Ik was zelf met de auto naar neuroloog P6. gereden. Het was voornamelijk over snelwegen, dus met weinig bochten, en ik had tijdens het autorijden een halskraag om gedaan. De reis was toch flink belastend voor me, en bij neuroloog P6. kon ik mij daardoor niet goed ontspannen. Doordat ik ook nog te traag reageerde op de vragen, ging neuroloog P6. zich aan mij ergeren.
Bij een proef waarbij ik met mijn ogen zijn vinger moest volgen (naar links en rechts) kon ik dat op dat moment zonder schokken doen. Hij concludeerde voornamelijk uit die ene proef, dat ik dan geen echte nekklachten had.
Daarna moest ik met mijn hoofd en rug voorover gekromd in elkaar gaan
zitten, en flink adem halen. Alleen al het feit, dat ik zo gekromd zat
is voor mij al voldoende om duizelig te worden. Daarna kon ik gewoon gaan zitten,
en neuroloog P6. vroeg mij, of dit dezelfde duizeligheid was als anders.
Ik twijfelde even, en zei toen dat de duizeligheid al zakte. Mijn bedoeling was om
te zeggen, dat anders de duizeligheid uren kan duren, en zeker niet
zo snel zakt. Maar voor neuroloog P6. duurde het te lang voor er een
goed antwoord kwam, en hij zei
dat het hyperventilatie was. Dat is hoe hij als arts de diagnose
"hyperventilatie" stelde.
Mijn duizeligheid heeft vooral te maken met de stand waarin mijn
hoofd (dus mijn nek staat). Bijvoorbeeld als ik uit bed stap,
wanneer mijn hoofd heeft niet goed gelegen in mijn slaap. Of bij te
lang in een verkeerde houding zitten. Neuroloog P6. had eenvoudig
daar naar kunnen vragen. Nu drukt hij "hyperventilatie" er doorheen
om naar iets psychisch toe te werken en zo mij niet serieus te nemen.
Op een gegeven moment zei ik, dat hij toch bekend staat als een deskundige en goede arts op het gebied van nekklachten. Hij zei daarop zoiets als: "Dat ben ik ook". Ik antwoordde daarop zoiets als: "Nu niet meer dus". Ik weet niet of hij dat gehoord heeft, want hij zei tegelijkertijd dat hij een goede arts was omdat hij niet bij iedereen gaat zeggen dat iemand nekklachten heeft.
Aan het eind van het gesprek zei hij dat hij het niet normaal
vond, dat ik geen vriendin had. Daaruit blijkt dat hij mijn
klachten niet serieus nam, aangezien ik mijn uiterste best deed
om mijn werk (voor halve dagen) vol houden, wat amper lukte,
en ik mijn leven ook wel anders had voorgesteld.
Hij liet merken dat hij zich enigszins
gedwongen voelde om te zeggen dat ik niet hele dagen kon werken,
en daarom dat juist niet zou opschrijven.
Hieronder staat het rapport, dat de neuroloog naar mijn huisarts en mijn advocaat stuurde.
STICHTING M.
POLIKLINIEK
16 februari 1995
De Weledelgeleerde Heer
G6., huisarts
Copie:
De Weledelgestrenge Heer
Mr. P12., advocaat
Betreft: De heer D., geb. ###
Geachte Collega,
Bovengenoemde patiënt zag ik op eigen verzoek met het volgende verhaal.
Op 4-jarige leeftijd zou hij hard gevallen zijn.
Op 6-jarige leeftijd zou hij veel buikpijn hebben gehad met wit weg trekken.
Op 12-jarige leeftijd had hij rugklachten gepaard gaande met
duizeligheid. Dit is tot zijn 25e jaar gebleven. Hij heeft
toen redelijk kunnen functioneren met deze rugklachten.
Ook waren er een paar perioden zonder rugklachten.
Op de HTS had hij geen problemen met leren. Sinds 1991
gaan de rugklachten niet meer over.
Fysiotherapie en oefentherapie hadden niet het gewenste
resultaat in die zin dat de klachten
blijvend aanwezig waren.
Na vier maanden is hij gestopt met oefenen. Hij heeft
het werk als computerprogrammeur nog
een half jaar vol gehouden, maar hij was toen zo extreem
vermoeid en duizelig dat hij uiteindelijk
in de ziektewet is beland. Tevens had hij op dat moment
ook rugklachten.
Hij is chiropratisch gehandeld. Ook met ortho-manuele
geneeskunde, osteopathie, alles zonder blijvend effect.
Huidige klachten.
Op dit moment klaagt hij over pijn midden onderin de rug, trekkend
naar de linker bil. Lang zitten
provoceert de klachten. Lang staan eveneens. Lopen gaat zonder
bijzonderheden.
Patiënt wordt niet duidelijk wakker van de pijn. 's-Morgens
is hij niet stijf en pijnlijk. Drukverhogende momenten
verergeren de klachten niet. Anamnestisch zijn er geen aanwijzingen voor
tintelingen, krachtsverlies of mictiestoornissen.
Tevens klaagt hij over pijn interscapulair, vooral rechts
gelokaliseerd, zonder duidelijk uitstraling
naar voren. Hiervan wordt hij niet wakker. Bewegingen zouden
de klachten provoceren, met
name gebruik van de rechter arm.
Daarnaast klaagt hij over nekklachten links, in het midden
gelokaliseerd, gepaard gaande met
hoofdpijn. Anamnestisch zijn er geen aanwijzingen voor
geheugen of concentratiestoornissen.
Hij klaagt ook over duizeligheid wat beschreven wordt
als een onzeker gevoel met een soort
dansende beelden voor zich. Patiënt slaapt moeilijk in
verband met pijnklachten.
NEUROLOGISCH ONDERZOEK.
Craniële zenuwen:
Funduscopie: geen afwijkingen
Oogbewegingen: intact
Pupillen: normale reactie op licht en convergentie
De Kleijne: negatief, Hallpikemanoeuvre: negatief
Unterberger: negatief
Verdere craniële zenuwen: geen afwijkingen
Hyperventilatie-provocatietest: positief
Reflexen:
Reflexen aan armen: symmetrisch positief
Reflexen aan benen: symmetrisch positief
Buikhuidreflexen: symmetrisch positief
Voetzoolreflexen: normaal
Pathologische stamreflexen: afwezig
Motoriek:
Geen aanwijzingen voor latente paresen of atrophie
Coördinatie:
Top-neusproef, Knie-hakproef: normaal
Koorddansersgang: normaal, Dysarthrie: geen
Sensibiliteit:
Achterstrengkwaliteiten: bewegingszin, positiezin,vibratiezin: normaal
Hypaesthesie/Hypalgesie: afwezig
Radiculaire prikkeling:Lasègues: negatief
Anteflexie + hoofdbuigsymptoom: negatief
Lasègues + Hoofdbuigsymptoom: negatief
Bragard: negatief
MANUEEL GENEESKUNDIG ONDERZOEK.
Onderzoek van de cervicale wervelkolom.
Bij actief en passief bewegingsonderzoek van de cervicale
wervelkolom vond ik een normale
rotatie, lateroflexie en anteflexie.
Ook de retroflexie uitgevoerd onder fixatie van Th1 was
volledig normaal zodat hier geen
aanwezigheid van een actueel cervicaal discusljden.
Segmentaal werden vooral functiestoornissen gevonden
van C2/3 rechts, CO/1 rechts en 1e rib links.
Verder viel bij onderzoek van de cervicale wervelkolom op
dat er een diffuse spanning bij alle bewegingen was.
Onderzoek van de thoracale wervelkolom.
Segmentaal werden functiestoornissen gevonden van
Th8/9, Th5/6 en 6e rib rechts.
Onderzoek van de rug.
Er was een normale anteflexie met een normale kyphosering.
De deflexie verliep volledig normaal
met name waren er geen tekenen van een instabiliteit.
De retroflexie verliep normaal.
De lateroflexies waren intact, met name geen aanwijzingen
voor een verspringend draaipunt.
De extensie links lateroflexie was beperkt.
Segmentaal werd vooral een functiestoornis gevonden
van S1 links en L5/S1 rechts.
RÖNTGENONDERZOEK.
X-CWK: geen afwijkingen.
X-LWK: geen afwijkingen.
X-ThWK: geen afwijkingen.
CONCLUSIE.
Concluderend hebben we hier te maken met pijnklachten op basis van segmentale functiestoornissen zonder dat hier duidelijk een etiologische factor aanwezig is. Met name zouden de rugklachten op basis van een discuslijden na zoveel jaren toch een discusversmalling op de huidige foto's aantoonbaar zijn.
Manueel geneeskundige behandeling lijkt mij op dit moment niet
zinvol omdat de onderhoudende
factor voor de blokkeringen die steeds terugkomen, niet
duidelijk is.
Daarnaast heb ik toch de indruk dat een psychogenen component
hier ten grondslag ligt. Goede
psychotherapeutische interventie lijkt mij dan ook noodzakelijk.
In tweede instantie kan men eventueel een dagbehandeling in een
revalidatiekliniek overwegen.
Medisch gezien zie ik op dit moment geen enkele grond
patiënt ongeschikt te achten voor hele
dagen te werken.
Met vriendelijke groeten,
Dr. P6., neuroloog
Achteraf gezien was deze neuroloog vooral gespecialiseerd in beschadigingen aan de hersenstam. En dat ik dat niet heb, dat wist ik al. Doordat ik wat trager praatte en wat trager reageerde heeft heeft de neuroloog volgens mij te snel zijn conclusies getrokken. Terwijl wat trager reageren wel meer voorkomt bij mensen met nekklachten, dus dat hij volgens mij kunnen weten.
De neuroloog schrijft in zijn rapport dat hij de indruk heeft dat er een psychische oorzaak is. Hij schrijft echter niet waarom hij die indruk heeft. Dus nu is achteraf niet meer na te gaan waarom hij dat dacht. De enige aanleiding lijkt de onjuist en onprofessioneel uitgevoerde hyperventilatieprovocatietest te zijn.
Vanwege mijn tweede verzoek voor herziening bij de Rechtbank, schreef ik bijna elf jaar later nog een brief.
Aan: Academisch Ziekenhuis M.
afdeling Anesthesiologie
t.a.v. dhr. dr. P6., neuroloog
M.
Datum: 9 februari 2006
Bijlage: Uw rapport van 16 februari 1995
Geachte dokter P6.,
Aanleiding voor deze brief
In 1995 heeft u mij onderzocht. Ik was toen verwikkeld in een procedure bij
de Rechtbank over een beslissing van het Gak, waarin gesteld werd dat ik 6 uur per dag
zou kunnen werken.
Ik heb inmiddels bij de Rechtbank voor de tweede maal een verzoek gedaan
om de uitspraak van 1995 te herzien. Daarbij speelt uw rapport ook een rol,
ondanks dat ik uw rapport destijds niet aan de stukken heb toegevoegd.
Bij mijn eerste verzoek om die uitspraak te herzien schreef de Rechtbank dit in de uitspraak:
"Voorts heeft de rechtbank in de uitspraak van 2 maart 1995 overwogen:
"Desgevraagd heeft eiser ter zitting verklaard dat hij zeer onlangs
op eigen initiatief een neurologisch onderzoek heeft ondergaan,
hetgeen echter geen nieuwe gezichtspunten heeft opgeleverd."
De rechtbank is thans van oordeel dat onder die omstandigheden
de benoeming van een neuroloog destijds niet voor de hand lag".
Uw onderzoek
U schrijft dat de Hyperventilatie-provocatietest positief was.
Nadat ik die test deed, vroeg u of dat dezelfde duizeligheid was,
en zonder een duidelijk antwoord af te wachten concludeerde u
dat mijn duizeligheid door hyperventilatie kwam.
Volgens mij heeft u echter onvoldoende gevraagd naar mijn duizeligheid.
De duizeligheid werd vooral beïnvloed door de houding van
mijn hoofd (o.a. tijdens het liggen), en vooral 's ochtends bij
het opstaan was ik duizelig.
Bij de conclusie schrijft u dat de onderhoudende factor niet duidelijk is. U had dat echter gewoon aan mij kunnen vragen. Doordat de scheefstand/torsie onder in mijn rug niet gecorrigeerd wordt (ik heb me laten vertellen dat dat het SI-gewricht betreft) heeft het losser maken van de problemen hoger in mijn rug meestal maar een beperkt of tijdelijk effect.
Na 1995
Na 1995 heb ik mijn uiterste best gedaan om mijn werk
voor halve dagen vol te houden. Dat lukte tot februari 1997.
Sindsdien zijn mijn nekklachten zodanig, dat als ik gewone normale dingen zou doen
en mij normaal zou bewegen, dat gaan mijn nekspieren door de pijn zodanig verkrampen
en aan mijn nekwervels trekken, dat ik niet meer de kracht heb om ergens naar toe te kruipen.
Ik moet daarom veel liggen. Door allerlei aanpassingen kan ik toch nog wat doen
(zoals bijvoorbeeld deze brief schrijven). Een aantal aanpassingen heb ik zelf bedacht,
zoals
een lichte tractie op mijn rug en nek terwijl ik lig.
Er is bij mij overigens geen enkele aanwijzing om aan hersenletsel te denken, en ook de tussenwervelschijven zijn niet ingezakt. Maar bij het bewegen van mijn hoofd maken mijn nekwervels soms een krakend geluid, en als ik met mijn hand aan de achterzijde van mijn nek voel, dan voel ik op zo'n moment ook een kleine verspringing van sommige wervels bovenin mijn nek. Naar ik aanneem is dat hetzelfde gebied als de functiestoornissen van C2/C3 die u in uw rapport beschrijft.
Mijn vraag
Ik wil u vragen of u het mogelijk acht, dat u zich in 1995 heeft vergist
over de ernst en oorzaak van mijn klachten.
Hoogachtend,
D.
Op 13 februari 2006 werd ik gebeld vanaf de polikliniek pijnbestrijding,
waar neuroloog P6. werkt. Helaas was ik te laat met de telefoon opnemen, en
ik kwam er pas 2 dagen later achter waar het telefoonnummer van was.
Op 6 maart belde ik naar de polikliniek waar hij werkt, en het bleek
dat hij de volgende dag een telefonisch spreekuur had. De volgende ochtend
voelde ik mij echter te beroerd en ik heb toen niet gebeld.
Een paar dagen later ontving ik onderstaande brief (gedateerd op
2 maart, maar ik ontving de brief op 10 maart).
academisch ziekenhuis M.
anesthesiologie, pijnbestrijding en thuisbeademing
VERTROUWELIJK
Dhr. D.
uw kenmerk
ons kenmerk jpa/tc
doorkiesnummer ###
fax
datum 02-03-2006
Geachte heer D.,
Ik heb uw brief gelezen. Hoewel het enige tijd geleden is en ik alleen op de gegevens
van mijn eigen brief moet afgaan, zie ik geen reden om aan mijn bevindingen te twijfelen.
Ik heb toentertijd de hyperventilatie-provocatietest positief geduid.
Een test die ik veelal doe en waarbij ik meestal toch wel heel duidelijk kan stellen
of die positief of negatief is m.n. als de klachten herkend worden op dat moment
en dan is wat bij betreft de test positief. Dit betekent dat er voor wat betreft
de duizeligheid zeker een hyperventilatiecomponent aanwezig is.
Over de ernst van uw beeld heb ik geen uitspraak gedaan.
Ik heb mijn conclusie getrokken alleen op grond van de bevindingen die
ik bij het lichamelijk onderzoek heb gedaan,
waarbij ik duidelijk gesteld heb dat manueel geneeskundige behandeling niet zinvol leek.
Maar tevens heb ik gezegd dat er andere therapeutische interventies geïndiceerd waren.
In de eerste instantie eventueel een psychotherapeutische interventie en
in tweede instantie een dagbehandelingrevalidatie in een revalidatiekliniek.
Uw vraag beantwoordende: of ik mij vergist heb over de ernst en de oorzaak van uw klachten vind ik niets terug in mijn rapportage. In principe ga ik er altijd van uit welke oorzaak er dan eventueel de onderhoudende factor is en dat ik het mijn taak acht om patiënt in een juiste therapeutische kanaal te krijgen.
Met vriendelijke groet,
Dr. P6., neuroloog
*Alleen het originele exemplaar is ondertekend.
Bovenstaande brief vond ik teleurstellend.
De neuroloog
schrijft o.a. dat hij over de ernst van mijn klachten niets in
zijn rapportage van 1995 terug vindt. Dat begrijp ik niet.
Als hij van mening was dat ik hele dagen kon werken, dan
zegt hij daarmee volgens mij wel iets over de ernst van mijn klachten.
Ook doet hij opnieuw alsof hij hyperventilatie heeft vastgesteld,
terwijl hij dat niet heeft vastgesteld, maar er door heeft gedrukt.
Wat mij opvalt is dat in 1995 de neuroloog in zijn rapport meer voorzichtige dingen schrijft, zoals: "lijkt mij ... niet zinvol", "heb ik ... de indruk" en "kan men ... overwegen". En in 2006 schrijft de neuroloog meer stellige zinnen op, zoals: "heel duidelijk kan stellen", "zeker ... aanwezig is", "duidelijk gesteld heb". Volgens mij was de neuroloog in 1995 voorzichtiger met zijn uitspraken.
Ik stuurde nog onderstaande brief:
Aan: Academisch Ziekenhuis M.
afdeling Anesthesiologie
t.a.v. dhr. dr. P6., neuroloog
Datum: 13 maart 2006
Uw referentie: jpa/tc
Geachte dokter P6.,
Uw brief, gedateerd 2 maart 2006, was voor mij teleurstellend.
Alhoewel ik uw brief niet aan het dossier bij de Rechtbank heb toegevoegd,
is uw rapport uit 1995 bij mijn huisartsen en bij de Rechtbank nadelig voor mij geweest,
en is dat nog steeds.
Ik wil u wijzen op mijn website: www.dossierd.nl
Als u klikt op de link naar mijn WAO- en Medisch-Dossier en dan in het overzicht
bij 1995 op "Neuroloog P." klikt, dan ziet u de briefwisseling.
Op dit moment is het anoniem, maar in een later stadium zal ik ook uw naam vermelden.
Hoogachtend,
D.
Door een secretaresse van het ziekenhuis werd ik opgebeld over bovenstaande brief, zij vroeg zich af of er een dossier van mij was in het ziekenhuis. Zij wilde mijn brief tesamen met mijn dossier aan de neuroloog geven. Maar ik vertelde dat er geen dossier van mij was. Ik heb nu wel indirect het bewijs dat mijn brief daar aangekomen is. De neuroloog heeft er niet meer op gereageerd.