Vanwege mijn problemen met huisarts X9.
ben ik naar een andere huisarts gegaan. In dezelfde huisartsenpraktijk
werkte ook huisarts J5.. Ik dacht dat huisarts J5. niet zo veroordelend zou zijn,
en dus de goede huisarts voor mij zou zijn.
Dus ondanks mijn zeer negatieve ervaring met mijn vorige huisarts
had ik toch vertrouwen in huisarts J5., maar daar
zou ik later nog veel spijt van krijgen. Ook dacht ik dat
huisarts J5. niet zo geobsedeerd was als andere dokters om mijn klachten
als psychisch te bestempelen, maar achteraf blijkt hij op dat punt net zo
te zijn als zijn collega's in dezelfde huisartsenpraktijk, zoals
huisarts X9.,
huisarts A6. (dat zou later blijken), en
huisarts B1. (dat zou later blijken).
Onderstaande brief is zijn verwijsbrief naar de neuroloog:
25-11-'98
Geachte collega,
D., geb. ###-'65, won. ###, ### verzocht mij hem naar U te
verwijzen i.v.m. hardnekkige rug en nekklachten.
O: Bew. Beperking CWK
Neurolog: Hersenzenuwen gb.
Armen: Kracht, sensib, tonus: gb, vrij hoge symm. reflexen,
géén path. refl. Géén atrofie
BHR +
Benen: idem onderzoek armen
Bekken-beweging : gb.
Gaarne Uw onderzoek en event. behandeling.
Med: -
Vroeger: Adenotomie, als kind eczeem gehad.
In 1972 onderzoek door Kinderarts, hij kreeg een vetarm dieet.
1992: psycholoog : somatisatiestoornis
1993: Rheumatoloog : géén RA.
Hij heeft al een aantal behandelingen gehad met weinig resultaat.
Een copie van zijn specialistenbrieven neemt hij mee ter inzage.
Met coll. groet, J5.
In bovenstaande brief schrijft hij dat een psycholoog in 1992 een
somatisatiestoornis heeft vastgesteld. Dat is niet juist, in het
dossier van de huisarts zat alleen het verslag waarin staat dat
het "mogelijk" een somatisatiestoornis is. En in het dossier zat
een verslag van een andere psycholoog, waarin staat dat ik geen
somatiseerder ben.
Verder schrijft mijn huisarts dat in 1993 een rheumatoloog geen
reumatische aandoening heeft gevonden. Dat is juist, maar hij
laat weg, dat de reumatoloog wel een diagnose heeft gesteld.
Ik had nooit met deze verwijsbrief naar een neuroloog moeten gaan,
omdat dat volgens mij flinke gevolgen heeft gehad. Mijn huisarts wekt de
indruk dat mijn klachten onderzocht waren en dat er niets was
gevonden, en dat al wel een psychische diagnose is gesteld.
In werkelijkheid is het net andersom.
Omdat ik me toen nog niet realiseerde hoe verkeerd de verwijsbrief
was, ben ik toch met deze verwijsbrief naar de neuroloog gegaan.
In het dossier van mijn huisarts kwam ik later nog iets tegen.
Op de medische kaart staat dat mijn huisarts op 3 februari 1999 een
aangetekende brief van de neuroloog ontving.
Maar wat voor brief dat was, dat heb ik niet kunnen vinden.
Dat was het laatste consult bij huisarts J5., want daarna ging hij met pensioen.
Huisarts J5. zei een keer, dat pijn 'subjectief' is. Dat leek mij een vreemde opmerking, omdat mij een keer opviel hoe hij zijn rug bewoog, en hoe hij op een stoel ging zitten. Volgens mij weet hij heel goed wat pijn is.
Nadat huisarts J5. met pensioen ging, ging ik naar zijn opvolger: huisarts A6.
Toen ik in november 2002 de verwijsbrief aan de neuroloog aan deze pagina
toevoegde, viel het mij op, dat de verwijsbrief niet juist was. Daarom
schreef ik de gepensioneerde huisarts maar eens een brief.
Op dat moment leek het mij wat overdreven om mijn gepensioneerde huisarts
daar mee te confronteren. Maar ik wist toen nog niet
hoeveel negatieve gevolgen die verwijsbrief bij de neuroloog heeft gehad.
Aan: dhr. J5., voormalig huisarts
22 november 2002
Bijlagen:
• uw verwijsbrief, d.d. 25 november 1998.
• verslag psychologisch onderzoek van drs. K7., d.d. 1992.
• rapport van reumatoloog S8., d.d. 23 augustus 1993.
• brief van psycholoog mw. drs. F3., d.d. juli 1997.
Geachte dokter J5.,
In 1998 heeft u een verwijsbrief geschreven voor neuroloog dr. R3. in Breda.
De neuroloog heeft bij het eerste gesprek allerlei aannames gedaan, die het verdere onderzoek beïnvloed hebben. En wat zij zei bij het laatste gesprek, zoals haar conclusie (probleem met belastbaarheid van de nek) en haar advies (revalidatie), heeft zij niet in haar brief aan u geschreven.
Deze week las ik uw verwijsbrief, en ik kan me niet aan de indruk onttrekken, dat die brief daar mede van invloed op is geweest.
Met uw verwijsbrief geeft u aan, dat een psycholoog in 1992 een somatisatiestoornis heeft vastgesteld, en dat een reumatoloog heeft in 1993 geen reumatische aandoening vastgesteld.
Voor zover ik weet, bevindt zich van psycholoog drs. K7. alleen het "verslag psychologisch onderzoek" in het dossier, waarin staat dat er mogelijk sprake is van een somatisatiestoornis. Verder is er een verslag uit 1997 van een andere psycholoog, die schrijft dat ik geen 'somatiseerder' ben. En in 1993 heeft de reumatoloog geen reuma vastgesteld, maar wel een (lichamelijke) diagnose gesteld.
Met uw verwijsbrief wekt u de indruk dat er geen lichamelijke diagnose
is gesteld, en u schrijft dat er wel een psychische diagnose is gesteld,
terwijl het volgens het dossier net andersom is.
Uw verwijsbrief lijkt mij daarom onzorgvuldig.
Mijn vraag aan u is: hoe gaat u dit probleem oplossen?
met vriendelijke groet,
D.
Hieronder volgt zijn reactie. Het linkse plaatje is het ingescande papier van de huisarts, het rechtse plaatje is de getypte versie die ik zelf heb gemaakt op 4 juni 2005.
2-12-02
Geachte Heer D.,
N.a.v. Uw brief van 22-11 jl gaarne het volgende.
Strikt genomen heeft U gelijk, dat ik niet geheel
nauwkeurig geweest ben in het vermelden van Uw voorgeschiedenis.
Daar had inderdaad moeten staan 1992: mogelijk somatisatiestoornis
en 1993: Chronisch recidiverende nek en rugklachten etc
(Zie verwijsbrief van de rheumatoloog), maar
géén rheumatische ziekte
Ondanks deze constateringen lijkt me Uw vermoeden dat de
opmerkingen in bovengenoemde verwijsbrief door mij gemaakt
van invloed geweest zouden zijn op het oordeel van de neurologe
mevr. R3. erg onwaarschijnlijk. Dit omdat de volledige
verwijsbrieven, waar ik aan refereerde in Uw bezit waren
en door haar gelezen zijn.
Verder kan ik hier ook niets aan doen.
Hopenlijk stelt mijn brief U tevreden
met vr. groeten
J5.
Hij vergeet om zijn excuses aan te bieden, terwijl hij
wel een dokter is die dat kan. Maar ik had dat ook niet
gevraagd.
Hij schrijft dat het hem erg onwaarschijnlijk lijkt dat de verwijsbrief
van invloed zou zijn geweest op het oordeel van de neurologe. Maar
die verwijsbrief is wel waar de neuroloog vanuit is gegaan. Wat ik
bij de neuroloog vertelde heeft blijkbaar minder waarde gehad.
De verwijsbrief heeft waarschijnlijk zelfs meer gewicht gehad
dan de rapporten waaraan gerefereerd werd.
De neuroloog verwees mij ook door andere specialisten, en gaf aan
die andere specialisten door dat het om "onbegrepen nekklachten" zou
gaan. Dat woord "onbegrepen" betekend meestal dat ik al onderzocht
zou zijn en dat er niets zou zijn gevonden. Dat lijkt me het gevolg
van de verwijsbrief.
Ik heb erg mijn best gedaan bij de neuroloog en andere specialisten
(met de reis er naar toe en me lichamelijk belasten voor de revalidatiearts),
en wel zodanig dat mijn gezondheid er door is verslechterd.
Het lijkt er op (nu in 2008) dat mijn gezondheid daardoor blijvend verslechterd is. Maar dat
is dus allemaal voor niets geweest, en huisarts J5. heeft met die verwijsbrief
volgens mij daar aan meegeholpen.
Wanneer een dokter iemands lichamelijke klachten als psychisch bestempeld,
dan zijn andere dokters daar over het algemeen erg gevoelig voor,
en zullen zo'n patiënt minder serieus nemen. En het is
erg lastig om daar onder uit te komen.
Tot vandaag (2008) ben ik dan ook nog steeds niet onder de gevolgen
uit van wat huisarts J5. opgeschreven heeft, en word ik nauwelijks serieus
genomen door dokters.
Ik stuurde daarop een ansichtkaart met het volgende terug:
dokter J5.
3 dec 2002
Hartelijk dank voor uw reactie. Of Uw brief mij tevreden stelt is misschien teveel gezegd, maar het is voor mij wel voldoende
met vriendelijke groet,
D.
Ik schreef dus op de ansichtkaar dat het voor mij voldoende was. Pas later werd mij duidelijk dat zijn verwijsbrief bij de neuroloog waarschijnlijk heel wat negatieve gevolgen heeft gehad.
Toen ik op
25 april 2007 mijn dossier van de huisartsen
in handen kreeg, zaten daar ook de originele medische kaarten bij met notities van 1974 tot 2000.
Voorop de kaarten stond in het handschrift van huisarts J5. het volgende:
1992 Psychol : Somatisatiestoornis
1993 Rheum : geen RA
Dat vind ik erg kwalijk, daarmee is waarschijnlijk de volgende huisarts beïnvloed.
Als huisarts J5. dat eerst met mij had besproken dan had ik kunnen
vertellen dat de "mogelijke somatisatiestoornis" is gebaseerd op een
psychologische test uit 1992, waar ik de volgende vragen als "onjuist" heb
aangekruist:
• Mijn gezondheid is even goed als die van de meeste van mijn vrienden.
• Ik voel haast nooit pijn in mijn nek.
• De laatste jaren heb ik mij meestal goed gezond gevoeld.
• Ik word zelden of nooit duizelig.
• Ik heb heel weinig last van hoofdpijn.
• Ik heb zelden of nooit pijn.
Ik had in die psychologische test dus ingevuld dat ik lichamelijk klachten had.
Op basis daarvan stellen dat ik een somatisatiestoornis zou hebben,
en dat dus mijn klachten psychisch zijn is nogal belachelijk.
Dat had ik graag aan huisarts J5. uit willen leggen, maar hij heeft niet
gezegd wat hij in de verwijsbrief en op de medische kaart opgeschreven had.
Die brief waarin die term "mogelijke somatisatiestoornis" staat, had ik trouwens zelf aan het dossier bij mijn huisarts toegevoegd (maar toen wist ik nog niet helemaal wat al die woorden betekenen).
Op die brief kreeg ik geen reactie.