Hieronder staan enkele interne documenten van het UWV.
UWV g.
INFOBLAD BEZWAAR & BEROEP WW
Datum: 25-08-03
Aan: B.
Kantoor: G.
Afd: AG-cluster 1
Van : B&B naam: G4. Tel: ###
Betreft: Bezwaar [ ]WW [X]AG [ ]TW
Naam blh.indiener: D.
Sofinummer: ###
Bijgaand zenden wij u een afschrift van de beslissing
op bezwaar d.d. 25-08-03
Ons kenmerk/ nummer: BZ ###, BZ-###
Onderwerp:
[X]Primair besluit(en) d.d. 14 juli 2000, 31 mei 1999
[ ]Geen tijdig besluit [ ]Anders:
Resultaat: [ ]Ongegrond [X]Gegrond [ ]Niet ontvankelijk [ ]Ingetrokken
Reden gegrond of reparatie ongegrond
[ ]Strijd met wet/ beleid/jurisprudentie/ alg. beginselen van behoorlijk bestuur
[ ]Gewijzigd feitelijk inzicht o.g.v.
[ ]Nieuwe relevante feiten
[ ]Andere weging bekende feiten
[ ]Overig:
Opmerking/toelichting:
Uit te voeren activiteiten:
[ ]Geen/ nvt
[ ]Herbeoordeling starten
[X]Uitkering nabetalen/verrekenen
[ ]Wettelijke rente vergoeden
[ ]Terugvordering verlagen/afboeken
[ ]Systeem aanpassen
[ ]Anders:
Opmerking/ toelichting actie:
UWV g.
Soort geschil WW Artikelen [ ] Verzekeringsplicht 3 t/m 8 [ ] Werkloos 16 [ ] Referte-eis 17,52b [ ] Uitsluitingsgronden 19 [ ] Beëindiging/ Herleving 20,21 [ ] Verwijtbaar werkloos 24,27 [ ] IOMT/ Passende arbeid 24,27 [ ] Overige verplichtingen 26,27 [ ] Boete 27a [ ] Betaling 30 t/m 35 [ ] Terug- en invordering 36 [ ] Uitkeringsduur 42,43, 48 t/m 50, 52 g h [ ] Dagloon 45,51,52i [ ] Ovemameverplichtingen 61 e. v. [ ] Rente/ Schadevergoeding [ ] Overig
Soort geschil AG WAO WAZ WAJONG
[ ] Verzekeringsplicht 3 t/m 7 3 t/m 6 3,4
[ ] Dagloon/Grondslag 13 t/m 15 8 7
[X] Mate van ao-heid 18 2 2
[ ] AO bij aanvang verzekering 18 lid 2, 30 11 10
[ ] (Verlengde) wachttijd 19 7 6
[ ] Maatregel 25 t/m 29 45 t/m 47 37 t/m 39
[ ] Boete wkn/wkg 29a t/m g,71a 48 t/m 54 40 t/m 46
[ ] Aanvraag 34, 34a 35 28
[ ] Ingangsdatum toekenning
intrekking, herziening,
heropening 35 t/m 43 36 t/m 38 29 t/m 31
[ ] Anticumulatie 44 58 50
[ ] Schorsing/opschorting 50 55 47
[ ] Terug- en invordering 57 63 55
[ ] Reïntegratieverplichting 71a, 71b
[ ] Rente/Schadevergoeding
[ ] Zwangerschap, bevalling,
adoptie WAZO WAZO WAZO
[ ] Overig
Soort geschil TW Artikelen [ ] Voorwaarden recht 2 t/m 5 [ ] Inkomen 6,7 [ ] Hoogte toeslag 8 t/m 9 [ ] Maatregel/ boete 12 t/m 14g [ ] Terug- en invordering 20 e.v [ ] Rente/ Schadevergoeding [ ] Overig
Bijlage: Beslissing op bezwaar
Vervolgens ontving ik de beslissing op bezwaar, hieronder staat eerst de begeleidende brief.
UWV g.
Regio Z.
Afd. Bezwaar en Beroep
Contactpersoon Dhr. mr G.
Datum -9 SEP. 2003
Betreft: bezwaarprocedures
Geachte heer D.,
Hierbij doen wij u de beslissing toekomen, die wij hebben genomen naar aanleiding van de bezwaarschriften, die namens u door de heer mr. P. zijn ingediend. Wij hebben de heer P. een afschrift van deze beslissing toegezonden.
Hoogachtend,
Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen
UWV g.
Regio Z.
Afd. Bezwaar en Beroep
Contactpersoon Dhr. mr G.
Datum -9 SEP. 2003
Betreft: beslissing op bezwaar
Geachte heer D.,
Met ons besluit van 14 juli 2000 hebben wij u meegedeeld
dat wij uw uitkering ingevolge
de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering gebaseerd op
een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25 % niet verhogen.
Naar onze mening was er geen sprake van toegenomen arbeidsongeschiktheid
op en na 5 maart 1997 en was u nog steeds in staat uw maatmanarbeid,
de werkzaamheden van software engineer in dienst van
C. B.V. te M.,
gedeeltelijk, namelijk gedurende zes uren per werkdag, te verrichten.
Voorts hebben wij u met ons besluit d.d. 31 mei 1999 meegedeeld dat u
op en na 1 juni 1999 ongewijzigd voor 15 tot 25 % arbeidsongeschikt
wordt geacht in de zin van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Het tegen deze beslissing ingediende bezwaar werd bij beslissing op bezwaar
d.d. 31 januari 2000 ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 19 november 2002
verklaarde de Centrale Raad van Beroep het inleidend beroep tegen
deze beslissing echter gegrond. De Centrale Raad van Beroep overwoog daarbij
onder meer dat een onjuiste maatstaf is aangelegd door de vaststelling van
de mate van arbeidsongeschiktheid te baseren op geschiktheid voor
een gedeelte van de maatmanarbeid (het werk van software engineer
in dienst van C. BV gedurende zes uren per werkdag).
Aangezien niet alleen
het besluit van 31 mei 1999, maar eveneens het besluit van 14 juli 2000
gebaseerd is op geschiktheid voor een gedeelte van de maatmanarbeid en
de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep d.d. 19 november 2002
daarom ook laatstgenoemde beslissing regardeert, hebben wij u op
1 mei 2003 onder meer een belastbaarheidspatroon toegezonden
alsmede gegevens over andere functies dan de parttime functie
van software engineer bij C. B.V. die u volgens ons met inachtneming
van uw beperkingen zowel op en na 5 maart 1997 als op
en na 1 juni 1999 kunt vervullen.
Wij hebben u vervolgens uitgenodigd voor een hoorzitting op 11 augustus 2003
Tegen de besluiten van 14 juli 2000 en 31 mei 1999 was namens u
op medische gronden bezwaar aangetekend, op welke bezwaren u tijdens
de hoorzitting van 11 augustus 2003 nader bent ingegaan.
Voor een meer gedetailleerde weergave van uw bezwaar verwijzen wij
naar het medisch onderzoeksverslag d.d. 11 augustus 2003 van
mevrouw D2., bezwaarverzekeringsarts. Dit verslag is als bijlage
als bedoeld in artikel 88d van de Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering bij deze beslissing
op bezwaar gevoegd.
Heroverweging
Naar aanleiding van uw bezwaren hebben wij de beslissingen
waartegen u bezwaar maakt heroverwogen.
Geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt in de zin van
de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering is
blijkens artikel 18, lid 1 van die wet degene die als rechtstreeks
en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte
of gebreken geheel of gedeeltelijk niet in staat is om
met arbeid te verdienen, hetgeen gezonde personen
met soortgelijke opleiding en ervaring,
ter plaatse waar hij arbeid verricht of het laatst heeft verricht,
of in de omgeving daarvan, met arbeid gewoonlijk verdienen.
Volgens artikel 18, lid 5 wordt onder de eerstgenoemde arbeid
verstaan alle algemeen geaccepteerde, dus gangbare, arbeid waartoe
de verzekerde met zijn krachten en bekwaamheden in staat is.
Uit het bovenstaande volgt dat bij de beantwoording van de vraag
of iemand arbeidsongeschikt is in de zin van deze wet, twee aspecten
van belang zijn te weten:
-of de betrokkene beperkingen heeft, die het rechtstreeks
en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken zijn;
-of en in hoeverre hij als gevolg daarvan geheel of gedeeltelijk
buiten staat is zich met gangbare arbeid een inkomen te verwerven.
Ten aanzien van het eerste aspect hebben wij geconstateerd dat u onder meer gedurende de periode van 12 maart 1997 tot 26 mei 1997 en op 20 mei 1999 dan wel 26 mei 1999 bent beoordeeld door de primaire verzekeringsartsen L. en K.. Naar aanleiding hiervan is aangenomen dat de in 1994 vastgestelde belastbaarheid niet is gewijzigd, althans dat de belasting verbonden aan uw werkzaamheden in dienst van C. B.V. gedurende 6 uren per werkdag uw belastbaarheid niet overschrijdt.
Met inachtneming van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep d.d. 19 november 2002 heeft bezwaar-verzekeringsarts D2. blijkens haar rapporten van 15 januari 2003 en 11 augustus 2003 een belastbaarheidsprofiel opgesteld, waarbij zij onder meer een medische urenbeperking voor gangbare arbeid van 6 uren per dag en 30 uren per week heeft vastgesteld.
Ten aanzien van het tweede aspect zijn wij van mening dat u, rekening houdend met de door de bezwaar-verzekeringsarts vastgestelde beperkingen, met ingang van 5 maart 1997 in staat bent om gangbare arbeid te verrichten. Bij wijze van voorbeeld van dergelijke gangbare arbeid heeft bezwaar-arbeidsdeskundige B. een aantal functies geselecteerd waarvan de gegevens u met de rapportage bezwaar-arbeidsdeskundige d.d. 4 februari 2003 op 1 mei 2003 zijn toegezonden.
Vergelijking van het inkomen dat u met de geselecteerde functies
zou kunnen verdienen met het op grond van artikel 8 van het Schattingsbesluit
op de juiste wijze geïndexeerde maatman-inkomen geeft
een verlies aan verdiencapaciteit van 54,04 % te zien.
In verband hiermee dient u op en na 5 maart 1997 voor 45 tot 55 % arbeidsongeschikt
te worden geacht. Alles overziende hebben wij besloten uw uitkering ook
met ingang van deze datum te herzien (verhogen).
Beslissing op bezwaar
Gelet op het voorgaande verklaren wij uw bezwaar tegen onze beslissingen
van 31 mei 1999 en 14 juli 2000 gegrond.
Vergoeding kosten bezwaar
U hebt verzocht om vergoeding van kosten die u hebt gemaakt
in verband met de behandeling van het bezwaar.
Wij vergoeden de kosten tot een bedrag van € 966,-.
Het bezwaar wordt aangemerkt als een zaak van zwaar gewicht.
Wettelijke grondslag
Wij hebben deze beslissing onder meer genomen op grond van
de artikelen 18, 36, 39a, 88a t/m 88d en 88f van de Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering alsmede artikel 7:3, 7:9, 7:11
en 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht.
Beroep
Als u het niet eens bent met deze beslissing op bezwaar, kunt u
binnen zes weken na dagtekening van deze beslissing in beroep gaan
bij de rechtbank, sector bestuursrecht,
te R., correspondentieadres ###, ###. Bij deze brief vindt u
meer informatie over de beroepsprocedure.
Hoogachtend, Namens de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen
M.
Manager bezwaar en beroep
Bijlage(n): medische onderzoeksverslag d.d. 11 augustus 2003
In beroep gaan
Als u naar aanleiding van bijgaande beslissing in beroep wilt gaan,
stuurt u een brief naar de sector Bestuursrecht van de rechtbank
die in de beslissing wordt genoemd.
Verstuur uw brief (uw beroepschrift)
binnen de termijn die in de beslissing wordt genoemd. Als uw beroepschrift
te laat is ingediend kan het niet-ontvankelijk verklaard worden.
In dat geval zal het niet in behandeling worden genomen.
Uw beroepschrift is tijdig ingediend als het voor het einde
van de termijn is ontvangen.
Een per post verzonden beroepschrift is nog tijdig ingediend
als het vóór het einde van de termijn is
verstuurd én binnen een week na afloop van de termijn
door de rechtbank is ontvangen.
In bepaalde situaties kan naast de geadresseerde van de beslissing ook een ander een belang hebben bij de beslissing. In die situaties kan deze andere belanghebbende betrokken worden in de beroepsprocedure of zelf in beroep gaan, tenzij deze verweten kan worden geen bezwaar te hebben gemaakt tegen het oorspronkelijke besluit.
Inhoud beroepschrift
Zorg ervoor dat uw beroepschrift in elk geval de volgende gegevens bevat:
• uw naam en adres
• de datum waarop u het beroepschrift indient
• de reden waarom u het niet eens bent met de genoemde beslissing
• uw handtekening
• een kopie van de beslissing waartegen u in beroep gaat.
Let op: als uw beroep (mede) berust op medische gronden, moet u de medische redenen voor uw beroep in een aparte bijlage vermelden. Daarmee kan worden voorkomen dat deze gegevens terecht komen bij anderen, die niet het recht hebben deze gegevens zonder uw toestemming in te zien.
Gemachtigde
U kunt het beroepschrift zelf ondertekenen of dit laten doen
door iemand die voor u optreedt als gemachtigde
of wettelijk vertegenwoordiger. Als u een gemachtigde hebt,
die geen advocaat is, moet u met het beroepschrift een schriftelijke,
door u zelf ondertekende machtiging meesturen.
Werkgevers
Als u als werkgever beroep instelt, dan doet u dat mogelijk
namens een rechtspersoon. In dat geval verzoeken wij u een bewijsstuk
bij te voegen waaruit blijkt dat u namens deze rechtspersoon mag optreden.
Bijvoorbeeld een kopie van de statuten, reglementen of stichtingsbrief,
een uittreksel uit het Handelsregister of het register van verenigingen
en stichtingen van de Kamer van Koophandel. Als u gemachtigd bent,
dient u een machtiging mee te sturen.
Procedure
Nadat de rechtbank uw beroepschrift heeft ontvangen,
stuurt zij u alle relevante stukken. De rechtbank
zal ook aan eventuele andere belanghebbenden
de gelegenheid geven kennis te nemen van deze
stukken. Stukken met medische gegevens zijn alleen toegankelijk
voor personen die recht hebben deze gegevens in te zien.
Als er medische aspecten zijn, kan de rechtbank besluiten
een onafhankelijk arts te raadplegen. Als u
wordt opgeroepen voor een medisch onderzoek,
dan zult u daar aan mee moeten werken.
Over het algemeen maakt een zitting deel uit van
de beroepsprocedure. U ontvangt hierover informatie
van de rechtbank. Na de zitting zal de rechtbank u
de uitspraak toesturen. Als u het niet eens bent met
de uitspraak, kunt u daartegen in hoger beroep gaan.
Eventuele andere belanghebbenden, waaronder
UWV G., kunnen ook in hoger beroep gaan.
Kosten
Aan het instellen van beroep zijn kosten verbonden:
u dient het zogeheten griffierecht te betalen aan de rechtbank.
De rechtbank zal u hierover verder inlichten. Als de rechtbank
uw beroep gegrond verklaart, zal UWV G. het betaalde griffierecht
aan u terugbetalen.
Brochure
De mogelijkheden om beroep in te stellen zijn vastgelegd in
de Algemene wet bestuursrecht (Awb). U kunt een brochure over
deze wet opvragen bij ons kantoor in uw regio.
In de beslissing op bezwaar hierboven staat een "vergoeding van kosten" van 966 euro. Dat bedrag heb ik niet ontvangen. In een telefoongesprek van 31 mei 2006 heb ik dat aan het UWV gevraagd, en toen bleek dat het UWV dat niet heeft overgemaakt. Ik heb toen gevraagd om nog even te wachten met het overmaken, totdat de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep bekend zou zijn. Ik verwachtte dat ik die procedure bij de Centrale Raad van Beroep zou winnen, maar die verloor ik. Vervolgens is bij een hoorzitting op 1 augustus 2006 toegezegd dat het overgemaakt zou worden. Op 1 september 2006 ontving ik de 966 euro.
Mijn advocaat schrijft het volgende beroepschrift aan de rechtbank. Daarnaast stuurt mijn advocaat een bezwaarschrift over de andere beslissing naar het UWV.
Rechtbank R.
Sector Bestuursrecht
M., 15 september 2003
Van mr P.
Geachte heer, mevrouw,
In bovengenoemde kwestie doe ik u bijgaand toekomen een beroepschrift met het verzoek daarmee het nodige te verrichten.
Hoogachtend,
P.
BEROEPSCHRIFT
(onder nader aan te voeren gronden)
Aan de rechtbank te R.,
sector bestuursrecht
GEEFT EERBIEDIG TE KENNEN:
D., wonende te ### aan de ###, te dezer zake domicilie kiezende
te M. aan de ### ten kantore van de advocaat en procureur mr P.,
die ten deze tot gemachtigde wordt gesteld en als zodanig zal optreden
met het recht van substitutie en vervanging;
1. Appellant, hierna "D.", heeft van verweerder, hierna "UWV G.", een beslissing ontvangen d.d. 9 september 2003 (productie 1) waarbij is bepaald dat het bezwaarschrift van verweerder tegen de beslissingen van UWV G. d.d. 31 mei 1999 en 14 juli 2000 gegrond zijn, UWV G. kosten van juridische hulp en bijstand vergoedt en besloten is dat D. op en na 5 maart 1997 voor 45-55% arbeidsongeschikt moet worden geacht;
2. D. kan zich met deze beslissing niet verenigen zodat hij recht en belang heeft een beroepschrift in te dienen;
3. D. behoudt zich het recht voor nadere gronden in te dienen;
REDENEN WAAROM:
D. de rechtbank verzoekt de beslissing d.d. 9 september 2003
te vernietigen en alsnog te bepalen dat D. op en na 5 maart 1997
voor 100% arbeidsongeschikt dient te worden geacht
dan wel een beslissing te nemen welke de rechtbank
in goede justitie vermeend te behoren, één en ander
met veroordeling van UWV G. in de kosten van deze procedure.
M., 15 september 2003
Gemachtigde
Het UWV stuurt het dossier naar de rechtbank:
UWV g.
Regio Z.
Afd. Bezwaar en Beroep
De Rechtbank
Sector Bestuursrecht
R.
Contactpersoon Dhr. Mr G.
Datum 29 SEP 2003
Uw kenmerk 03/2783 WAO
Uw brief van 19 september 2003
Betreft: het beroep van D. te ###
Edelachtbare vrouwe,heer,
Eiser heeft bij u een beroepschrift ingediend tegen
onze beslissing van 9 september 2003. In uw
brief van 19 september 2003 hebt u ons gevraagd om
de stukken die betrekking hebben op deze
zaak.
Deze stukken ontvangt u hierbij.
De gronden van het beroep zijn nog niet bekend. Daarom kunnen wij nu nog geen inhoudelijk verweerschrift indienen. Wij verzoeken u ons een termijn te geven voor het indienen van verweer nadat u ons de (aanvullende) gronden hebt toegestuurd.
Hoogachtend,
Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen
Bijlagen: stukken
Inventarislijst
Eiser : D.
Woonplaats : ###
Kenmerk rechtbank : 03/2783 WAO
Hierboven staat bij nummer 159 de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep genoemd van 2 december 2002, die datum is eigenlijk 19 november 2002.
Het UWV is verplicht om alle brieven, rapporten, etc. naar
de rechtbank te sturen. Hierboven staat in de "inventarislijst"
wat allemaal naar de rechtbank werden gestuurd.
Maar daar ontbreken zo'n 52 brieven die wel tot het WAO-dossier behoren,
en waartussen documenten zitten, die voor mij erg belangrijk zijn.
Ik vind dit op z'n minst zeer onzorgvuldig van het UWV.
De rechtbank laat mijn advocaat weten dat de gronden van mijn beroep nog ingediend moeten worden.
Rechtbank R.
Sector Bestuursrecht
AANGETEKEND
De heer mr. P.
Datum 10 oktober 2003
Ons kenmerk procedurenummer 03 / 2783 WAO
Onderwerp het beroep van D. te ###
HERINNERING
Geachte heer,
Met het schrijven van 19 september 2003 is u bericht dat het door u ingediende beroepschrift niet voldoet aan alle vereisten:
Ik breng u thans in herinnering dat er nog een termijn van één week resteert om die verzuimen hieronder aangekruist te herstellen.
• Het beroepschrift moet tenminste bevatten:
• de gronden van het beroep.
Maakt u van deze gelegenheid geen gebruik dan kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
Hoogachtend, griffier
Hieronder staat het beroepschrift.
BEROEPSCHRIFT
(nadere gronden)
Aan de rechtbank te R.
sector bestuursrecht
GEEFT EERBIEDIG TE KENNEN:
D., wonende te ### aan de ###, te dezer zake domicilie kiezende te ###
aan de ### ten kantore van de advocaat en procureur mr P., die ten deze
tot gemachtigde wordt gesteld en als zodanig zal optreden met het recht
van substitutie en vervanging;
1. Appellant, hierna "D.", heeft van verweerder, hierna "UWV", een beslissing ontvangen d.d. 9 september 2003 waarin is bepaald dat het bezwaarschrift van D. tegen de beslissingen van het UWV d.d. 31 mei 1999 en 14 juli 2000 gegrond zijn, het UWV de kosten van juridische hulp en bijstand vergoedt en dat D. op en na 5 maart 1997 voor 45-55% arbeidsongeschikt moet worden geacht;
2. D. heeft zich met deze beslissing niet kunnen verenigen zodat hij op 15 september 2003 een beroepschrift heeft ingediend (productie 1);
3. D. wenst de gronden hierna als volgt aan te vullen;
4. De beslissing van het UWV d.d. 9 september 2003 bevat een primaire beslissing alsmede een beslissing op bezwaar. Ter toelichting diene het volgende;
5. De Centrale Raad van Beroep heeft bij beslissing van 29 december 1999 een door D. ingediend beroepschrift gegrond verklaard en het besluit d.d. 28 mei 1997 vernietigd omdat dit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel. De uitspraak van de Centrale Raad van Beroep wordt overgelegd als productie 2. Naar aanleiding van deze uitspraak heeft het UWV bij beslissing van 14 juli 2000 alsnog besloten dat de arbeidsongeschiktheidsuitkering van D. niet wordt verhoogd. Tegen deze beslissing heeft D. een bezwaarschrift ingediend (productie 3) dat met gronden is aangevuld op 13 november 2000 (productie 4). Dit bezwaarschrift is eerst behandeld op 11 augustus 2003 waarna de beslissing van het UWV van 9 september 2003 is gevolgd;
Met de beslissing op bezwaar d.d. 9 september 2003 is voorts een primaire beslissing genomen naar aanleiding van een andere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (productie 5). In deze uitspraak van 2 december 2002 heeft de Centrale Raad van Beroep de beslissing van het UWV d.d. 31 mei 1999 vernietigd en heeft voorts bepaald dat het UWV een nieuwe beslissing dient te nemen, in acht nemende de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. De beslissing dateert van 9 september 2003;
6. D. heeft, voor zover de beslissing betrekking zou hebben op de heroverweging van de beslissing van het UWV d.d. 31 mei 1999, een bezwaarschrift ingediend op 15 september 2003 (productie 6);
7. D. kan zich niet vinden in de visie van het UWV dat het ingediende bezwaarschrift als een beroepschrift moet worden aangemerkt. De Centrale Raad van Beroep heeft overwogen dat het UWV, in acht nemende haar uitspraak, een nieuwe beslissing dient te nemen. Tegen deze nieuwe beslissing dienen de reguliere bezwaar- en beroepsmogelijkheden open te staan. De casus houdt niet een zodanig nauw verband met de casus, welke in bezwaar is beslist naar aanleiding van de beslissing van het UWV d.d. 14 juli 2000, dat het rechtsmiddel van bezwaar overgeslagen zou dienen te worden;
8. D. is in 1990 als programmeur in dienst getreden bij C. BV (momenteel V.) te M.. Hij is op 21 april 1992 in verband met vermoeidheidsklachten en later nekklachten arbeidsongeschikt geworden en heeft over de maximumduur van 52 weken ziekengeld ingevolge de Ziektewet ontvangen. In aansluiting hierop is hem met ingang van 23 maart 1993 een uitkering toegekend in-gevolgde de Algemene arbeidsongeschiktheidswet en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45-55%, omdat hij geschikt werd geacht voor de helft van de tijd zijn eigen werkzaamheden bij C. te verrichten. Per 1 oktober 1993 is de AAW-uitkering ingetrokken en is de WAO-uitkering verlaagd naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15-25% omdat D. in staat werd geacht tot het verrichten van zijn werkzaamheden bij C. gedurende zes uur per dag;
9. D. heeft zich voor zijn arbeid op 5 maart 1997 ziek gemeld
in verband met, met name, nekklachten. De toename van klachten,
welke op 5 maart 1997 zijn weergegeven, is als volgt samen te vatten:
- het gebruik van spieren is steeds meer beperkt door toename van pijn in de nek;
- de in het verleden opgetreden beperkingen veroorzaken steeds meer hinder;
- er is sprake van sneller optredende hoofdpijn en duizeligheid;
- D. dient globaal in 1997 9 uur per dag te slapen terwijl hij globaal
16 uur per dag in bed ligt. In tegenstelling tot vóór 1997
dient D. 's ochtends 1 a 2 uur te rusten en 's avonds globaal 1 uur.
Daarnaast dient D. 's middags 3 uur te rusten;
- D. ondervindt meer hinder van de beperkingen van de cervicale wervelkolom,
o.a. C2/C3 en C4 sinds 5 maart 1997;
- D. heeft meer last van verkramping van spieren in de nek;
Voorts verwijst D. naar het dag- en week overzicht d.d. 10 april 1999
(productie 10 bij beroepschrift nadere gronden d.d. 19 juni 1999)
en zijn "eigen verhaal" d.d. 20 november 1998
(productie 9 bij beroepschrift nadere gronden d.d. 19 juni 1999 );
10. De Centrale Raad van Beroep heeft in haar beslissing d.d. 29 december 1999 geoordeeld dat het UWV de melding van D. van 5 maart 1997 had moeten behandelen als een aanvraag om toepassing van artikel 39a van de WAO. Omdat het UWV dit niet heeft gedaan, heeft de Raad geconcludeerd dat het besluit in strijd is genomen met het zorgvuldigheidsbeginsel. In de beslissing van het UWV naar aanleiding van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep is aangegeven dat de arbeidsongeschiktheid van D. na 5 maart 1997 niet zou zijn toegenomen en dat D. onveranderd 15-25% arbeidsongeschikt zou zijn. Naar aanleiding van het tegen die beslissing ingediende bezwaarschrift oordeelt het UWV in de beslissing van 9 september 2003 dat de arbeidsongeschiktheid van D. vastgesteld zou dienen te worden op 45-55%. In het kader van toepassing van artikel 39a WAO (Wet Amber) had het UWV in verband met de toename van de beperkingen van D. een belastbaarheidsprofiel op dienen te stellen en was arbeidskundig onderzoek noodzakelijk geweest om te concluderen of de afname van de mogelijkheden om te functioneren ook tot een toename van de arbeidsongeschiktheid door dezelfde oorzaken geleid zouden hebben;
11. Het UWV stelt dat D. in de periode van 12 maart 1997 tot 26 mei 1997 en op 20 mei 1999 dan wel 26 mei 1999 zou zijn beoordeeld door primaire verzekeringsartsen L. en K.. Naar aanleiding daarvan zou zijn aangenomen dat de in 1994 vastgestelde belastbaarheid niet zou zijn gewijzigd, althans dat de belasting verbonden aan zijn werkzaamheden in dienst bij C. gedurende 6 uren per werkdag niet zou overschrijden;
12. Wat betreft de periode van 1997 is destijds geen belastbaarheidspatroon opgesteld terwijl voorts geen arbeidskundig onderzoek is gedaan. D. is op 10 april 1997 gezien door K2. in het kader van de Ziektewet. Voorts is D. op 21 mei 1997 gezien door L.. Van dit onderzoek ontbreekt een uitgebreide rapportage in het dossier. Er zijn slechts enige aantekeningen. Er is een rapportage beschikbaar van 20 juni 1996 uit welke niet kan worden geconcludeerd dat een belastbaarheidspatroon is vastgesteld of arbeidskundig onderzoek is gedaan. Enige objectieve basis om te komen tot 6 uren arbeid per dag is niet gegeven en bevindt zich niet in het dossier. Vóór 1997 is nooit een belastbaarheidsprofiel opgesteld;
13. D. overlegt als productie 7 het beroepschrift onder nader aan te voeren gronden d.d. 2 oktober 1998 dat in het kader van de procedure tegen de beslissing op grond van artikel 39a WAO destijds is ingediend bij de Centrale Raad van Beroep (op 2 oktober 1998). Als productie 8 overlegt D. de nadere gronden d.d. 19 juni 1999. D. wenst de inhoud van deze beide producties als volledig ingevoegd en geinsereerd in deze procedure te beschouwen. Een afschrift van de medische kaart over de periode 12 maart 1997 t/m 21 mei 1997 wordt overgelegd als productie 9. Uit hetgeen in de procedure naar aanleiding van de beoordeling in het kader van artikel 39a WAO heeft plaats gevonden en de beslissing van de Centrale Raad van Beroep dienaangaande d.d. 29 september 1999 kan worden afgeleid dat het UWV alsnog, per 5 maart 1997, een belastbaarheidsprofiel en arbeidskundig onderzoek zou dienen op te stellen;
14. De beslissing van de Centrale Raad van Beroep d.d. 19 november 2002 heeft betrekking op de beslissing van het UWV d.d. 31 mei 1999 waarbij in het kader van de vijfjaarlijkse herbeoordeling het arbeidsongeschiktheidspercentage van D. ongewijzigd is vastgesteld op 15-25%. In het kader van die beoordeling heeft de verzekeringsarts op 20 mei 1999 onderzoek aan D. verricht. De verzekeringsarts heeft gesteld dat er geen aanwijzingen zouden zijn voor psychopathologie en/of ernstige persoonlijkheidsproblematiek. Anderzijds heeft de verzekeringsarts de psychiatrische expertise van E. gevolgd waarin D. in staat zou worden geacht het eigen werk als programmeur voor 6 uren per dag te verrichten. De conclusie van E. dat D. 6 uren per dag zijn arbeid zou kunnen moeten verrichten (vide zijn rapportage van 26 oktober 1994) baseert hij op de aanname dat sprake zou zijn van psychopathologie en/of een persoonlijkheidsproblematiek. De verzekeringsarts welke D. heeft onderzocht was K.. Bezwaarverzekeringsarts D2. heeft in het kader van de bezwaarprocedure tegen deze beslissing de onjuistheid van het rapport van psychiater E. d.d. 26 oktober 1994 bevestigd. Echter ook zij komt tot het, niet nader gemotiveerde, oordeel dat D. 6 uren per dag zou kunnen werken in zijn eigen arbeid. D. overlegt het beroepschrift dat in het kader van die procedure is ingediend bij de Centrale Raad van Beroep op 23 augustus 2000 als productie 10. Het beroepschrift (nadere gronden) d.d. 21 december 2000 overlegt D. als productie 11. De Centrale Raad van Beroep heeft in zijn beslissing d.d. 19 november 2002 aangegeven dat het UWV door haar schatting te baseren op geschiktheid voor een gedeelte van de maatmanarbeid, een onjuiste maatstaf heeft aangelegd. Daarnaast heeft de Centrale Raad van Beroep overwogen dat in de procedure ter zake van de vijfjaarlijkse herbeoordeling van D. de gezondheidstoestand van D. per 1 juni 1999 aan de orde was en de daaruit mogelijk voortvloeiende beperkingen tot het verrichten van arbeid. De Raad heeft het niet aangewezen geacht, mede gezien het tijdsverloop sedert 1994, om een vergelijking van de belastbaarheid van D. te maken in 1999 en in 1994 op basis van de medische oordeelsvorming omtrent zijn gezondheidstoestand in 1994. De urenbeperking die destijds door het UWV aanvaard is, met name ingegeven door de overwegingen met betrekking tot de psychische toestand van D. (waarbij steeds wordt gerefereerd aan de psychiatrische expertise van E.) wordt, zo oordeelt de Centrale Raad van Arbeid, ook niet door het UWV aangehangen. De Raad heeft daarbij overwogen dat de beperkingen van D. alsnog per 1 juni 1999 zelfstandig dienen te worden beoordeeld. Hieruit kan, mede gezien de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, worden afgeleid dat alsnog medisch onderzoek dient te worden verricht naar de urenbeperking van D.. Daarbij dient alsnog zowel een belastbaarheidspatroon alsmede arbeidskundig onderzoek plaats te vinden, uitgaande van de situatie per 1 juni 1999;
15. Het vorenstaande leidt ertoe dat de beoordelingen van onder meer K. geen basis kunnen zijn voor het bepalen van de arbeidsongeschiktheid van D.. Ook kan hieruit derhalve niet worden geconcludeerd dat sprake is van een urenbeperking van zes uren per dag voor het eigen werk en kan dit niet dienen als uitgangspunt voor het bepalen van de arbeidsongeschiktheid van D.. D. overlegt als productie 12 een conclusie van dupliek in de procedure, die D. tegen K. heeft aangespannen bij het regionaal medisch tuchtcollege. K. stelt hier dat hij eerdere rapportages niet op juistheid heeft onderzocht. Hij heeft daardoor blijkbaar ook geen rekening gehouden met onder meer het rapport van S. van 18 decenber 1997 waarin (nogmaals) duidelijk wordt dat reumatoloog S8. op lichamelijke gronden een diagnose heeft gesteld. Ook blijkt uit de conclusie van dupliek dat K. geen rekening met het rapport van F3. heeft gehouden (dat was toen wel in het bezit van het UWV!);
16. Zoals wel blijkt uit de overgelegde stukken in de onderhavige procedure, hebben zowel L. als K. alsmede bezwaarverzekeringsarts D2. onvoldoende rekening gehouden met de conclusies van drs. F3.. die van oordeel is dat er geen sprake is van psychopathologie maar dat de klachten van D. hoogstwaarschijnlijk toe te schrijven zijn aan een moeilijk te diagnosticeren somatisch probleem. Voorts is voorbijgegaan aan de conclusies van S., reumatoloog te V., die heeft aangegeven dat sprake is van een mechanisch functionele stoornis, een niet goede lichaamshouding met een scoliose van de rug en bovendien een versterkte thoracale kyfose, hetgeen leidt tot pijnklachten met spierpijn en blokkeringen in de rug. Voorts is voorbij gegaan aan hetgeen orthopedisch chirurg J. heeft gesteld en zijn conclusie dat sprake is van een duidelijk geremd bewegingspatroon van de gehele wervelkolom. Daarnaast is onvoldoende gelet op hetgeen H., manueel therapeut, op 17 september 1999 heeft geconcludeerd met betrekking tot een extreem slechte cervicale mobiliteit van D. in combinatie met zeer veel stugheid in de weke delen. Ook S. heeft in zijn rapportages d.d. 23 februari 1999 en 29 april 1999 aangegeven dat sprake is van ernstig invaliderend pijngedrag. Tevens is men uitgegaan van een verkeerd in het dossier opgenomen rapportage van het R. d.d. 19 oktober 1992 terwijl in een juiste rapportage van het R. had dienen te staan dat sprake zou zijn van een "mogelijke conclusie" met betrekking tot de beperkingen van D.. Per abuis was in de rapportage geplaatst "conclusie". De rapportages gaan derhalve uit van een sterk vervuild dossier;
17. In de onderhavige casus bevindt zich in het dossier een medisch onderzoeksverslag d.d. 15 januari 2003 dat is opgesteld door verzekeringsarts D2.. Deze is echter niet onafhankelijk omdat de verzekeringsarts ook al betrokken is geweest bij voorgaande beoordelingen die, naar inmiddels is gebleken, een onjuiste basis vormen voor de arbeidsongeschiktheid van D.. Uit het onderzoeksverslag d.d. 15 januari 2003 wordt wederom uitgegaan van een rapportage d.d. 20 juni 1996 waarin is aangegeven dat D. belastbaar zou zijn voor 6 uren per dag in eigen werk. Tevens wordt wederom uitgegaan van de psychiatrische expertise van E. terwijl de Centrale Raad van Beroep zelf heeft aangegeven dat deze expertise geen basis kan vormen voor het bepalen van de arbeidsongeschiktheid van D.. Mede nu wederom wordt voorbij gegaan aan hetgeen door D. is gesteld, is sprake van een onzorgvuldige en onjuiste beoordeling. Daarbij merkt D. op dat hij niet betrokken is bij de totstandkoming van het medisch onderzoeksverslag. Hij is niet gehoord door het UWV. Daar D. refereert aan de beoordeling d.d. 26 mei 1999 merkt D. wederom op dat hierbij niet zijn commentaar is betrokken op deze rapportage zoals hiervoor staat aangegeven. Voorts wordt de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van november 1999 veronachtzaamd waaruit eveneens voortvloeit dat deze rapportage geen basis kan vormen voor een nieuwe beslissing omtrent de arbeidsongeschiktheid van D.. D. heeft voorts in de bijlage bij het medisch onderzoeksverslag een belastbaarheidsprofiel opgesteld. Ook hierbij is D. niet betrokken. Ook blijkt niet op welke grond het belastbaarheidsprofiel is gebaseerd;
18. De beperkingen van D. leiden ertoe dat sprake is van volledige arbeidsongeschiktheid. D. is niet belastbaar conform dit belastbaarheidsprofiel.
19. Vanwege zijn nekproblemen kan D. niet dagelijks een paar uur achter elkaar ergens mee bezig zijn. Met pijnstillers en een halskraag is wel tijdelijk een hogere belasting mogelijk, doch dat wreekt zich in de dagen daarna. Dienaangaande is ook geen onderzoek aan hem verricht;
20. Hetzelfde geldt ten aanzien van de arbeidskundige beoordeling. Ook hierbij is D. niet betrokken. De aangegeven arbeidsmogelijkheden kunnen redelijkerwijze niet op D. van toepassing worden verklaard. Frappant is daarbij overigens dat als datum is aangegeven 5 maart 1997 terwijl het daadwerkelijk samenstellen van de lijst moet hebben plaats gevonden aanvang 2003;
21. Nu het belastbaarheidspatroon onjuist is vastgesteld terwijl voorts de arbeidskundige beoordeling (waarbij D. niet eens is betrokken) eveneens niet door de beugel kan, is ook het maatmanloon verkeerd berekend. Daarbij merkt D. ook nog op dat de indexering op onjuiste wijze heeft plaats gevonden. Zo zou tot een maatman uurloon per maart 1993 worden gekomen van f 22,83, het niveau in 1997 zou f 24,55 zijn en in 1999 f 26,39. De indexering van 1993 tot 1997 heeft derhalve op onjuiste wijze plaats gevonden. Voorts wijst D. erop dat dezelfde functies zijn aangeduid waarbij overschrijding van de belastbaarheid zou hebben plaats gevonden. De bezwaarverzekeringsarts zou hebben aangegeven dat deze overschrijding voor D. geen belemmering voor het uitoefenen van de functies zou vormen. Dit is echter volledig onjuist en wordt ook niet gemotiveerd. Het verlies aan verdiencapaciteit is onjuist berekend en de arbeidsongeschiktheid van D. dienovereenkomstig eveneens;
22. In het medisch onderzoeksverslag heeft D2., ditmaal wederom optredend als bezwaarverzekeringsarts, een medische herbeoordeling laten plaats vinden. D. heeft hiertegen bezwaar gemaakt. D2. was niet alleen ook al betrokken bij de herbeoordeling van de beslissing in het kader van de vijfjaarlijkse WAO-beoordeling. Ook was zij betrokken bij de primaire beoordeling zoals aangegeven in het medisch onderzoeksverslag van 15 januari 2003. Ook was D2. betrokken bij de behandeling van de beslissing op bezwaar tegen het besluit van 14 juli 2000. Dit is uitermate onzorgvuldig en niet conform de daarvoor geldende richtlijnen;
23. Bij het lichamelijk onderzoek dat aan D. heeft plaats gevonden en bij het dossieronderzoek is onvoldoende rekening gehouden met de beperkingen van D.. D. is absoluut niet belastbaar conform het belastbaarheidspatroon dat is opgesteld. Dit is verder niet tijdens de hoorzitting, welke heeft plaats gevonden op 11 augus tus 2003, onderzocht. De beperkingen van D. brengen met zich mee dat hij niet in staat is enige betaalde arbeid te verrichten. Het beperkte gebruik van spieren door de toename van pijn in de nek, de hoofdpijn, de duizeligheid, de moeheid en de bewegingsbeperkingen, leiden ertoe dat D. volledig arbeidsongeschikt dient te worden verklaard;
24. De beslissing van het UWV kan niet in stand blijven, mede gezien de onzorgvuldige wijze waarop deze tot stand is gekomen. D2. baseert zich nog steeds op haar eerdere rapportages terwijl juist een algeheel nieuwe rapportage zou dienen plaats te vinden, bij voorkeur uitgevoerd door een onafhankelijke verzekeringsarts niet zijnde D2.. Voorts baseert D2. zich toch weer op de rapportage van psychiater E. terwijl duidelijk is dat men zich hierop niet kan baseren;
25. Ten onrechte worden de conclusies van S. in de wind geslagen. D2. kan de beperkingen van D. niet verklaren. Dat wil echter niet zeggen dat deze er niet zijn. Studie van het door D. aangeleverde materiaal levert het objectieve bewijs op van de volledige arbeidsongeschiktheid van D.;
26. D. stelt prijs op een mondelinge behandeling. Daarbij zou het de voorkeur verdienen dat tevens bezwaarverzekeringsarts D2. aanwezig is;
27. Voorts wenst D. zich het recht voor te behouden nadere gronden in te dienen;
REDENEN WAAROM:
D. de rechtbank verzoekt de beslissing d.d. 9 september 2003 te vernietigen
en alsnog te bepalen dat D. op en na 5 maart 1997 voor 100% arbeidsongeschikt
dient te worden geacht dan wel een beslissing te nemen welke de rechtbank
in goede justitie vermeend te behoren, één en ander
met veroordeling van UWV G. in de kosten van deze procedure.
M., 16 oktober 2003
Gemachtigde
Hierboven wordt bij punt 5 de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep
van 2 december 2002 genoemd, de datum van die uitspraak is eigenlijk 19 november 2002.
Bij punt 14 wordt een rapportage van 19 oktober 1992 genoemd, dat moet
19 november 1992 zijn.
Mijn advocaat stuurt met de volgende brief een uitspraak van het NIP naar de rechtbank.
Rechtbank R.
17 december 2003
Uw ref. 03 / 2783 WAO
Van mr P.
Geachte mevrouw ###,
In de bijlage gelieve u aan te treffen een kopie van de uitspraak van het College van Beroep van het Nederlands Instituut van Psychologen d.d. 17 oktober 2003. Gaarne moge ik u verzoeken deze uitspraak toe te voegen aan het dossier.
Een kopie van deze brief zend ik aan de Uitvoeringsinstelling.
Hoogachtend,
P.
De Rechtbank stuurt altijd de brieven van de ene partij naar de andere. Dus bovenstaande brief wordt door de Rechtbank naar het UWV gestuurd, maar voor de zekerheid stuurt mijn advocaat het zelf ook naar het UWV.
G. B.V.
t.a.v. Afdeling Bezwaar en Beroep
t.a.v. de heer G.
17 december 2003
Van mr P.
U zonder begeleidend schrijven aangeboden:
kopie van mijn brief van heden aan de rechtbank R.
P.
Omdat het UWV een flink aantal stukken niet naar de rechtbank had gestuurd, wordt met onderstaande brief nog allerlei stukken toegevoegd.
Rechtbank R.
t.a.v. mw ###
5 februari 2004
Uw ref. 03 / 2783 WAO
Van mr P.
Geachte mevrouw ###,
Bijgaand doe ik u toekomen aanvullende stukken met het verzoek deze toe te voegen aan het dossier.
Een kopie van deze brief zend ik aan de Uitvoeringsinstelling.
Hoogachtend,
P.
Ik had mijn advocaat gevraag om de ontbrekende stukken ook naar het UWV te sturen, voor alle duidelijkheid. Dat gebeurde met onderstaande brief:
G. B.V.
t.a.v. mw M6.
5 februari 2004
Van mr P.
Geachte mevrouw M6.,
Bijgaand doe ik u toekomen een kopie van de brief welke ik verzonden heb aan de rechtbank. Gaarne moge ik u verzoeken de brief met bijlage toe te voegen aan het juridisch / medisch dossier.
Hoogachtend,
P.