Ik ontving onderstaande oproep om naar een keuring te komen.
Ik ontving onderstaande brief van de bedrijfsvereniging.
Naar mijn werkgever ging een vergelijkbare brief.
Van de keuring weet ik weinig meer van af.
Hieronder staat het rapport van de keuringsarts.
Rapportage algemeen
Naam belanghebbende D.
Naam rapporteur P5.
Functie Verzekeringsgeneeskundige
Datum rapportage 03-feb-1993
Rapportage naar aanleiding van een medisch vervolgonderzoek in het kader van een behandelplan. Zie ook rapportage d.d. 16-12-1992.
1. Vraagstelling:
Wat is de belastbaarheid van belanghebbende ?
2. Onderzoek:
Onderzoeksaktiviteiten:
D.d. 3-2-1993 verscheen belanghebbende op het spreekuur ten kantore van de GMD in G..
gegevevens verkregen uit onderzoek:
Anamnese:
In aansluiting op rapportage d.d. 16-12-1992 is het volgende op te merken. Belanghebbende is een 27-jarige alleenstaande man, die april 1992 uitviel wegens oververmoeidheid. Geen organ-substraat gevonden. Belanghebbende wijt de klachten aan scheef zittende nekwervels, derhalve 's nachts niet goed uitrust en 's ochtends moe wakker wordt. Rigide persoonlijkheid die sterk somatiseert. Afweer tegen psychiatrische bemoeienissen. Op eigen initiatief voor halve dagen weer begonnen sinds 1 week. Doet alle moeite halve dagen vol te houden, moet dan veel rust nemen. Last van rug-, hoofdpijn, vermoeidheid. Vorige week niet gewerkt, kreeg last van duizeligheid ten gevolge van de vermoeidheid. Via huisarts naar osteopaath geweest, dhr. D.. Heeft röntgenfoto's bij zich. Is nu bij S. arts voor ortho-manipulatie geweest. De behandeling was daar beëindigd. Moet in maart 1993 voor controle. Kortom belanghebbende wijt zijn klachten volledig aan de verkeerde wervelstand. Bedrijfsarts: is bij Dr. B. geweest. 2 weken geleden. Deze zei dat het psychisch is. Dat gelooft belanghebbende niet zonder meer. Het blijkt altijd niet meer te kloppen. Is nu bij Dr. G. in plaats van B2.. Deze geloofde niet wat hij zei en daarom naar huisarts G..
Lichamelijk onderzoek:
Er vond geen lichamelijk onderzoek plaats omdat gecontraïndiceerd is en somatisatie in de hand werkt.
3. Diagnose:
Hoofddiagnose moeheid e.c.i.
Nevendiagnose karakterneurot. ontwikkeling.
Prognose wel goed.
4. Beschouwing:
Functiebeperkingen/-mogelijkheden en argumentatie:
Belanghebbende werkt nog steeds halve dagen met moeite. Moet daarna veel rusten. Om de pijn nog een week moeten verzuimen. Duizelig van de vermoeidheid. Belanghebbende brengt foto's van de nek (en rug?) mee om de wervelafwijkingen te laten zien. Deze kan ik niet beoordelen. Dit heb ik belanghebbende ook medegedeeld. Wel heb ik duidelijk naar voren gebracht dat hiermee zijn klachten niet te verklaren zijn. Belanghebbende denkt sterk mathematisch. Er moet iets aantoonbaars zijn. Gesprek over psychosom. aandoeningen volgde. Mijns inziens kost het belanghebbende moeite zich staande te houden, hetgeen hem veel energie kost. Belanghebbende ontkent dit. Doch mijn stellige houding dat er psychische problematiek moet bestaan en een oorzaak voor zijn moeheid is, deden hem toch besluiten opnieuw naar de huisarts te gaan. Deze had ook al gesproken dat hij zich het beste kon wenden tot een psychiater bij PZ.
Prognose van de functiebeperkingen:
Gunstig, er is verbetering te verwachten.
Reactie van de belanghebbende:
Belanghebbende kan zich wel verenigen met de overwegingen.
5. Conclusie:
Op einde wachtijd halve dagen arbeid.
6. Planning na teamoverleg:
Een medisch heronderzoek zal plaatsvinden in mei 1993.
Hierboven schrijft de keuringsarts bij de diagnose: "Hoofddiagnose moeheid e.c.i.". Dat "e.c.i." staat voor "e causa ignota", dat betekent "met onbekende oorzaak".
In het rapport hierboven lees ik zo'n 12 leugens, die ik opvat als kwaadsprekerij.
Keuringsarts P5. schrijft dat hij geen lichamelijk onderzoek deed, omdat gecontraïndiceerd is. Volgens hem was er een psychische oorzaak vastgesteld, maar dat is niet zo.
In bovenstaand rapport staat: "Mijns inziens kost het belanghebbende moeite zich staande te houden...". Tijdens de keuring was ik amper in staat om op de stoel te blijven zitten, van de pijn in mijn rug en nek. Daarop zei keuringsarts P5. dat ik mij psychisch moeilijk staande kon houden. Ik zei toen, dat dat niet zo was, maar ik had zoveel pijn, en was zo verbaasd over zijn opmerking, dat ik niet veel meer kon zeggen. En intussen was de keuringsarts al weer bezig met de volgende belasterende opmerkingen.
De keuringsarts schrijft: "Belanghebbende denkt sterk mathematisch. Er moet iets aantoonbaars zijn". Volgens mij geeft dat de verkeerde indruk. Ik weet nog wel dat hij maar bleef volhouden dat het psychisch moest zijn, en dat ik toen heb gezegd, dat er dan toch iets moest zijn, waarop hij dat baseerde.
Als ik gewoon over mijn klachten vertel, en wat daar op van invloed is, dan ben ik volgens de keuringsarts rigide. Maar nu schrijft hij in zijn rapport over zichzelf dat hij een "stellige houding" heeft dat het psychisch moet zijn.
Achteraf heb ik wel een vermoeden wat er hier gebeurde. Het schijnt dat mensen met een psychiatrische ziekte soms ook last hebben van vermoeidheid. Keuringsarts P5. denkt blijkbaar bij vermoeidheid, dat iemand dan een psychiatrische stoornis moet hebben. Hij negeert voor het gemak mijn andere klachten (pijn, duizeligheid, bewegingsproblemen), en dat er een samenhang tussen de klachten is, negeert hij al helemaal.
Keuringsarts P5. schrijft dat mijn huisarts ook al had gesproken dat ik me het beste kon wenden tot een psychiater bij PZ (psychiatrisch ziekenhuis). Dat is tegengesteld met wat mijn huisarts tegen mij zei, dus heb ik m'n huisarts daarover gevraagd. Huisarts G. vertelde mij dat hij telefonisch had gesproken met keuringsarts P5., en dat het een onplezierig gesprek was. Mijn huisarts zei tegen mij, dat keuringsarts P5. beter zelf naar een psychiater kan gaan.
Op 5 mei 1993 ontving ik een oproep om naar een keuring op 13 mei 1993
te komen.
In de agenda op mijn werk had ik geschreven dat ik eerder weg moest,
en in mijn persoonlijk agenda had ik geschreven dat ik naar het GMD
moest. En ik heb dat niet doorgestreept. Maar of ik ook echt
naar het GMD ben geweest is niet zeker. Ik ontving een oproep
voor een keuring voor twee weken later, en van die tweede is
wel een rapport door de keuringsarts geschreven.
Maar ik ben ook een keer naar het GMD geweest om mijn dossier in te zien.
Hieronder staat eerst de brief, waarvan ik niet weet of ik ook echt naar het GMD geweest ben.
De oproep hierboven ging misschien niet door. De oproep hieronder is hetzelfde maar dan voor een datum van twee weken later.
Van deze keuring weet ik weinig meer.
Hieronder staat het rapport van de keuringsarts.
Rapportage algemeen
Naam belanghebbende D.
Naam rapporteur P5.
Functie vg
Datum rapportage 27-mei-1993
Rapportage naar aanleiding van een medisch vervolgonderzoek in het kader van een behandelplan. Zie ook rapportage d.d. 16-12-1992, 3-2-1993.
1. Vraagstelling:
Wat is de belastbaarheid van belanghebbende ?
2. Onderzoek:
Onderzoeksaktiviteiten:
D.d. 27-5-1993 verscheen belanghebbende op het spreekuur ten kantore van de G. in G..
Gegevens verkregen uit onderzoek:
Anamnese:
In aansluiting op rapportage d.d. 3-2-1993 is het volgende op te merken.
Belanghebbende is een 27 jarige alleenstaande man die thans met zeer veel
moeite voor halve dagen werkt. Viel in 1992 uit wegens moeheidsklachten.
Belanghebbende is gefixeerd op organische aandoening, wervels zitten scheef,
daardoor pijn en slecht slapen. Mogelijk dat hij nu over de drempel is geholpen
om psychiatrische hulp te zoeken. Bij het R., geen resultaat. Werkt wel 5
halve dagen.
- is wel bij huisarts geweest, nu naar dr. D. osteopaat.
- moet ook nog naar rheumatoloog dr. S..
- gaat 's-middags van half 2 tot 4 of 5 uur naar bed, 2 1/2 à
3 uur.
Casus werd besproken met DVG, waarna oproep volgde met arbeidsdeskundige
O. op 27-5-1993 om 10.30 uur te G..
Gesproken werd over het zich "thuis"voelen op de werkplek, mogelijk dat dit een
belemmerende factor kan zijn. Dit werd ontkend. Er zou geen sprake zijn van een
gemaskerd arbeidsconflict. Belanghebbende onderhoudt geen contacten met collega
buiten het werk, omdat hij daar te moe voor is.
Belanghebbende persisteert in een organische aandoening.
Medegedeeld dat ik geen ziekte c.q. gebrek vindt, die het rechtvaardigt halve
dagen te blijven continueren.
Belanghebbende zal nog enige respijt worden gegeven en na de vacantie zal hij
dienen uit te breiden naar 6 uur/dag.
3. Diagnose:
Hoofddiagnose moeheid e.c.i.
4. Beschouwing:
Functiebeperkingen/-mogelijkheden en argumentatie:
- Stationair beeld
- Werkt halve dagen
- Gaat 's-middags 2 1/2 à 3 1/2 uur rusten
- Is verwezen naar rheumatoloog dr. S. en D., manueel
therapeut, voor beide wachtlijst
- Na de vacantie dient belanghebbende te gaan uitbreiden.
5. Conclusie:
45-55% handhaven.
6. Planning na teamoverleg:
Een medisch heronderzoek zal plaatsvinden eind augustus 1993.
Hierboven schrijft de keuringsarts bij de diagnose: "Hoofddiagnose moeheid e.c.i.". Dat "e.c.i." staat voor "e causa ignota", dat betekent "met onbekende oorzaak".
Tijdens bovenstaande keuring vroeg keuringsarts P5. of er misschien
problemen met
collega's of chefs waren op het werk. Dat was niet zo, dus dat heb
ik ook gezegd. Keuringsarts P5. deed alsof hij dat vreemd vond, en
vertelde dat als hij over de gang liep, dat hij dan mensen
tegenkwam waarmee hij niet overweg kon.
Dat is mij bevestigd door anderen, keuringsarts P5. was niet
bepaald geliefd bij patiënten maar ook niet bij
zijn collega's.
In het rapport staat de afkorting "DVG", dat zou zoiets kunnen zijn als "Directeur VerzekeringsGeneeskunde", maar het kan net zo goed iets anders zijn, want ik weet niet wat het betekend.
Het rapport hierboven werd verzonden aan de bedrijfsvereniging, zoals in de interne brief hieronder staat.
Gemeenschappelijke Medische Dienst
GMD
22 juni 1993 DK .07
Reintegratiebericht
Van GMD-kantoor te G.
Adres ###
Aan Nieuwe Industriële Bedrijfsver BV nr 27
Adres G., ### Gevalsnummer BV R 06
Betreft
S O F I - nummer ###
Registratienummer Naamc. ### Dag ### Maand ### Jaar ### Aanw. ### C-getal. ###
Naam(vrouw:meisjesnaam) D.
Vrouw: gehuwd met
Voornamen ###
[X] Man [ ] Vrouw
postcode en woonplaats ###
Deze berichtgeving vindt plaats naar aanleiding van
behandelplan d.d.
Het bestuur van de Gemeenschappelijke Medische Dienst deelt mede:
Bijgaand ontvangt u een voortgangsrapportage van de arbeidsdeskundige.
Nadere rapportage volgt binnen 13 weken na medisch heronderzoek in augustus a.s..
Bijlage(n)
[X] Rapportage(s) algemeen vg 27-mei-1993
[ ] Rapportage(s) algemeen ad
Verzonden aan de BV op
MD
21 JUNI 1993
Omdat er allerlei verkeerde gegevens van het Riagg bij de keuringsarts waren gekomen,
stuurde ik een brief naar de keuringsarts, met daarbij de interne papieren van
het Riagg. Ik had met een rode stift alles doorgestreept wat gelogen en verzonnen was.
Ik dacht zo wat begrip te kunnen krijgen, dat er veel verkeerd op papier staat.
Maar het werkte eerder andersom.
Later heb ik deze brief laten verwijderen.
Hieronder staat alleen mijn brief uitgewerkt, niet de bijlagen met de doorgestreepte dingen.
Hieronder volgt de oproep voor de volgende keuring.
Gemeenschappelijke Medische Dienst
Administrateur: G.
Aan D.
Datum 25-aug-1993
Geachte mijnheer,
Door onze dienst moet een vervolgonderzoek ingesteld worden naar de mate van uw arbeidsongeschiktheid.
Ik zou u daarom willen uitnodigen voor mijn spreekuur op donderdag 2 september 1993 om 15.00 uur op het kantoor van de GMD te ###, G.. Mogelijk volgt aansluitend een geneeskundig onderzoek.
Ik verzoek u dringend aan de oproep gehoor te geven. Het niet verschijnen op deze afspraak kan consequenties hebben voor uw uitkering. U bent verplicht aan deze oproep gevolg te geven.
Mocht u desondanks beslist niet in staat zijn om naar het spreekuur te komen, wilt u dan contact opnemen met mijn teamsecretaresse mevr. M.. Deze is tijdens kantooruren bereikbaar op bovenstaand telefoonnummer. De door u gemaakte reiskosten zullen u op basis van openbaar vervoer, laagste tarief worden vergoed op vertoon van de reiskaartjes. Komt u per auto, dan krijgt u f 0,21 per kilometer vergoed.
In afwachting van uw komst op mijn spreekuur.
Hoogachtend,
namens het behandelteam,
P5. verzekeringsgeneeskundige
Hieronder staat het rapport van de keuringsarts.
Rapportage algemeen
Naam belanghebbende D.
Naam rapporteur P5.
Functie vg
Datum rapportage 02-sep-1993
Rapportage naar aanleiding van een medisch vervolgonderzoek in het kader van een behandelplan. Zie ook rapportage d.d. 16-12-1992, 3-2-1993, 27-5-1993.
1. Vraagstelling:
Wat is de belastbaarheid van belanghebbende ?
2. Onderzoek:
Onderzoeksaktiviteiten:
D.d. 2-9-1993 verscheen belanghebbende op het spreekuur ten kantore van de GMD in G..
Gegevens verkregen uit onderzoek:
Anamnese:
In aansluiting op rapportage d.d. 27-5-1993 is het volgende op te merken.
Belanghebbende is een 27 jarige alleenstaande man die thans met veel moeite
voor halve dagen werkzaam is in eigen werk.
Moeheidsklachten.
Uitbreiding naar 6 uur per dag.
Bij dr. S. geweest. 20-8 retour.
Het meest opvallende was dat de nekwervels niet recht stonden. Lichte scoliose
naar links.
Ziet geen nut in neurologisch consult.
Is paar maal bij D. geweest. Het lukt dus weer niet. Is daar nog wel
onder behandeling.
Volgens D. is de beperking van C2 verantwoordelijk voor hoofdpijn en
nekpijn.
Hoeft niet meer retour naar dr. S..
Toont tevens beoordelingslijst van zijn directe chef. Merendeel der aspecten
worden als voldoende aangeduid.
3. Diagnose:
Hoofddiagnose: Moeheid e.c.i.
Prognose: goed.
4. Beschouwing:
Functiebeperkingen/-mogelijkheden en argumentatie:
Belanghebbende is 20-8 voor de uitslag bij dr. S. geweest.
Rö: de nekwervels niet recht staan, tevens sprake van lichte scoliose en
ook arthrosis.
Belanghebbende gaat toch weer terug naar D. om opnieuw te proberen de
nekwervel C2 recht te zetten. Moest eerst even rustpauze nemen.
Te overwegen valt om volgend jaar nog arts in A. te raadplegen. Ik
handhaaf mijn mening dat de moeheid zoals belanghebbende naar voren brengt niet
veroorzaakt wordt door minder goede anatomische verhoudingen van de nekwervels.
Om die reden is ook geen verder lichamelijk onderzoek verricht. Uitbreiding
naar 6 uur ziet belanghebbende niet haalbaar thans. Gaat in beroep.
Reactie van belanghebbende:
Belanghebbende kan zich niet verenigen met de overwegingen.
5. Conclusie:
Geschikt voor 6 uur eigen werk.
6. Planning na teamoverleg:
Een medisch heronderzoek zal plaatsvinden in maart 1994.
Hierboven schrijft de keuringsarts bij de diagnose: "Hoofddiagnose: Moeheid e.c.i.". Dat "e.c.i." staat voor "e causa ignota", dat betekent "met onbekende oorzaak".
Op het moment van bovenstaande keuring had een specialist een rapport geschreven en in dat rapport bij de conclusie een diagnose gesteld, maar de keuringsarts houdt zijn eigen mening.
De arbeidsdeskundige schreef ook nog een rapport.
Dit leidde tot mijn tweede beroepszaak.