Onderzoek door orthopedisch chirurg S2.

Hierna noem ik orthopeed 'S2.' ook wel 'S.'. Dit moet ik later nog eens corrigeren.

1994

Hieronder staat de opdracht, die de rechtbank naar dokter S2. stuurde.

thumbnail thumbnail

Arrondissementsrechtbank te M.
Sector Bestuursrecht

De heer dr. S2.
orthopaedisch chirurg
ST. STREEKZIEKENHUIS W.
V.

reg.nr.: 93 / 732 AAW /WAO
M., 14 april 1994
onderwerp: het beroep van D. te ###

Geachte heer,

Bij deze rechtbank is het bovengenoemde beroep aanhangig.
Het dossier zend ik u hierbij toe.

De rechtbank heeft u als deskundige benoemd voor het instellen van een onderzoek. Indien u deze benoeming aanvaardt bent u verplicht de in de bijlage bij deze brief geformuleerde opdracht onpartijdig en naar beste weten te vervullen.

Voor de oproeping van betrokkene kunt u desgewenst gebruik maken van bijgaand formulier, waarop tijd en plaats van het onderzoek nog moeten worden ingevuld.

Ik stel het op prijs uw schriftelijk verslag, vergezeld van het dossier, binnen twee maanden na de dagtekening van deze brief te ontvangen.

Hoogachtend,
###,
griffier.

Arrondissementsrechtbank
Sector Bestuursrecht

Reg. nr.: 93 / 732 AAW /WAO

OPDRACHT DESKUNDIGENONDERZOEK

inzake het beroep van D., wonende te ### tegen Het bestuur der Bedrijfsvereniging, A..

I. OPDRACHT:
Dhr. D. te onderzoeken en aan de hand van de bevindingen ter zake de volgende vragen te beantwoorden.

II. VRAAGSTELLING:

A. 1. Acht u eiser - medisch gezien - op 1 oktober 1993 in staat zijn eigen werk van programmeur gedurende 6 uur per dag te verrichten?

Voor een beschrijving van deze arbeid verwijs ik u naar gedingstuk B2.1.

Ik verzoek u bij de behandelend sector inlichtingen in te winnen omtrent eisers gezondheidstoestand en hiervan melding te maken in uw rapport.

B. Acht u het gewenst dat een deskundige op een ander terrein terzake een onderzoek verricht?

C. Valt te vrezen dat kennisneming door betrokkene van uw verslag van dit onderzoek zijn of haar geestelijke of lichamelijke gezondheid zal schaden?


Het onderzoek

Op 10 mei 1994 moest ik om 14:30 bij het dokter S2. in het Ziekenhuis zijn voor het onderzoek.

Ik weet niet meer of ik mijn eigen stoel had meegenomen. Ik was enkele maanden eerder naar keuringsarts B. van het Gak geweest, en heb toen besloten om voortaan m'n eigen stoel mee te nemen.
Dat is erg jammer dat ik dat niet meer weet, omdat ik dat had kunnen noemen toen ik orthopedisch chirurg S2. bij het medisch tuchtcollege aanklaagde.
Ik meen me heel vaag te kunnen herinneren dat ik in de wachtruimte aan de rechterkant van een rij stoelen ben gaan zitten, zodat ik rechts van mij iets kon neerzetten. Maar of dat mijn rugzak of mijn eigen stoel was, dat weet ik niet meer.

Tijdens de keuring stelde dokter S2. een aantal vragen die typisch betrekking hadden op whiplash-klachten. Bij een deel daarvan heb ik bevestigd dat ik die klachten had. Dokter S2. gaf tijdens de keuring daar echter niet zijn mening over. Dat werd elf jaar later pas echt duidelijk als hij in zijn brief van 25 februari 2005 schrijft over: "psychiatrische aspecten, die duidelijk in de anamnese naar voren kwamen".

Toen ik vertelde over mijn klachten, gebruikte ik het woord "migraine". Dat woord mocht ik van dokter S2. niet gebruiken, omdat het een medische term zou zijn, die eerst door een dokter vastgesteld zou moeten worden.

Tijdens de keuring vroeg dokter S2. of hij het dossier van het Riagg mocht opvragen. Ik heb hem verteld, dat ik dat dossier bij het Riagg had laten verwijderen, maar dat ik het hem wel zou willen toesturen.

Het lichamelijk onderzoek vond plaats in een andere ruimte, die was recht tegenover de kamer van dokter S2.. Dokter S2. zei dat als ik het koud had, ik de verwarming aan kon doen. Tegen de muur zat een elektrische straalkachel. Maar die heb ik niet aangedaan, omdat ik dacht dat ik niet zo lang hoefde te wachten.
Terwijl ik daar wat kleren uit deed, ging dokter S2. terug naar zijn kamer en liet daar andere patiënten binnen (ik dacht dat het een man en een vrouw was). Ik stond dus enige tijd te wachten. In die ruimte stond een mechanische weegschaal met een staander en bovenop een gewicht dat heen en weer geschoven kon worden. Ik had zo'n weegschaal nog nooit van dichtbij gezicht, dus ik probeerde die weegschaal uit en prompt kwam het gewicht vast te zitten. Dat heb ik niet durven vertellen (dat is dom natuurlijk, dat had ik gewoon moeten vertellen).
Vervolgens werd ik lichamelijk onderzocht. Daarna nog even terug naar de kamer van dokter S2. en toen was de keuring afgelopen.

De volgende dag schreef ik onderstaande brief aan dokter S2., met papieren van het Riagg, die hij graag wilde inzien.

Orthopeed S2. liet ook röntgenfoto's maken.

thumbnail

Van: D.

Aan: dr. S2.

11 mei 1994
bijlage : copy van (reeds vernietigde) Riagg dossier

Geachte dr. S2.,

Zoals beloofd stuur ik u hierbij een copy van mijn gehele Riagg dossier, bestaande uit:
- rapport intake-gesprek door mw. K..
- rapport gesprekken (vervolg-intake) door dhr. B..
- rapport psychologisch onderzoek door drs. K7..

Mijn dossier bij het Riagg is vernietigd, omdat met name het rapport van het intake-gesprek bijzonder subjectief is. Ik verzoek u daarom om de eerste twee bladzijden (intake en vervolg-intake) te vernietigen, omdat ik mij hiermee beslist niet kan verenigen.

Hoogachtend,
D.


De Arrondissementsrechtbank vraag aan de orthopeed waar zijn rapport blijft.

thumbnail
Arrondissementsrechtbank te Middelburg
Sector Bestuursrecht

De heer dr. S2.
orthopaedisch chirurg
ST. STREEKZIEKENHUIS ###

reg.nr.: 93 / 732 AAW /WAO REN M3
Middelburg, 22 juni 1994
onderwerp: het beroep van D. te ###

Geachte heer,

Hierbij breng ik u de opdracht van 14 april 1994 in herinnering.
Uw schriftelijk verslag heb ik nog niet ontvangen.

Ik zie dit thans graag binnen twee weken na de dagtekening van deze brief tegemoet.

Hoogachtend,
griffier.

Hieronder staat het rapport van dokter S2., dat hij in opdracht van de rechtbank maakte.

thumbnail thumbnail thumbnail

Arrondissementsrechtbank te M.
Sector Bestuursrecht
t.a.v. fungerend president

27 juni 1994

Uw ref. : 93 / 732 AAW / WAO

Onze ref. : ES/eb

Onderwerp: De heer D.

Weledelgestrenge heer,

Hierbij heb ik de eer u verslag uit te brengen van het onderzoek, verricht op 10 mei 1994, te 14.30 uur, bij de heer D., werkzaam als programmeur bij C..

ANAMNESE:

Tot januari 1988 was patiënt in opleiding bij de HTS in R., vanaf november 1989 werkte hij in B. als programmeur, vanaf juli 1990 werkzaam bij C..
Ongeveer vanaf september 1991 kreeg patiënt last van frequent opspelende hoofdpijn, rugpijn en vermoeidheidsklachten, hij raakte overspannen. In dit verband merkt patiënt op dat hij vanaf de lagere school-leeftijd weet dat het onderste deel van zijn rug slecht beweegbaar is. Hij heeft er destijds ook fysiotherapie voor gehad. In die tijd waren er ook duizeligheidsklachten. Vijf jaar geleden had hij al veel slaap nodig, hij kon slecht tegen lawaai, Bij autorijden had hij zijn stoel moeten aanpassen.
Verder wat betreft de huidige klachten: patiënt moest zijn werk steeds vaker verzuimen, hij merkte dat hij zich steeds meer ging ergeren en vanaf maart 1992 verbleef hij acht maanden in de ziektewet, in verband met vermoeidheid en hoofdpijn. Hij is onder behandeling geweest bij het R.. Er trad niet veel verbetering op in de situatie en patiënt zocht heil bij een psychologe, deze vertelde patiënt dat er geen relatie was tussen de psychische klachten en lichamelijke klachten. Later is patiënt nog gezien door diverse andere behandelaars, onder andere een chiropractor en een orthomanueel therapeut. Momenteel staat hij nog onder behandeling van een osteopaat. De behandelingen hebben hoogstens vier dagen effect. Geleidelijk leken de lage rugklachten wel te verminderen, maar de nekklachten nemen toe en de migraine-achtige hoofdpijn en vermoeidheid blijven. Tussen de middag moet patiënt rusten. Hij staat al "duf" en duizelig op. Momenteen werkt hij maar halve dagen. Er treedt niet zodanige verbetering op dat uitbreiding van de 3,6 uur per dag voor patiënt tot de mogelijkheden hoort. De familie helpt in het huishouden. Patiënt woont overigens alleen. Hij is erg gevoelig voor afleiding.
Wat betreft de rugklachten lijkt de pijn niet door te trekken naar de benen, er zijn geen gevoelsstoornissen. Algemeen: in 1993 is patiënt gezien door de rheumatoloog. Patiënt merkt nog op dat hij 's morgens vaak een rode waas voor de ogen heeft. Hij zou gevoelig zijn voor huisstof. Patiënt gebruikt geen bijzondere medicijnen. Patiënt vermeldt nog dat hij volgens de GMD-arts zes uur per dag moet werken en daarop is nu ook de uitkering gebaseerd.
Patiënt weet echter dat hij het werk niet voor zes uur per dag kan volhouden.

ONDERZOEK:

Niet zieke, 28-jarige man, lengte 1,95 m, gewicht 92 kg. Bekken horizontaal, beenlengte gelijk, in het geheel genomen matig ontwikkelde musculatuur. De rug gaat recht op, de curvaturen zijn vrij vlak, er is geen hypertonie van de musculatuur. Het hoofd wordt recht gedragen. Er is enige kloppijn rechts paraventebraal T6 en op de schedel. De schouders zijn goed bewegelijk, de nek vertoont een volledige flexie-extensie, rotaties 45°, links en rechts, lateroflexie 30 en 30°. Bij de hakvalproef wordt pijn in het hoofd aangegeven. De bewegingen in de rug zijn verder niet gestoord. Aan de benen geen duidelijke afwijkingen, heup- en kniefuncties volledig, geen atrofieën, op neurologisch terrein geen duidelijke afwijkingen.

verder geen relevante orthopaedische bevindingen.

RONTGENONDERZOEK

d.d. 16 mei 1994, Ziekenhuis W.: X-bekken ap: normaal skelet. SI-gewrichten geen bijzonderheden, normale heupgewrichten. X-lumbale wervelkolom: lichte lumbale slingering, met minimale torsie, verder geen afwijkingen. Geen tekenen van spondylose of spondylarthrose. Geen olisthesis of lysis van de bogen. X-thoracale wervelkolom: hoogthoracaal minimale slingering, wat spondylose T4T5, aan de rechterzijde, verder geen afwijkingen. X-cervicale wervelkolom vier richtingen: normaal. In de map bevinden zich ook foto's d.d. 23 juni 1993, gemaakt op verzoek van de rheumatoloog collega S.: ook hier op thorale en lumbale wervelkolomfoto's geen afwijkingen van betekenis.

AANVULLENDE ANAMNESE:

Van patiënt wordt een kopie verkregen van een reeds vernietigd R. dossier, Onderzochte kan zich niet verenigen met de inhoud van een intake gesprek en een vervolg intake gesprek en daardoor kan door mij nauwelijks gebruik worden gemaakt van de vermelde gegevens. Een kernvraag blijft kennelijk de relatie psychisch functioneren en somatische afwijkingen en er is geen eenstemmigheid over het psychosociaal functioneren van patiënt.

SAMENVATTING:

Voor onderzoek wordt een 28-jarige man gezien die, werkzaam als programmeur, al enkele jaren klachten heeft van hoofdpijn, rugpijn en vermoeidheid, in periodes ook "overspannenheid'. De rugklachten bestaan waarschijnlijk al langer dan vijf jaar en patiënt heeft meerdere keren periodes in de ziektewet gezeten, in verband met onvoldoende goed kunnen functioneren op het werk. Patiënt is door diverse behandelaren gezien, echte verbetering treedt er niet op. Ook nu blijven klachten van rugpijn, hoofdpijn vermoeidheid en duizeligheid een grote rol spelen in het leven van patiënt. Halve dagen werken houdt patiënt als het maximum.

Voor onderzoek wordt een lange, niet zieke man gezien, met een matig ontwikkelde musculatuur, verder enige kloppijn rechts paralumbaal T6, lichte bewegingsbeperking in de nek, maar overigens orthopaedisch geen duidelijke afwijkingen.

Röntgenologisch aan gehele wervelkolom en bekken geen duidelijke afwijkingen, afgezien van een zeer lichte slingering.

OVERWEGINGEN:

Het meegestuurde dossier wordt zorgvuldig bestudeerd. In gedingstuk A9, het beroep van de heer D., wordt voornamelijk ingegaan op al dan niet gedane uitspraken van rapporteurs en onderzochte. In gedingstuk A11 veronderstelt de osteopaat D. "dat de beperking van C2 waarschijnlijk verantwoordelijk is voor de hoofdpijn en nekklachten".
In gedingstuk A12 meldt collega S., rheumatoloog, dat het klachtenbeeld voornamelijk mechanisch bepaald wordt door een niet goede houding. Daarbij memoreert de rheumatoloog ook een nerveuze gespannenheid welke bij patiënt aanwezig zou zijn.
Ook de brief aan de huisarts is als gedingstuk A13 in het dossier aanwezig, zodat verder geen nadere informatie door mij bij de rheumatoloog is opgevraagd. In gedingstuk B1.1 wordt ongeveer halverwege gememoreerd dat belanghebbende elke vorm van psychisch lijden volstrekt afwijst.

CONCLUSIE:

U verzoekt de vraag te beantwoorden, of eiser op 1 oktober 1993 in staat moet worden geacht zijn eigen werk van programmeur gedurende zes uur per dag te verrichten.

Bij het orthopaedisch onderzoek worden niet zodanige afwijkingen gevonden dat de in gedingstuk B2.1 beschreven arbeid onmogelijk zou zijn, ook niet voor een hele dag. Orthopaedisch gezien moet ik uw vraag dus bevestigend beantwoorden.
B: gezien de in de anamnese genoemde klachten die patiënt naar voren brengt en de moeilijke situatie waarin hij terecht is gekomen, waarvoor waarschijnlijk geen lichamelijke afwijkingen aansprakelijk zijn, moet ik ter betere beoordeling van de gezondheidstoestand een onderzoek door een psychiater sterk adviseren.
C: kennisneming door betrokkene van dit verslag, hoeft patiënt niet te worden onthouden.

Ik hoop uw vragen hiermee voldoende te hebben beantwoord en teken,
met de meeste hoogachting,
S2., orthopaedisch chirurg


Als reactie op bovenstaand rapport schreef ik een brief aan de rechtbank.
Vele jaren later (in 2004) startte ik een correspondentie, wat leidde tot een klacht bij het tuchtcollege.

Laatste wijziging van deze bladzijde: december 2006