar. Wat is er nu dan, tussen misschien vorig jaar, of zo, en nu, nog essentieel veranderd? Dat u zegt: nou dat merk ik van dat was toen niet en nu wel.
D.        : Ja, hoe, hoe, hoe bedoelt u? Gewoon mijn klachten, of wat ik kan doen?
Dokter P2.: Nee, ja precies, in de beperkingen waar u tegenaan loopt van dat kon ik toen wel en nu niet.
D.        : Uhm, ja, iets, iets scheef doen. Vanwege bovenste nekwervels is gewoon een muis gebruiken, en ik heb een voetenmuis, uh, dan kan ik dus gewoon dit helemaal laten rusten, en laten hangen,
Dokter P2.: Hm hm. Hoe heeft u uw beeldscherm staan? Is dat hoog of zo? Of uh, of zegt u nee, het staat het gewoon, ja zo?
D.        : Ja, gewoon. Nee, nee, precies op de goede hoogte voor mij allemaal.
Dokter P2.: Ja, daar hebt u bepaalde hulpdingen of zo voor. Hoe hebt u dat gebouwd dan, dat het hoog staat.
D.        : Ja, er staat iets onder uh, voor de geluidsboxen en iets. En daar kan ik gewoon iets aan toevoegen of iets er af halen.
Dokter P2.: Ja precies, maar uw scherm zeg maar. U heeft een tafel met verhoging, ik zag, een aangepaste tafel en daar staat hij op, of zegt u, nee hij staat apart, een aparte uh,
D.        : Nee, hij staat op die tafel.
Dokter P2.: Ja ja.
D.        : En ook met een gebogen toetsenbord, en allemaal dat soort dingen. Maar ook, ook gewoon zitten, dan gaat het bovenin ook sneller gewoon verkrampen.
Dokter P2.: Ja maar wat bedoeld u met het verkrampen. Ik heb dus net aan uw spieren gevoeld en dan zeg ik ja, ik voel dus geen harde verkrampte spieren. Is dat in uw gevoel dat het dan verkrampt is? Want, als je zegt, constateren, dus objectief voelen, dan is dan een uh,
D.        : Nee, ja, nu, nu loop de pijn, nu loopt de pijn op, en achteraf gaat daar mijn spieren verkrampen.
Dokter P2.: Oh, dus na de pijn, eerst begint het met pijn en dan gaat het pas verkrampen. Het is niet zo dat u pijn krijgt van de verkramping?
D.        : Ik denkt dat het allebeide is. Nu, kijk nu moet ik praten, dat kost ook moeite. Maar gewoon zo rustig zitten, in mijn eigen stoel, ja, nu loopt vooral de pijn op. Maar ik denk dat scheef zitten met de computer, met die muis, dan, dan gaat het als eerste toch trekken er aan.
Dokter P2.: Ja maar, u heeft het steeds over computer. U hoeft van mij bij wijze van spreken niet achter de computer te zitten, dat, dat is, dat is een voorbeeld wat u geregeld aanhaalt, maar ja je kunt ook gewoon zo zitten en iets anders doen aan een, aan het bureau. Je hoeft niet achter de computer, je kunt ook iets schrijven of iets maken of iets uh, iets doen zeg maar. Dat is uh, je hoeft niet speciaal scheef met die muis te zitten.
D.        : Nee maar ja, gewoon muziek luisteren en zo, dat heb ik ook allemaal op mijn computer uh,
Dokter P2.: Ja, ja.
D.        : En foto's op bekijken doe ik bijvoorkeur op de computer.
Dokter P2.: Alles met de computer, uh,
D.        : Dat kan ook zonder muis allemaal.
Dokter P2.: Ja.
D.        : Dat is voor mij gewoon makkelijker, uh,
Dokter P2.: Ja, dat is gewoon u, nieuw ja, zeg maar, de moderne manier van, van werken, alles met de computer, eigelijk misschien.
D.        : Ja, als ik met papieren, dan moet ik weer gaan bukken, de papieren beet houden, dat is allemaal lastig.
Dokter P2.: Nog even terugkomen op die beperkingen wat ik zei in de, in de lijst. Als je dus, wij hebben hier dus, werken met een toetsenbord, hoelang zit u in principe achter de computer als u dus iets af moet maken? Dat u zegt nou ik heb een redelijke dag, een gewone dag, is dat, moet ik dan in minuten, in uren, in kwartieren. Hoelang ongeveer zit u dan achter de computer?
D.        : Gemiddeld kom ik niet aan een uur, een half uur wel.
Dokter P2.: En dan gaat u even liggen of gaat u wat anders doen, ieder geval veranderen dan zeg maar.
D.        : Ja maar, dan is het voor die dag dus zo'n beetje gebeurd, na een uur.
Dokter P2.: Ja dat, doet u die, 's morgens een half uur en 's middags een half uur, dat u het zo over de dag verdeeld dan. Of vier keer een kwartier of zo, dat kan natuurlijk ook.
D.        : Nee, ja, meestal probeer ik 's ochtends gewoon wat te doen en dan, ja als ik en goede dag heb gewoon een uur. En dan kan ik natuurlijk later die dag kan ik natuurlijk nog wel wat muziek luisteren op m'n computer.
Dokter P2.: Ja precies. Hebt u verder nog contact met leeftijdsgenoten? Ik bedoel hebt u vrienden van school of mensen die bij u thuiskomen nou, omdat u zegt: nou het voor mij moeilijker om ergens naar toe te gaan.
D.        : Uh, nou, voornamelijk toch wel familie. Daar komt het op aan.
Dokter P2.: Familieleden, ja, ja.
D.        : Ik heb wel contact met oud-collega, en oude vrienden.
Dokter P2.: Maar komen die bij u thuis, of is dat via de e-mail of zo, of is het dat, dat ze bij u op bezoek komen ook?
D.        : Ja, ook wel e-mail.
Dokter P2.: Voornamelijk e-mail dan?
D.        : Dus de één, en bijvoorbeeld familie, nou dat is iedere twee weken wel een berichtje en anderen dat is gewoon een paar keer per jaar.
Dokter P2.: Ja berichtjes, maar ik bedoel dus gewoon naar iemand toe. Dat is voor u misschien lastig, maar dat ze naar u toekomen. Dat u dus gewoon contact hebt met uh,
D.        : Ja, dat gebeurt ook wel, met oud en nieuw komen ze wel naar mij toe.
Dokter P2.: Ja ja. Dat is één keer per jaar dan.
D.        : Ja. En dan ga ik dus een paar keer per jaar ergens anders naar toe, dat m'n moeder me met de auto brengt.
Dokter P2.: Uw moeder rijdt zelf auto nog, dan.
D.        : Ja.
Dokter P2.: Dan rijdt u met uw moeder mee.
D.        : Ja, ook gewoon in hetzelfde dorp naar mijn zus of een keer naar familie een beetje verder weg. Ja het is niet veel, maar het is ook niet, voor, ik heb ook niet een hele dag, om een hele dag wat te doen. Dus als ik.
Dokter P2.: Want? Waarom hebt u geen hele dag om dingen te doen? Een deel van de dag ligt u op bed wou u zeggen. Of een deel van de dag moet ik uitrusten.
D.        : Ja, dan voel ik me te beroerd om, om serieus ergens mee bezig te zijn.
Dokter P2.: Ja ja. Laten we zeggen een half deel, een halve dag is voor u in te plannen voor dingen en de andere helft van de, de andere helft van de dag moet u gewoon bijkomen van de activiteiten die u hebt gedaan dan.
D.        : Ja maar, ook als ik niks doe dan, dan kan ik toch nog een deel van de dag weinig doen. Gewoon dat ik hier zit, daar hou ik gewoon lang van de voren rekening mee. En nu moest ik dan dinsdag en woensdag uh, nog wat, die papieren opzoeken, maar daarna doe ik gewoon zo weinig mogelijk voor dit gesprek. En achteraf dan merk ik wel de problemen, dus deze week doe ik ook niet zoveel meer.
Dokter P2.: Nee nee. Wat ik nog aan u wilde vragen met betrekking tot die contacten bij de manueel therapeut. Heeft die nooit eens tegen u gezegd van: goh, zoek het, zoek het nog eens elders. Hebben ze u nooit adviezen gegeven, mogelijk uw huisarts ook om dan nog eens, omdat u zegt: ik zou niet weten bij welke specialist ik zou moeten. Maar is daar verder nooit een suggestie gedaan door iemand uit de behandelende sector?
D.        : Ja, ja, uhm, die fysiotherapeut die had een uh, ja die dacht ook aan een manel, manuele therapie. En die dacht aan iemand met een iets andere methode. En die woonde in, ik weet niet, ergens achter G.. Maar dat is, dat is net te ver weg, want dat was heel de reis naar G., dan door dat dorp heen, de afslag heen, en daar nog zitten wachten, dat duurde gewoon allemaal zo lang, dan stond het al verkrampt nog voor dat ik bij hem was, en,
Dokter P2.: Ja, en misschien dat hij het dan op kon lossen natuurlijk, als dat zijn specialiteit is, wat daar uh,
D.        : Nee dan, als het verkrampt zat, dan lukt dat gewoon niet meer. Dan kan hij gaan trekken wat hij wil.
Dokter P2.: Dan lukt dat niet?
D.        : Nee.
Dokter P2.: Nee. Is dat wel eens geprobeerd? Is er, bent u wel eens in een verkrampte toestand bij de manueel therapeut geweest? Die dan geprobeerd heeft om wat, wat te doen?
D.        : Ja. Ja zeker.
Dokter P2.: Is het voor mij zinvol om bij de manuele therapeut nog informatie op te vragen over de toestand van die verkramping? Omdat ik het nu zelf niet kan constateren. Ik heb net gevoeld aan uw spieren, ik voel geen verkrampingen. Ik, ik voel gewoon normale spierspanning die ieder, ja, die uh,
D.        : Nou, ja het begint nu wel te hier verkrampen, omdat met linksom,
Dokter P2.: Zou het uh, kan hij, kan de, kan de manueel therapeut dat mogelijk, heeft hij dat geconstateerd, dat ik aan hem vraag van, wil mij vertellen hoe dat dan is? Zou dat zinvol zijn? Of zegt u: nou ik die, ik weet ik niet.
D.        : U kunt bijvoorbeeld uh, dan zou ik D. opbellen, die, waar ik één keer per jaar naar toe ga.
Dokter P2.: Ja, dat is natuurlijk nou niet zo dat je zegt, uh,
D.        : Nee maar, daar ben ik in het verleden veel meer geweest en hij, hij kent mijn hele wervelkolom.
Dokter P2.: Ja, maar het gaat natuurlijk om hoe het nou is hè? U bent, ik vroeg, daarom vroeg ik: wanneer bent u bij het laatst bij de therapeut geweest, dat bleek dus de manueel therapeut op 1 maart te zijn, dan zeg je nou, dat is iemand uh, met de meest recente of, ja 1 maart, de meest recente informatie over uw situatie. Hoe hoe het, hoe hij het geconstateerd heeft, toen u uh, toen u was. Ik denk dat dat, althans mijn idee zou zijn dat die misschien de meeste recente informatie. Waar u een jaar geleden geweest bent, is natuurlijk niet relevant van hoe het nu is, het heden. En dat zou natuurlijk die manueel therapeut zou dat wel misschien kunnen weergeven.
D.        : Ja, dat weet ik niet. Hij, ik denk, weet niet of hij medisch zo onderbouwd is.
Dokter P2.: Ja, als u zegt: ik geef geen toestemming, nou dan geeft u geen toestemming. Als u zegt: nou dat zou misschien voor mijn zaak van belang zijn dat hij die informatie geeft, dan zou ik zeggen, nou dan zou ik u om uw toestemming willen vragen om bij die manueel therapeut dan informatie op te vragen. Hoe de situatie op 1 maart was toen u bij hem kwam, omdat u zei: toen ik toch weer bijzonder veel uh, veel problemen.
D.        : Ja, ik, dan zou ik toch eerst aan hem willen vragen. Maar,
Dokter P2.: Wat bedoelt u daarmee?
D.        : Of u hem op mag bellen of zo.
Dokter P2.: Nee dat, bellen heb ik nooit wat aan, ik wil het altijd graag zwart op wit hebben. Want het is altijd lastig, het is, iemand kan van alles zeggen en dan zeggen: nou dat heb ik niet zo bedoeld. Het is altijd prettig om gewoon zaken zwart op wit te hebben. Dat is iets, ik vraag ook altijd een schriftelijke toestemming en een schriftelijke, ja brief, gewoon een schriftelijke vastlegging van wat hij toen bij het onderzoek, en dat heeft hij ongetwijfeld opgeschreven, dat is ja, dat is normaal, zo werken mensen. Dat ze de punten vastleggen wat ze geconstateerd heeft. Dus dat zal hij vastgelegd hebben en dat zou dan mogelijk meer inzicht geven in hoe het dan op zo'n situ, op zo'n moment is, als u veel problemen heeft.
D.        : Ja, dat, dat is niet anders dan nu hoor. Dan doe ik ook mijn best om het zo ontspannen mogelijk te houden.
Dokter P2.: Ja, maar hij heeft dus niks te, geconstateerd waarvan u zegt: dat zou voor mij van belang zijn.
D.        : Ja hij maakt het vooral los. Maar dat is gewoon hetzelfde. Er zit ook een brief van de manewele, manuele therapeut in,
Dokter P2.: Ja maar dat is al oud hè?
D.        : zeven, '97.
Dokter P2.: Ja precies. Daar heb ik niks aan. Want we hebben nu 2004.
D.        : Van hem is hetzelfde,
Dokter P2.: Het gaat om de actuele situatie. Het gaat om hoe het nu is, dat is voor mij van belang. Wat in het verleden gebeurd is, is allemaal uitgebreid bekeken. Het gaat om hoe de nu de situatie is en wat er nu door een behandelaar, een manueel therapeut in dit geval, op 1 maart 2004 geconstateerd is. Dat zou ik graag, ja zeg maar, vastgelegd zien en en kunnen bekijken van toen is dat en dat geconstateerd. Dat is natuurlijk van belang voor de onderbouwing, voor uw verhaal.
D.        : Maar ik denk niet dat, hij zo duidelijk naar kijkt, maar dat zal op hetzelfde neerkomen als wat nu al in het dossier zit.
Dokter P2.: Ja en dat is tuurlijk toch, dat je zegt ja, er zijn er misschien wel, vooral in beleven dingen, maar in de praktijk is er minder, ja hard vastgelegd, zeg maar, in de, in de gegevens die nu in het dossier zitten, waar je wat mee, mee kunt, bij wijze van spreken. Want zoals u aangeeft, die, die torsie, er zijn ongelofelijk veel mensen die die problemen hebben, die, er wordt wel eens gezegd door specialisten: als je tien mensen van de straat plukt, zijn er misschien acht met afwijkingen, zonder dat ze het weten. Dus wat dat betreft is dat geen, dat je zegt nou dit is het harde bewijs dat u erg veel beperkingen heeft. Dat is gewoon wat dat betreft zeg je: het een constatering van een houdingsafwijking die gedaan is door dokter S., maar waarvan je zegt: het kan, maar nogmaals, het is niet het, ja voor zover je van bewijzen kunt spreken, het is lastiger omdat het al zolang geleden is. Nu 2004 zijn er mogelijk door de manuele therapeut, ja verkrampingen of dingen vastgesteld in uw spierstel, waarbij je zegt: nou, dat is toch een constatering, waaruit voortvloeit dat iemand zeer veel pijn moet hebben, zeer veel beperkingen heeft, waardoor het functioneren minder is dan geconstateerd is door de artsen in het verleden. Het gaat erom om het vaststellen van de toename van de beperkingen.
D.        : Ja, ik denk niet dat het veel oplevert. Ik kan het aan hem vragen. Of hij daartoe bereidt is, maar,
Dokter P2.: Ja, nou het is, ja ik wil het met alle plezier ook vragen, want dat is, dat is geen enkel probleem. Als u zegt,
D.        : Die andere, die, die,
Dokter P2.: Ik geef daar toestemming voor, dan, dan kan ik dat zonder meer opvragen. Dat is geen probleem.
D.        : Ik denk dat die andere meer onderbouwing hadden, dan die waar ik geweest ben pas.
Dokter P2.: Maar waar u dus nu pas geweest bent, dat een andere dan? Daar gaat u niet altijd naar toe?
D.        : Nee uh, bij D., osteopaat, die uh, ja, hij ziet het niet zitten om mij iedere keer te behandelen. Dus hij zegt gewoon: kom maar één keer per jaar. Maar hij kent mij dus wel en, ja een heleboel kennis van hij, verteld hij, zus en zo, dat inderdaad het ene een tegenreactie is op het andere.
Dokter P2.: Ja, maar dat, nogmaals, dat zijn allemaal dingen, maar dat is op zich ook geen, geen, iets waarvan je zegt: daar kun je wat mee. Dat is gewoon een constatering, dat zei ik al, daar ben ik het helemaal mee eens. Dat er een reactie ontstaat als je iets hebt, je gaat hier draaien, krijg je aan de andere kant een compensatie. Dat is een, gewoon een constatering, dat iets waar ik, ja niet zoveel mee kan, laat ik het zo zeggen. Dat geeft geen, geen directe onderbouwing, in dit geval zeker niet van toename van de, van de klachten.
D.        : Nee, ja, dus ik, ik kan het aan hem vragen, maar zo, zo nauwkeurig kijkt hij niet, denk ik.
Dokter P2.: Maar hij heeft u toch onderzocht neem ik aan, anders had, kan hij u toch niet behandelen? Als hij u 1 maart onderzocht en behandeld heeft dan moet hij toch iets weten waarop, wat hij moet behandelen. Hij weet toch weten op welke wervels of op welke plaatsten hij moet manipuleren om het goed te krijgen.
D.        : Hij is meer uh, hij is meer chiropractor en hij maakt het gewoon over de hele wervelkolom los. Over de hele wervelkolom maakt hij het los.
Dokter P2.: Dus het is geen officiële manuele therapeut? Dat is dus een ander, een chiropractor is wat anders dan iemand die manueel therapeut is, gediplomanee, gediplomeerd manueel therapeut.
D.        : Ja er zijn er zoveel, er zijn ook artsen voor manuele therapie. Maar uh,
Dokter P2.: Goed, laten wij het zo afspreken, overlegt u met uh, met die meneer even dan. Hoe was zijn naam? Vaneer die manueel therapeut?
D.        : A2..
Dokter P2.: De heer A2., A2. zegt u?
D.        : A2..
Dokter P2.: A2., grappige naam. En zijn adres, of in ieder, waar woont hij, of waar zit hij, waar houdt hij praktijk?
D.        : M..
Dokter P2.: M., manueel therapeut. Goed laten wij dat zo afspreken, u vraagt aan hem of hij bereidt is om informatie te geven en als hij daar niet toe bereidt is, nou dan laat u mij dat even weten, als hij daar wel toe wel bereidt is, dan vraag ik aan u om een machtiging te tekenen en dan vraag ik aan hem de informatie. Dat is dan misschien de handigste weg.
D.        : Ik kan nog, als hij daar bereidt is, dan kan hij toch gelijk op papier zetten, uh,
Dokter P2.: Ja maar, laten we zeggen, dan moet u hem wel toestemming geven, dat u dat mij, naar mij toestuurt. Hij mag dat niet zonder uw toestemming doen, je hebt de weg op, bescherming van de persoonsgegevens.
D.        : Dat kan, dat kan toch ook, ook via mij bijvoorbeeld.
Dokter P2.: Oh dat kan ook, tuurlijk, als u het zelf naar mij opstuurt is dat geen enkel probleem.
D.        : Of ik stuur het op, of laat weten of het uh,
Dokter P2.: Ja, akkoord is en dat u dan een machtiging ondertekend dat dat uh, dat het in orde is dan. Want dat, ik wil wel graag zwart op wit hebben dat u toestemming geeft dat hij dat naar mij toe mag sturen. En als u dat zelf doet en u schrijft zelf een brief erbij, ja, uiteraard geeft u toestemming als u iets naar mij toestuurt, dan doet u dat niet gedwongen, zal niet uw moeder zeggen: je moet het doen.
D.        : En nee, kan ik hem vragen om iets op papier te zetten?
Dokter P2.: Dat kan zeker.
D.        : En dat naar mij toe te sturen en dan stuur ik dat naar u.
Dokter P2.: Dat is prima, dat kan. Dat is geen uh,
D.        : Dat hoeft toch niet zo zwaar, zwaar officieel met toestemming,
Dokter P2.: Ja nou, in principe wel, jazeker, dat is toch dan, dat, dat hij, als hij dat doet zo dan is het zijn verantwoordelijkheid, maar in principe zou hij van u ook toestemming moeten hebben, dat hij dat mag opsturen.
D.        : Ja maar, dan bedoel ik dat hij het naar mij bijvoorbeeld toestuurt. Dat ik hem vraag dat op te schrijven.
Dokter P2.: Ja maar, hij moet wel, kijk, gewoon een krabbeltje, laten we zeggen als hij op de achterkant van een velletje papier schrijft van dit of dat. Daar heb ik weinig aan, het moet inderdaad een, van een schrijven zijn van op 1 maart, dat u daar geweest bent en dat hij dit en dit geconstateerd heeft. Want als hij schrijft van: nou dit is een aardige meneer, daar heb ik natuurlijk weinig aan.
D.        : U vraagt hem dat liever zelf.
Dokter P2.: Nee hoor, dat mag u ook zelf doen, daar heb ik geen problemen mee.
D.        : Oh oké, oké.
Dokter P2.: Maar het moet dus wel, laten we zeggen, een correcte brief zijn en niet zo een, wat ik zeg, een krabbeltje van scheefstand links en L4 en L5 of zo. Ik wil gewoon dan een, een verslag van wat hij gedaan heeft met u en wat hij geconstateerd heeft. Dat is waar het om gaat natuurlijk. Gewoon officieel, zoals een normale fysiotherapeut of manueel therapeut een brief naar de huisarts stuurt en daarin schrijft, of naar de verzekering wat er gebeurd is en wat eventueel nog verder zou moeten gebeuren.
D.        : Ja, nou zo nauwkeurig heeft hij niet gekeken.
Dokter P2.: Goed, ik denk dat ik daar dan even op wil wachten en dan gewoon ga kijken met betrekking tot de, de beperkingen. In principe is het zo, ja, de beperkingen, er zijn een aantal waar we vastgesteld hebben, met betrekking tot het lopen, het zitten, het staan en uh de, de beperkingen in de cervicale wervelkolom. Dat u zich niet kan, moeilijk bewegen en vooral in een bepaalde houding scheef zitten geeft, geeft beperkingen. Maar dat zou ik dan nog graag onderbouwd zien in uh, in wat hij dan behandeld heeft en uh daarnaast is het dan gewoon kijken van, ja wat, wat zijn de mogelijkheden, dat is dus iets wat, waarvan ik zeg: ja, het is, het is heel lastig om dat af te wegen, van wat zijn de mogelijkheden ja of nee. Het is in principe zo dat, je niet kunt zeggen dat u niets kunt. Dat klinkt nou een beetje merkwaardig. Je hebt bij ons een categorie, dat noemen we "geen duurzaam benutbare mogelijkheden". Dat zijn mensen die helaas,
D.        : In bed ligt de hele dag.
Dokter P2.: Ja, die door een CVA een beroerte of zo getroffen zijn, halfzijdig verlamt of nog erger, vaak een afasie hebben, niet kunnen spreken. Dan zeg je nou, die mensen hebben geen duurzaam benutbare mogelijkheden. Of mensen die opgenomen zijn in een psychiatrische inrichting. U kunt zich voorstellen als je opgenomen bent in een psychiatrische inrichting, dan zijn er ook weinig mogelijkheden, en ook dat is vaak een hele kwetsbare categorie, dat als ze ontslagen worden, is het ook vaak moeilijk. Maar in principe is het zo, iemand die zijn handen nog kan gebruiken, die zijn ogen, en zijn oren en zijn hersens vooral nog goed heeft, dan zeg je, daar zijn mogelijkheden voor. Heel beperkt, oké, maar je kunt niet zeggen: "geen mogelijkheden". De beperkingen maakt wel dat er waarschijnlijk door een arbeidsdeskundige heel weinig gevonden kan worden. Maar dat is niet aan mij, het is aan mij om de beperkingen vast te stellen, en die zijn dan aanwezig en op grond daarvan zeg je, moet een arbeidsdeskundige kijken of er eventueel arbeidsmogelijkheden bij zijn. En niet zullen die, afhankelijk van de beperkingen, hoe meer beperkingen hoe minder mogelijkheden. Dat laat zich uh, laat zich horen.
D.        : Als ik zelf iets kon doen, dan had ik het zelf allang al gedaan hoor.
Dokter P2.: Nou dat is vaak het probleem, omdat u, ik merk, ik merk in uw gesprek dat u voortdurend "op de computer" aanhaalt, van het schuin bij een computer zitten. Omdat dat natuurlijk vroeger uw werk was, bent u, ja, als het ware geprogrammeerd op de computer. Kunt u zich voorstellen, uw eigen werk is computerwerk geweest en op grond daarvan is iemand altijd heel erg gefocust op zijn eigen werk en vergeet dat er misschien nog talloze andere mogelijkheden zijn. Die zou ik zo niet voor u op kunnen noemen.
D.        : Nou, eerlijk gezegd is het uit noodzaak gekomen. Want een brief schrijven dat lukte niet, dus toen moest ik wel een computer kopen.
Dokter P2.: Maar u was toch programmeur begreep ik.
D.        : Toen ik programmeur was, toen had ik thuis geen computer.
Dokter P2.: Ja ja, op die manier, dat is,
D.        : Ik was misschien de enige in Nederland, maar,
Dokter P2.: Dat was, waren uw werkzaamheden gewoon zeg maar dan. Ja, duidelijk, maar goed, toch, dat u in die branche bezig was, hoe dan ook. Dat waren uw werkzaamheden met een, met de computer. Programmeurs die op hun werk zonder computer werken zijn denk ik niet zo veel aanwezig.
D.        : En ook muziek luisteren, als ik dat op de computer doe, dat is veel makkelijker.
Dokter P2.: Ja, dan hoef je geen CD of zo uh in uh.
D.        : Geen handelingen,
Dokter P2.: Ja, nee, dat is natuurlijk toch, ja, dan zit je met die uh, met het, het scherm en, in ieder geval, de mogelijkheden zijn dan makkelijker. Maar daarom, het is wat dat betreft is men, mensen zijn begrijpelijk vaak op hun eigen werk heel erg gefocust en hebben dan minder kijk van: wat is er rondom mij heen nog mogelijk. En of dat nou in de zorg is, of in de anderszins, of administratief of simpel werk, waarbij je, zeg maar, je bent niet gefo, in de, gefixeerd in een houding. Je kunt gaan en staan, en een beetje lopen en een beetje zitten, in eigen tempo, in eigen. Dat zijn dan mogelijkheden die er misschien zijn, maar dat is niet aan mij, dat is aan een arbeidsdeskundige om te kijken. Het gaat erom dat er beperkingen zijn, duidelijk, en op grond daarvan moet je kijken wat zijn er dan voor mogelijkheden, maar, dan zou ik inderdaad graag de meest recente onderbouwing van de manueel therapeut erbij hebben, om te zien wat er op 1 maart aan verkrampingen en problemen waren, waarvan je zegt: nou, dat maakt toch dat iemand duidelijk in zijn mogelijkheden fors beperkt is. Dat is zeker. Maar op grond daarvan is het ook vaak zo dat iemand in een neerwaartse spiraal komt en dat er door een bepaalde gebeurtenis een draai gemaakt wordt, waardoor er langzaam weer en dat is vaak heel langzaam, maar dat er toch een opwaartse spiraal weer komt, waardoor iemand toch weer door kleine, kleine dingetjes denkt van: hé, ik ga weer langzaam uit die put, uit dat dal kruipen en ik heb het gevoel van ik kan weer iets. En dat kan weer stimulerend werken om te proberen om die si, situatie verder te verbeteren. Dat is gewoon, dat kunnen hele kleine, kleine voorvalletjes zijn, waardoor je zegt: hé. Het kan iets zijn wat u op televisie ziet, ik noem maar iets, waarvan u denkt: jeetje, dat is een, een eye-opener, daar kan ik mogelijk iets mee. En dat is iets uh, waar u voor gewoon open moet blijven staan. Ik denk dat dat heel belangrijk is.
D.        : Dan zou ik eerst vijf minuten ontspannen willen liggen, dan ben ik al wat verder.
Dokter P2.: Ja, nou precies, dat zijn gewoon zaken, waar, u kent uw eigen lichaam het beste. Maar ik denk al die energie die u nu voor andere dingen gebruikt, zou u misschien dan ook op een, ja, laten we zeggen, misschien andere manier aan kunnen wenden, om zo toch die, die slag te maken dat de spiraal weer naar boven gaat draaien in van, plaats van naar beneden te draaien.
D.        : Ook als ik helemaal niets doe aan de dingen met het G..
Dokter P2.: Ja maar het G., dat is, ik zou zeggen, ik zou het G. eventjes uh, laat daar zetten,
D.        : Dan, ook als ik, ook als ik niets met m'n computer doe, dan gewoon nog op een stoel zitten en gewoon een film kijken. Dan duurt die, de meeste films duren gewoon te lang om dat normaal af te kijken.
Dokter P2.: Ja ja. Dat is, nou dat kan natuurlijk zeker, maar wat dat betreft, zeg je ja, misschien dat u dan helemaal geen televisie moet kijken, maar gewoon iets, iets heel anders en, ja dat is iets, dat is niet aan mij om dat uh, dat te bedenken, dat is aan u zelf, maar dat is heel moeilijk. Het is heel lastig om uit een bepaald vast patroon, waarin je bijna vastgeroest gaat worden door, door de situatie, een slag te maken om daar weer, weer uit te komen. Dat is heel lastig. Dat is met heel veel mensen die met chronische kwalen zitten moeilijk, om niet in die negatieve spiraal al maar verder naar beneden te komen. Dat is heel moeilijk om dan toch positief te blijven denken, en toch te proberen om weer omhoog uh, te gaan, gaan draaien als het ware.
D.        : Kent u iemand in deze situatie die nog zo positief is als ik?
Dokter P2.: Er zijn mensen die met nog uitzichtlozere situatie positief kunnen, kunnen denken ja, ik heb daar heel veel bewondering voor.
D.        : Ja oké. Nee, nee ik bedoel met al deze problemen met het G. en dan nog zo positief kunnen zijn.
Dokter P2.: Ja, ik moet zeggen problemen met het G., ik, ik zie daar verder niet, nou laten we zeggen, daar ik hou mij minder mee bezig. In principe gaat het erom dat u wat dat betreft ja zelf alle mogelijke dingen zou moeten doen om uw eigen kwaliteit van leven zo goed mogelijk te maken. En of dat dan is, nog eens naar een neuroloog gaan, of naar een revalidatiearts om te kijken van wat zijn de mogelijkheden, ja dat zou ik u toch adviseren.
D.        : Ja, dat heb ik allemaal uit en te treure geprobeerd, en gebeld en, overal naar toe.
Dokter P2.: U bent ook bij een revalidatiearts geweest voor een trainingsprogramma?
D.        : Nee, in 1999 lukte dat niet, en,
Dokter P2.: 13 jaar geleden bedoelt u, '91?
D.        : Nee, in '99.
Dokter P2.: '99.
D.        : Toen uh, de revalidatiearts die zei van: of je wilt niet, of je gezondheid is te slecht. En ik heb mijn gezondheid beschadigd om in aanmerking te komen voor revalidatie, door iedere dag een kwartier te gaan lopen.
Dokter P2.: Dus die, u bent bij de revalidatiearts, die wilde u niet in behandeling nemen?
D.        : Nee. En toen in R., kan, daar is ook iets, maar dat is meer voor mensen met een nekkneuzing en ja, dat is niet echt wat ik heb, maar dan moet ik twee keer per week naar R., en dat is gewoon niet te doen.
Dokter P2.: Ja, nee, dat is inderdaad lastig, dat kan ik mij voorstellen. Nee, daarom dan is het inderdaad lastig, ja. Dan zou u nog eens kunnen kijken in het alternatieve circuit, maar nogmaals, daar ben ik, heb ik geen kennis van zaken van, het is. Ik heb mijn, mijn dossier geeft dus geen informatie van de revalidatiearts, die is dus niet uh, niet bekent zeg maar. Wat de, wat de motivatie of wat de overwegingen van de revalidatiearts zijn geweest. Dat heeft hij misschien aan uw huisarts gestuurd, maar dat is dus bij ons niet bekend, waarom hij u niet in behandeling wilde nemen. Dus dat is natuurlijk lastig.
D.        : Dat, dat zit er wel bij hoor, als het goed is.
Dokter P2.: Dat zou toch uh, toch gestuurd moeten zijn? Ja, nou dat kan, dat zou ik dan gewoon na moeten kijken, ik heb dat zo niet uh, niet kunnen vinden. Ik zag alleen maar, overwegingen om naar een revalidatiearts te gaan, langer geleden, '94. Maar ik wist niet dat u,
D.        : Ja, toen,
Dokter P2.: In 1999,
Dokter P2.: Toen kon dat dus nog, toen had het gewoon gemoeten. Dan had ik wel moeten stoppen met werken.
Dokter P2.: Nou dat geloof ik niet, dat is uh,
D.        : Dat kon, dat kon, was niet meer mogelijk om naast mijn werk te doen.
Dokter P2.: Nee nee. Goed, wat mij betreft zou ik zeggen: laten we het nu afsluiten. Ik wacht het eventjes af, met betrekking tot de berichtgeving van de, uhm manueel therapeut. Als u nu zelf geen vragen of geen, geen aanvulling of zaken hebt die van belang zijn, kunnen we het afsluiten. Tenzij u nog iets toe wilde voegen, of iets vertellen?
D.        : Ja, als iets, de rapportage toegestuurd krijg, uhm, is het dan het volledige rapportage? Want in het verleden kreeg ik soms een uit, een uittreksel.
Dokter P2.: Ja, in principe is het zo, is altijd een, een, wat ieder persoon krijgt, en dan kunt u inzage krijgen in de rapportage. Dat is op zich geen enkel probleem, maar het is gewoon wat iedereen toegestuurd krijgt. Waarom u wat anders dan anderen zou krijgen, dat zou ik niet begrijpen, maar u krijgt wat, wat ieder, ik stuur iedereen altijd de zaken toe die ik, zoals die eruit rolt in de, in de samenvatting, die dus ook in het groene dossier gaat.
D.        : Oh ja. Dan heb ik nog, ja een paar papieren, die wou ik nog toevoegen.
Dokter P2.: Ja.
D.        : En ééntje ter referentie aan mijn begeleider. Dus uhm, even denken hoor. Dit is, dit zijn de bijlagen die het UWV stuurde aan de rechtbank en dit zijn de ontbrekende. Dus er zit nog wel het een en ander tussen. En ik heb ook pleitnota van mijn advocaat en van mij toegevoegd. En ik zou u toch wel willen vragen om niet te over, over te schrijven wat dokter D2. heeft opgeschreven, maar dat is,
Dokter P2.: Ja, ik heb mijn eigen gegevens, ik, ik kan hier verder weinig mee. Ik heb geen uh, ja ik ben geen rechter, ik ben geen advocaat, ik ben een medicus en in principe is het zo dat ik hou me met medische zaken bezig, en toch niet met pleitstukken, dat soort zaken. Mijn zaak is zoals het nu, het heden, anno 29 maart 2004, dat is voor mij van belang zeg maar.
D.        : Maar tot nu toe wordt alles steeds overgeschreven.
Dokter P2.: Ja, nee, dat lijkt mij niet zinvol. Daarom heb ik, heb ik u ook uitgenodigd, dat heb al aangegeven in het begin van het gesprek. U hebt de vragenlijst ingevuld, daarop hebt u aangegeven dat uw situatie verslechterd is. Op grond daarvan wilde ik een nieuw gesprek, om de zaak te inventariseren en op grond daarvan een nieuw oordeel en dan op grond daarvan eventueel een nieuw onderzoek. Dat is dus de overweging geweest.
D.        : Ja. Alles een beetje inpakken.
Dokter P2.: Alles weer meenemen.
D.        : Als die rugzak eenmaal op mijn rug hangt, dan uh, dan gaat het wel, maar dit gedoe met die cassetterecorder dat is natuurlijk ook uh, belastend. Oké.


Arthrotec® is een geregistreerde merknaam van Pharmacia B.V.

De dingen die ik tijdens de keuring heb gezegd, zijn niet altijd duidelijk. Soms klopt het ook niet helemaal.
Op één punt heb ik echt iets anders gezegd, dan ik dacht. Dat was toen keuringsarts P2. vroeg hoe ik m'n toekomst zag. Ik dacht namenlijk: "ik ben al blij dat ik zover gekomen ben". Maar dat heb ik niet gezegd, omdat dat overdreven klinkt. Ik dacht dat, omdat in de afgelopen 5 jaar ik ook een periode had, dat alles wat ik deed alleen maar was om een uur verder te komen.

Hier staat een geluidsfragment uit de hoorzitting, waar keuringsarts P2. zegt dat "het kan".
      geluidsfragment:     ka_p2_4a (98kb)

Uit de rapportages blijkt, hoe de keuringsarts het bovenstaande gesprek heeft uitgewerkt.

Laatste wijziging van deze bladzijde: juni 2007